Oude steden in een aangeplant bos

Het Amazonewoud was ooit een cultuurlandschap, met steden en intensieve landbouw. Dirk Vlasblom

Het was niet het legendarische El Dorado waar de Spaanse conquistadores naar op zoek waren. Toch waren er vóór Columbus in het Amazonegebied nederzettingen met de omvang en complexiteit van heuse steden. Archeologen hebben in het bos van de Braziliaanse deelstaat Mato Grosso, dat lang als maagdelijk oerwoud is beschouwd, overwoekerde netwerken blootgelegd van dorpen, gegroepeerd rond rituele centra. Die laatste waren omringd door aarden wallen en gebouwd rond een centraal plein. Tussen deze nederzettingen vonden de onderzoekers resten van wegen en kanalen, van aangelegde visvijvers en intensieve landbouw.

Michael Heckenberger, hoogleraar archeologie aan de universiteit van Florida, archeologen van de universiteit van Rio de Janeiro en een Kuikoro, lid van het indiaanse volk van 500 zielen dat in het gebied woont, publiceren deze week over hun onderzoek in Science (29 augustus).

Wat Heckenberger en de zijnen aantroffen aan de bovenloop van de Xingu, een zuidelijke zijtak van de Amazone, past in een reeks recente ontdekkingen die het oude beeld van precolumbiaans Amazonië – een ongerepte wildernis, spaarzaam bevolkt met groepjes primitieve jagers en brandrooiboeren – radicaal hebben veranderd. Archeologen als Heckenberger, James Peterson, Clark Erickson, William Balée en Edoardo Goés Neves hebben de laatste vijftien jaar in het tropische bos van het Amazonebekken, van de Atlantische Oceaankust tot Oost-Bolivia, landschappen blootgelegd die in de prehistorie zijn vormgegeven door mensenhand. Er wordt nu hooguit nog gedebatteerd over het percentage van het Amazonewoud dat ooit door mensen is aangeplant. De schattingen variëren van 25 tot tegen de 100 procent.

VERZINSELS

In 1541 voer een groepje Spanjaarden onder leiding van Francisco de Orellana vanuit Peru de Amazone af, op zoek naar El Dorado. Gaspar de Carvajal, een meereizende dominicaan, zag langs de oevers een dichtbevolkt, welvarend land, ‘helemaal bewoond, want van dorp tot dorp zat er nog geen schot met een kruisboog tussen’. En hij repte van ‘enkele zeer grote steden’. Zijn verslag is eeuwenlang afgedaan als een ‘reeks verzinsels’, maar de ontdekking door Heckenberger c.s. werpt een nieuw licht op dit relaas.

De onderzoekers vonden netwerken van ommuurde steden, omringd door dorpen. Kuikoro-helpers wezen Heckenberger en zijn collega’s in het bos de weg naar aarden wallen en ‘donkere aarde’, in het Kuikoro etepe, een zeer vruchtbare zwarte grondsoort die is vermengd met houtskool en wemelt van de pre-columbiaanse potscherven. Mogelijk stortplaatsen voor afval, maar de scherven kunnen ook opzettelijk met aarde zijn vermengd om die te beluchten voor landbouwdoeleinden.

De grootste nederzettingen – 30 tot 100 hectare – dateren van 1250 tot 1650, daarna hebben Europese kolonisten en de besmettelijke ziekten die zij meebrachten, zeker tweederde van de bevolking uitgeroeid.

De ruimtelijke ordening doet denken aan de oudste steden van Europa. Behalve wallen hadden de nederzettingen een ‘hoofdstraat’ die steevast van noordoost naar zuidwest liep, naar de stand van de zon bij de zomerse zonnewende, met een centraal plein van 120 tot 150 meter in doorsnee, waar de aristocratie woonde en rituelen werden opgevoerd.

In de nabije omgeving van deze centra vonden de onderzoekers dammen en kunstmatige vijvers die erop wijzen dat de bevolking vis kweekte. Zij vonden ook sporen van grote open plekken in het bos en grote composthopen, aanwijzingen voor landbouw niet ver van ‘de stad’.

In wetenschappelijke discussies over vroege verstedelijking spelen tropische bossamenlevingen nauwelijks een rol. Amazonia is lang beschouwd als schoolvoorbeeld van een niet-stedelijk, niet-statelijk cultuurgebied met kleinschalige, autonome en verspreide nederzettingen en een eenvoudige sociaal-economische organisatie. Tot voor kort golden de Andes en Midden-Amerika als de enige gebieden van het westelijk halfrond vóór 1492 waar sprake was van verstedelijking . De plattegronden van deze oude steden waren modellen van de kosmos met een centraal plein en ze hadden zowel een politiek-bestuurlijke als een rituele functie.

PLAZA-CENTRA

Ook de grotere nederzettingen die Heckenberger en collega’s aantroffen aan de bovenloop van de Xingu zijn ‘plaza-centra’. Hun centraal gelegen pleinen wijzen op een sociaal-politiek leven dat blijkbaar draaide om openbare rituelen. De onderzoekers vonden twee agglomeraties van enkele grote en veel kleinere centra – volgens hen waren dit twee verschillende politieke eenheden – met min of meer dezelfde ruimtelijke structuur. De twee grootste centra hebben, behalve wallen en poorten, ook een weggennet en secundaire pleinen. De grootste bevolkingsconcentraties bevonden zich 3 tot 5 kilometer van deze ‘hoofdsteden’, en wel ten noordwesten en zuidoosten. Secundaire centra met maar één plein lagen zo’n 10 kilometer ten noordoosten en zuidwesten van het primaire centrum. Buiten deze dichtst bevolkte binnenste cirkel lagen niet-ommuurde dorpen. Tussen de nederzettingen liepen vanuit het centrum kaarsrechte wegen en kanalen en waar deze elkaar kruisten lagen bruggen.

Heckenberger en collega’s onderzochten niet alleen de organisatie van deze netwerken, maar ook hun ontwikkeling. Zij concluderen dat het gebied tussen 500 en 800 na Christus werd bevolkt en dat na 1500 – toen de eerste Europese kolonisten naar Brazilië kwamen – de streek ontvolkte en overwoekerd raakte.