Slechte mensen

Alle gewone mensen kunnen de grootste gruwelijkheden begaan, zegt psycholoog

Philip Zimbardo. Maar andere onderzoekers bestrijden dat. Ellen de Bruin

Illustratie Hans Sprangers Slechte mensen Sprangers, Hans

Er zijn vele manieren om het te doen. Dit is er één. Bind iemand goed strak vast op een plank, aan armen en benen, terwijl hij plat op zijn rug ligt. Stop een doek in zijn mond en bedek zijn gezicht met een stuk plastic dat alleen de mond vrijlaat. Giet water over zijn hoofd, veel water, zodat de gevangene moet kokhalzen – maar dat lukt niet goed omdat hij immers vastgebonden op zijn rug ligt. Het slachtoffer krijgt het gevoel dat hij verdrinkt. Sommige mensen die waterboarding hebben ondergaan, de ‘professionele ondervragingstechniek’ waar onder meer de cia gebruik van maakt bij het verhoren van 9/11-verdachten, durven daarna nooit meer te douchen. Ze raken al in paniek als het regent.

Het zijn in principe ‘goede mensen’ die dit hun gevangenen aandoen. Ze staan althans aan de goede kant in de war on terror. En ‘ze doen gewoon hun werk’, zouden ze zelf zeggen. Maar hoe komen ze zover? En zouden u en ik het kunnen – iemand die volledig machteloos is zo onmenselijk behandelen?

Jawel hoor – de kans is groot, zegt de Amerikaanse psycholoog Philip Zimbardo. Er zijn zoveel voorbeelden te geven van gewone mensen die, schijnbaar ‘zomaar’, de meest gruwelijke wreedheden begaan, dat het bijna een cliché is. In zijn onlangs in pocket verschenen boek The Lucifer Effect (2007), genoemd naar Gods favoriete engel die als Satan in de hel eindigde, vertelt Zimbardo een aantal van die verhalen.

Hij is niet de enige psycholoog die onderzoek heeft gedaan naar grote onderwerpen als Het Kwaad, of naar de vraag wat macht met mensen kan doen. In Nijmegen onderzoekt sociaal psycholoog Pamela Smith bijvoorbeeld hoe macht (het hebben of juist niet hebben ervan) basale menselijke denkprocessen beïnvloedt. En Roy Baumeister van Florida publiceerde in 1997 het boek Evil: Inside Human Violence and Cruelty en onderzocht onder meer het verband tussen narcisme en agressief gedrag. Hoe narcistischer iemand is, hoe agressiever.

BRAVE HUISVADERS

Dat is helemaal niet Zimbardo’s lijn. Hij is niet geïnteresseerd in een verband tussen persoonlijkheidseigenschappen en gewelddadig gedrag, maar wil juist laten zien hoe allesoverheersend een situatie het gedrag van mensen kan sturen. Neem het Reserve Bataljon 101, vijfhonderd Hamburgse mannen, brave huisvaders zonder militaire ervaring en te oud voor het leger, die in 1942 in vier maanden tijd 38.000 Poolse joden doodschoten. Ze móchten weigeren, had hun commandant gezegd, en aanvankelijk deed ook ongeveer de helft dat. Maar na verloop van tijd begonnen de weigeraars zich schuldig te voelen ten opzichte van hun collega’s, en werd het moorden ook steeds gewoner, zodat uiteindelijk ruim 90 procent eraan meedeed.

Zo gewoon is dus het slechte in de mens. ‘The banality of evil’, noemde Hannah Arendt het in 1963 al in haar gelijknamige boek over oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann. Die werd door zijn psychiaters ook als ‘normaal’ beschouwd – ‘normaler in elk geval dan ikzelf na hem onderzocht te hebben’, schreef er een.

Verhalen over mensen die anderen bewust en systematisch onmenselijk behandelen duiken regelmatig op – ook buiten oorlogstijd, ook in Nederland. Neem de Glen Mills-school, het heropvoedingskamp voor criminele jongeren in Wezep, waarvan de scp begin juli constateerde dat het het tegendeel van effectief was. Leerlingen kregen er drie tot vijf uur slaap per nacht, moesten dagen achter elkaar zittend op de grond de vloer boenen met in elke hand een borstel, of de trap schoonmaken op hun knieën zonder de emmer neer te zetten. Ze werden geslagen als ze niet meewerkten, tegen kasten aangegooid, over de grond gesleurd, schreef de Socialistische Partij in juni in haar Zwartboek Glen Mills. Of neem de werknemers in de Nederlandse detentiecentra over wie Nova in mei berichtte dat ze illegalen treiterden, vernederden en mishandelden.

