Trappen met verstand

Vorige week werden bij Rome twee Nederlandse wildkampeerders beroofd. Volgens wereldfietser Theo Jorna had het paar ‘domme pech’. „Overvallers struinen geen afgelegen vlakte af.”

Wereldfietser Theo Jorna Foto Jørgen Krielen © Jorgen Krielen / Diemen, 27-08-2008 / Theo Jorna Krielen, Jørgen

Wat was de eerste gedachte van Theo Jorna (50) toen zijn vrouw zwanger was? ‘Help, hoe combineer ik dat met fietsen.’ En als deze Amsterdamse ‘wereldfietser’ het over fietsen heeft, dan bedoelt hij niet een tochtje langs de Weespertrekvaart. Dan heeft hij het over fietsen door de Sahara, een rondje Zwarte Zee of een reis door donker Afrika.

Totdat Jorna vader werd, was hij alleen met fietsen bezig. De bioloog werkte in Nederland bij een hoveniersbedrijf en als hij wat geld had verdiend, vertrok hij meteen weer. „Het is verslavend: de vrijheid, de ruimte, onderweg zijn. Het is een leefwijze.”

Als vader van twee kinderen (11 en 13 jaar) leidt hij nu een minder nomadisch bestaan. Hij runt het tijdschrift De Wereldfietser, geeft fietsboeken uit en is de organisator van de Fiets- en Wandelbeurs in de Rai. Toch, als het maar even kan, dan is hij vertrokken. Om zijn fietstochten betaalbaar te houden, zet hij zijn tent altijd in het wild op. Waar zijn fiets staat, is zijn thuis.

In al die jaren is hij twee keer beroofd, beide keren in Kosovo. „De eerste keer zat ik langs de kant van de weg de kaart te bestuderen. Opeens stond er een groep zigeuners om me heen. Ze haalden spullen uit mijn fietstassen.” Zijn paspoort hoefde hij niet af te geven. „Maar ik was wel mijn cranktrekker kwijt.” Voor de niet-fietser: een cranktrekker is speciaal gereedschap voor de fiets.

De gewelddadige roofoverval op het fietsende, Nederlandse echtpaar afgelopen weekeinde bij Rome was volgens hem „domme pech”. De burgemeester van Rome beweerde dat de Nederlanders het onheil over zichzelf hadden afgeroepen door in de vrije natuur te gaan kamperen, en niet op een erkende camping, maar dat is volgens Jorna „onzin”. „Wie kwaad wil, gaat juist naar een camping. Daar zijn gegarandeerd potentiële slachtoffers. Een overvaller gaat geen afgelegen vlakte afstruinen.” Jorna zag op tv de foto’s van de omgeving waar het Nederlandse echtpaar hun tent opzette. „Daar zou je volgens mij toch moeten kunnen staan. Ze waren niet in Afghanistan.”

Al had hij het zelf wel anders aangepakt. Daarom, nu Nederlanders steeds vaker in het buitenland fietsen gaan – een mini-cursus ‘wereldfietsen voor beginners’:

Maak geen slapende honden wakker

Het Nederlands echtpaar had de Roemeense schaapsherders naar verluidt gevraagd naar een geschikte kampeerplaats. Dat kun je beter niet doen, zegt Jorna. „Als niemand weet dat je ergens kampeert, breng je ook niemand op een idee. Alleen aan de eigenaar van een plek kun je vragen of je ergens mag staan. Als je die niet ziet, dan zoek je zelf een plekje.” Uit de verhalen die Jorna hoort van fietsers die onderweg zijn lastiggevallen, blijkt altijd dat zij op aanraden van iemand op die plek waren gaan staan.

Neem de tijd om een plek te zoeken

Het Nederlandse echtpaar zocht een kampeerplek omdat ze bang waren in het donker van hun fiets gereden te worden. Zij fietsten volgens Jorna met een routeboekje met daarin etappes en overnachtingsplekken. „Ik vermoed dat zij koste wat het kost de geplande overnachtingsplek voor die dag wilde bereiken. Maar je moet van tevoren goed berekenen of je de eindbestemming haalt voordat het donker wordt. Als dat niet zo is, dan moet je van je geplande route afwijken en een alternatief bedenken.”

Zet de tent op als het bijna donker is

Als je risico’s kunt verwachten, bijvoorbeeld aan de rand van een stad, dan raadt Jorna aan de tent niet bij daglicht op te zetten. „Hoe minder mensen weten dat je ergens staat, hoe kleiner de kans dat je iemand op een idee brengt.”