In zulke gevallen wordt vaak gezegd dat het om incidenten ging: mensen die dat soort dingen doen, dat zijn rotte appels. Dat was bijvoorbeeld ook de reactie van de Amerikaanse regering op de beruchte misstanden in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak, waar soldaten triomfantelijke foto’s van zichzelf maakten bij naakte, gemartelde of zelfs dode Irakezen.

Maar niet de appels zijn rot, het is de mand die rot is en de appels besmet, betoogt Zimbardo in zijn boek. Als mensen die in wezen de beste bedoelingen hebben, toch zover komen om andere mensen geweld aan te doen, dan komt dat doordat de directe situatie en het corrupte systeem waarin die is ingebed, hen daartoe aanzet.

PUSH-UPS

Zimbardo kan het weten. Hij was het die in de zomer van 1971 aan het hoofd stond van een van de beroemdste onderzoeken uit de geschiedenis van de psychologie: het Stanford Prison Experiment. Zimbardo verdeelde een groep geestelijk en lichamelijk gezonde studenten in een groep bewakers en een groep gevangenen, zette hen met weinig instructies bij elkaar en wachtte af wat er gebeurde. Zowel bewakers als gevangenen bleken hun rol vanaf het begin zo serieus te nemen, dat ze leken te vergeten dat het allemaal maar een onderzoek was. Binnen een paar dagen treiterden de bewakers hun gevangenen: die moesten voortdurend push-ups doen, en doen alsof ze als dieren seks met elkaar hadden. Enkele gevangenen kregen zulke emotionele problemen dat ze het onderzoek voortijdig verlieten.

Het was overigens allemaal lang niet zo erg als in de gewelddadige, op het onderzoek gebaseerde speelfilm Das Experiment (2001), waarin doden vielen; het leek in feite meer op een extreem uit de hand gelopen seizoen van bijvoorbeeld Big Brother of De Gouden Kooi. Evengoed was Christina Maslach, de toenmalige vriendin van Zimbardo (en tegenwoordig zijn echtgenote), zó geschokt toen ze even kwam kijken, dat het ook Zimbardo de ogen opende: hij besloot het onderzoek na zes dagen af te breken. Het had twee weken zullen duren.

De beschrijving van het gevangenisexperiment – dag voor dag, uur voor uur – neemt bijna de helft van de ruim vijfhonderd pagina’s van The Lucifer Effect in beslag. Het boek is, onder meer, een mea culpa: Zimbardo biedt zijn excuses aan voor de wreedheden die er onder zijn supervisie zijn begaan en voor het feit dat hij niet doorhad hoe erg de situatie uit de hand was gelopen – hij noemt zijn vrouw een heldin. De rest van het boek gaat over de overeenkomsten die hij ziet tussen zijn experiment en andere menselijke wreedheden, zoals in Rwanda, Nanking, Guantanamo Bay, en met name Abu Ghraib. Zimbardo heeft als getuige-deskundige opgetreden in de rechtszaak van een van de Amerikaanse militairen die destijds in de Iraakse gevangenis werkte, Chip Frederick; hij beschrijft hoe deze jongeman in deze zelfs voor Irakese begrippen totaal onzekere, gevaarlijke omgeving van relatief brave soldaat verwerd tot martelend monster.

“Het is voor het eerst”, vertelt Zimbardo aan de telefoon vanuit Californië, “dat iemand op deze manier naar Abu Ghraib kijkt: hoe wás de situatie voor deze soldaten? De gebruikelijke analyse was dat de mensen die de misstanden begingen uitzonderingen waren, sadisten, bad apples. Maar het zijn goede mensen in een slecht systeem. De parallel met mijn experiment uit 1971 is zéér direct.”

MINDERWAARDIG

En wat is het dan precies wat goede mensen slecht maakt – wat zijn, zoals een wetenschapper het zou formuleren, de noodzakelijke en voldoende voorwaarden? “Een aantal dingen”, zegt Zimbardo. “De eerste stap is het toegewezen worden aan een rol, waarin je de mogelijkheid en zelfs de plicht hebt om de vrijheid van anderen in te perken. Gedeelde verantwoordelijkheid is daarbij ook belangrijk – ofwel doordat een hogere autoriteit alle verantwoordelijkheid op zich neemt, of omdat een groep mensen samen verantwoordelijk is. Die groep moet de anderen ook echt als minderwaardig zien, als minder dan een mens, dierlijk.” En dan zijn er nog omstandigheden die de zaak verergeren: “Verveling kan mensen ook tot slechte dingen aanzetten, vooral ’s nachts. Zowel in mijn experiment als in Abu Ghraib begingen de bewakers hun wreedheden vooral op de night shift – terwijl ze ook gewoon een potje hadden kunnen gaan kaarten.”

MACHT

Het gaat in elk geval altijd over macht, zegt Zimbardo. “Evil, het kwaad, is pure machtsuitoefening. En de ultieme macht is macht over iemands leven.” Maar bij bijvoorbeeld high school shootings blijken de daders toch altijd tamelijk machteloze, eenzame, psychisch gewonde jongeren te zijn? “Ja”, zegt Zimbardo, “maar zij willen de macht die ze niet hebben! Het gaat erom dat je aan anderen laat zien dat je macht hebt, of dat je probeert macht te krijgen. Macht is altijd de kern.”

En weten we daarmee nu precies wanneer en waardoor mensen ontsporen? Collega’s van Zimbardo hebben in elk geval vaak gemengde gevoelens bij zijn alweer 37 jaar oude onderzoek. “Het Stanford Prison Experiment is geen echt wetenschappelijk experiment”, zegt Roy Baumeister van Florida State University. “Er was bijvoorbeeld geen controlegroep. Ik wil er niet te neerbuigend over doen, zijn onderzoek spreekt zeer sterk tot de verbeelding en het zet ook aan tot denken, maar wat we er precies van leren...”

En die parallellen met Abu Ghraib dan? Baumeister aarzelt even. “Het is heel moeilijk om vanuit de sociale psychologie iets te zeggen over specifieke mensen. De aard van onze tak van wetenschap is om grote patronen te voorspellen, veranderingen in de kans dat een bepaald gedrag optreedt.”

Bovendien, zegt hij: “We hebben heel veel bijgeleerd sinds de jaren zeventig. Er komt voortdurend nieuw onderzoek naar agressie bij. In de tijd dat ik mijn boek Evil schreef, ontdekte ik bijvoorbeeld dat mensen niet agressief worden omdat ze te weinig zelfvertrouwen hebben, maar juist wanneer een positief zelfbeeld bedreigd wordt.” Ook is inmiddels duidelijk geworden dat agressief gedrag voor een deel erfelijk bepaald is. “Zimbardo zegt dat het alléén aan de situatie ligt, dat mensen wreedheden begaan. Ik denk niet dat dat klopt. ” Dus hij denkt dat bijvoorbeeld Moeder Teresa echt niet tot wreedheden in staat was geweest? “Nee”, zegt Baumeister. “Zij was zeer toegewijd aan positieve waarden, zoals aardigheid, vriendelijkheid. En controle hebben over jezelf is een belangrijke belemmering. Hoe sterker je persoonlijkheid, hoe minder invloed de situatie kan hebben.”

GROTE LIJN

Ook over de cruciale rol van macht is Baumeister het niet met Zimbardo eens. “Geweld kan op elke plek in de machtshiërarchie ontstaan.”

Dat vindt ook Pamela Smith van de Radboud Universiteit Nijmegen. Mensen in een machtige positie nemen de wereld abstracter waar, zo blijkt uit haar onderzoek. Ze letten meer op de grote lijn – en zouden dus weleens de menselijkheid van de ondergeschikten uit het oog verliezen. “Macht kan afstand creëren. Maar als mensen met macht verantwoording moeten afleggen over hoe ze zich tegenover hun ondergeschikten gedragen, dan zien ze die als echte mensen. Bovendien hebben machtige mensen hun ondergeschikten nodig, en als die wederzijdse afhankelijkheid wordt benadrukt, stereotyperen de machthebbers hun ondergeschikten ook niet meer.”

Daarbij komt, zegt Smith, dat de bewakers in het Stanford Prison Experiment ook heel onzeker waren over wat er precies van hen verwacht werd. “Die voortdurende onzekerheid van ‘wat moet ik doen, en wat moet ik dan hierna doen?’ is geestelijk heel uitputtend. Mensen hebben een enorme behoefte aan zekerheid; neem het hun af en ze gaan rare dingen doen. Dat heeft vast ook een grote rol gespeeld in het Stanford Prison Experiment. Als het alleen om macht zou gaan, dan is het wel opvallend hoe vaak er geen verschrikkelijke dingen gebeuren.”