Pas op in de Oekraïne

Alle fietsers die onlangs in de Oekraïne zijn geweest en die Jorna heeft gesproken, zijn beroofd. Toen Jorna in 1992 voor het eerst in de Oekraïne fietste, wist hij nog niet hoe arm zij waren, en de Oekraïners niet hoe rijk hij was. Hij had een biljet van vijftig mark gewisseld en kon een plastic zak vullen met roebels. „Ik dacht: dat geld is dus niks waard. Totdat ik tot mijn grote schrik zag wat de mensen in winkeltjes konden kopen met de muntjes en bankbiljetten die ik in mijn plastic tas had. Gelukkig wisten ze niet dat ik met drie jaarsalarissen in mijn fietstas rondfietste.” Het enige dat ze die keer van hem hebben gestolen was zijn Coca-Cola bidon.

Het verkeer is uw grootste vijand

In landen als bijvoorbeeld Pakistan, Turkije en Mexico hebben bestuurders volgens Jorna een kamikaze-mentaliteit van ‘gas op de plank’. Zijn advies: mijd drukke wegen, rijd liever over onverharde binnenwegen, zorg dat u goed zichtbaar bent en doe een schietgebedje. Dat laatste deed Jorna ook toen hij op een brug in Mexico fietste en twee vrachtwagens elkaar moesten passeren. Hij sprong van zijn fiets en drukte zich plat tegen de leuning van de brug. „Zo’n vrachtwagenchauffeur denkt: die fietser gaat wel aan de kant.” En soms denkt hij helemaal niet, zegt Jorna. „Als een vrachtwagenchauffeur met een muziekje aan vijfhonderd kilometer over een kaarsrechte weg rijdt, dan mist hij wel eens een detail.”

Neem de sociale schutkleur aan

In Niger kwam Jorna een Touareg op een dromedaris tegen met in zijn hand een kromzwaard. De burgeroorlog tussen de Touareg en de regeringstroepen was net afgelopen. Wat doe je in zo’n situatie? Jorna: „Dan kun je maar één ding doen: vriendelijk zijn. Dus stort uzelf in een begroetingsritueel: glimlachen, hand op uw hart leggen en buigen. De Touareg lachte terug.

Fietsers kunnen vaak op sympathie rekenen, zegt Jorna, ook van andere reizigers. Toen hij en een vriend in de Sahara drie dagen in een zandstorm vast kwamen te zitten, ging een groep Duitse motorrijders op zoek naar hen om sinaasappels te brengen. „Ze hadden over ons gehoord.”

Ken uw lichaam

Er zijn mensen die, bijvoorbeeld, ongetraind naar Turkije fietsen, zegt Jorna. „Ik heb al van drie gevallen gehoord die onderweg een hartstilstand kregen. Als je je eigen lichaam niet kent, herken je ook niet de waarschuwingssignalen.” Dus: drink voldoende, bescherm vooral je achterhoofd tegen de zon en fiets niet in extreme warmte. „Anders is de kans reëel dat je bewusteloos raakt en van je fiets valt.” Je kunt volgens Jorna best ongetraind vertrekken en je conditie onderweg opbouwen, maar leg niet meteen zware etappes af.

Ken uw (fiets)partner

Er zijn volgens Jorna heel wat huwelijken stuk gelopen op fietsvakanties. „Onderweg naar nergens leer je elkaar kennen. Er is geen afleiding, er zijn geen andere mensen en de tocht kan fysiek zwaar zijn, dan worden emoties uitvergroot.” Zelf kreeg hij midden in de Sahara knallende ruzie met een vriend die hij al vijftien jaar kende: over de rantsoenering van wc-papier.

Kinderen zijn geen bagage

Er bestaan veel fietskarretjes en verlengde fietsen om samen met kinderen te fietsen. Maar ook voor fietsen met kinderen geldt: het gaat niet om het einddoel, het gaat om onderweg zijn. „Voor kinderen kunnen karpers in een slotgracht bij een kasteel even opwindend zijn als papegaaien en bijeneters rond de tent voor mij.” Houd rekening met het ritme van het kind, zegt Jorna. „Ik zag ooit onderweg een vader met een zoontje van negen. Die man had bedacht dat ze elke dag honderd kilometer zouden afleggen.” Toen ze ’s avonds aankwamen op de camping, speelden andere kinderen buiten, maar het jongetje was moe en moest slapen. De volgende ochtend had de vader de buitentent al afgebroken, terwijl zijn zoontje in de binnentent nog lag te slapen. Een half uur na het wakker worden, zat het kind weer op de fiets. „Je kunt er vergif op innemen dat die jongen een hekel aan fietsen krijgt.”

www.wereldfietser.nlwww.fietsenmetkinderen.ifo

    • Monique Snoeijen