Maar we moeten sowieso af van de gedachte dat er één enkele oorzaak voor geweld is, zegt Baumeister. “Zeker bij iets dat zoveel voorkomt als agressie zijn er vele wegen die naar Rome leiden.” In zijn boek Evil onderscheidde hij er vier: geweld als middel om materieel gewin te halen, geweld als reactie op gekwetst superioriteitsgevoel (“met name religieus superioriteitsgevoel”, voegt hij daar nu aan toe), geweld als middel om idealistische doelen te bereiken, en geweld uit sadistisch genoegen. Die laatste vorm komt heel weinig voor, dat is hij dan wel weer met Zimbardo eens. Meestal is agressie een strategie om te proberen ervoor te zorgen dat andere mensen zich gedragen zoals jij wilt, aldus Baumeister, en vinden degenen die zich gewelddadig gedragen niet dat ze iets slechts doen.

HOOPVOL

Maar agressie is niet de favoriete manier om anderen te beïnvloeden – dat is geld, zegt Baumeister, althans in Amerika. Agressie is een verdwijnende strategie. Wat dat betreft doen we het redelijk goed, als diersoort, zegt Baumeister. “De meeste dieren beslechten hun onderlinge strijd om voedsel met agressie, maar mensen hebben dat grotendeels onder controle. Het klinkt gek, nu we net de gewelddadige twintigste eeuw achter de rug hebben, maar we hebben alle reden om hoopvol te zijn over de toekomst. Superioriteitsgevoelens nemen weliswaar toe, maar religie en politiek vinden agressie steeds minder vaak geoorloofd.”

Het christendom, zegt hij, promootte vroeger geweld op grote schaal. “ Maar het hedendaagse christendom is grotendeels tegen geweld. De populariteit van democratie als staatsvorm is ook veelbelovend. En huiselijk geweld neemt af; mensen begrijpen steeds vaker dat ze hun kinderen niet moeten mishandelen .”

En hoe kunnen we geweld nog verder terugbrengen? Ten eerste door ervoor te zorgen dat mensen zichzelf beter in de hand kunnen houden, zegt Baumeister. “Ik weet niet hoe het in Europa is, maar in de Verenigde Staten zijn mensen gewend hun kinderen zó op te voeden dat die veel zelfvertrouwen krijgen. Daardoor krijgen ze alleen wel minder zelfcontrole: ze hebben meer moeite hun emoties onder controle te houden, behoeftebevrediging uit te stellen, verleidingen te weerstaan. En zelfcontrole blijkt nou juist, samen met intelligentie, een van de karaktereigenschappen die op de breedste manier allerlei positieve resultaten in het leven voorspelt. Mensen met meer zelfcontrole zijn hun hele leven succesvoller in hun werk en hun vriendschappen.”

En als de controle niet van binnenuit komt, dan moet hij wel van buitenaf komen. Gun control helpt om geweld in de samenleving terug te dringen, zegt Baumeister. “En het is niet prettig voor libertijnen, maar de dreiging die uitgaat van camera’s op straat lijkt ook te helpen. Er is een keer een zaak geweest in New York waarbij een man op straat zijn penis uit zijn broek haalde en aan een vrouw liet zien. Waarop de vrouw op haar beurt haar mobieltje uit haar broek haalde, een foto van hem maakte en die op het internet zette. Ik denk niet dat die man ooit nog eens zoiets zal doen.”

Maar niet alleen inperkingen van de persoonlijke vrijheid kunnen helpen. “De mogelijkheid om abortus te plegen blijkt het aantal misdrijven ook terug te brengen”, zegt Baumeister – en klinkt tevreden dat hij weer iets libertijns kan zeggen. “Dat heeft Steven Levitt, de auteur van het bekende boek Freakonomics, een paar jaar geleden aangetoond. Abortus vermindert het aantal ongewenste kinderen, en die lopen meer risico om verwaarloosd te worden en daardoor om misdrijven te plegen.” Ouderlijk toezicht, legt Baumeister uit, bevordert de zelfcontrole.

Verder moet je er altijd voor zorgen, zegt Pamela Smith, dat er controle op de macht is. “Mensen moeten zich verantwoordelijk voelen voor wat ze doen, zodat ze niet zullen zeggen dat ze alleen maar orders opvolgen.”

En hoe denkt Philip Zimbardo dat het kwaad bestreden kan worden? “Heldendom is een belangrijk tegengif”, zegt hij. “Alledaags, banaal heldendom. Er is een heel scala aan manieren waarop gewone mensen iets belangrijks teweeg kunnen brengen, bijvoorbeeld ouders ertoe aanzetten te stoppen met roken, kinderen en volwassenen overhalen om te stoppen anderen te pesten... Mijn boodschap is: iedereen kan een held zijn. En: vraag je niet meteen af wat er mis is met bepaalde mensen, maar kijk eerst wat er mis is met de situatie.”

    • Ellen de Bruin