Onzin over ‘weglekkend geld’

Minister Klink van Volksgezondheid is huiverig voor het vooruitzicht dat ziekenhuizen winst zouden willen maken, laat staan dat ze die ook als dividend zouden mogen uitkeren. „Er mag principieel geen geld weglekken uit de zorg”, vindt hij.

Twee jaar geleden stond het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam op omvallen. Het was tot die tijd geleid op een manier die buiten iedere verdenking van winstoogmerk stond, en dat was te merken ook. De kosten waren zo volledig uit de hand gelopen dat op het laatst de belastingen niet betaald konden worden en surseance dreigde. Honderden mensen zouden hun baan verloren hebben. De zorgverzekeraars, die in deze sector veel gewicht in de schaal leggen, vonden dat eigenlijk wel goed want die waren uit op een beddenreductie in de Amsterdamse regio. Toch durfde het succesvolle ondernemersechtpaar Jan Schram en Aysel Erbudak het aan geld te steken in het bijna-failliete ziekenhuis, met steun van de medische staf en nadat de toenmalige minister Hoogervorst had toegezegd de vereiste officiële erkenning te zullen handhaven. Het gezondheidsbedrijf – want zo moet je het zo langzamerhand wel noemen – draait nu ruim een jaar, en met verbluffende resultaten. Er wordt nog steeds gezondheidszorg op hoog niveau geleverd, er zijn meer handen aan het bed, het ziekteverzuim is gedaald, de communicatielijnen zijn verkort en iedereen wordt aangesproken op zijn bijdrage aan het kernproces. Alle beslissingen waar geld mee gemoeid is, lopen via ondernemer-directeur Erbudak, en de verliezen zijn omgeslagen in een gezonde winst. Alleen zullen Schram en Erbudak, zoals het er nu uitziet, niet veel plezier beleven aan hun geld, hun moed en hun inzet. Het ziekenhuis mag winst maken, maar uitkeren aan de aandeelhouder is verboden. Want dan „lekt er geld weg uit de zorg”.

Het is bizar, vooral als je bedenkt hoe het ziekenhuis in de vroegere bestuurs- en eigen-domsverhoudingen bijna ten onder ging. Erbudak trof bij haar aantreden een hele raad van bestuur aan, omringd door horden externe adviseurs en interim-managers om die te ondersteunen. Erbudak bestuurt nu, tot verbijstering van de hele ziekenhuiswereld, de organisatie in haar eentje. Zij is niet zwak en heeft geen ondersteuning nodig, ze stuurde al die lui van buiten onmiddellijk de laan uit en stelpte zo een belangrijke financiële bloeding. Want als er iets is wat je moet aanduiden als weglekkend geld, dan is het natuurlijk dit soort kosten. Alleen lekt het niet onder de streep, nadat alle kosten zijn betaald en een aandeelhouder mag houden wat er over is, maar bovenin, verhuld en verscholen in de exploitatiekosten, op hetzelfde niveau als de beddenlakens en de röntgenapparatuur. Het is dankzij Schram en Erbudak dat die sijpelende, levensbedreigende lekkage werd gestelpt. Maar dividend als beloning voor hun inspanning zit er niet in. Vermoedelijk zou het wel akkoord zijn als ze zichzelf een managementvergoeding van een paar miljoen toekenden. Dat doet immers iedereen, en dan is het probleem van de winstverdeling ook gelijk weg. Maar het is foezelig, het past niet bij transparant ondernemen, en dus zullen ze het niet doen. Tenzij de minister duidelijk maakt dat het niet anders kan.

De retoriek van weglekkend geld heeft iets hypocriets. Met weglekken bedoelt Klink dat er geld naar de privésector gaat, en daar doet hij erg ethisch over. Maar wat is er inhoudelijk op tegen? Als aan het eind van de maand Klinks ministerssalaris op zijn giro wordt bijgeschreven, lekt er ook geld weg, niet rechtstreeks uit de zorg maar wel uit de publieke sector. Sterker, bijna alle geld lekt bijna altijd weg, ergens heen, meestal als tegenprestatie voor iets wat een ander gedaan of geleverd heeft. Gelukkig voor Klink lekt er ook erg veel privaat geld te-rug naar de publieke sector. Belasting heet dat. Daar staan geen aanwijsbare tegenprestaties tegenover, maar de meeste mensen betalen het om het land een beetje op orde te houden. Er lekt zelfs privaat geld rechtstreeks naar de zorgsector, en niet weinig ook. Dat zijn de verzekeringspremies, die onder andere bij het Slotervaartziekenhuis terechtkomen. En dat private geld zou niet mogen ‘teruglekken’ naar meneer Schram en mevrouw Erbudak als zij met hun ziekenhuis goed en efficiënt werk verrichten? Is de zorgsector iets heiligs dan, iets waar normale regels van prestatie en tegenprestatie niet gelden als je er een vroom gezicht bij trekt? Werken dokters voor niets? Zijn pillen gratis?

Het lijkt erop dat de minister vergeet dat zijn ambtsaanduiding ‘dienaar’ betekent, en dat dat dienen slaat op de publieke zaak. Niet op een sectorbelang, ook al is hij minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zijn opdracht is niet de zorgsector ongewijzigd in stand te houden, maar te zorgen dat zijn sector de publieke zaak goed dient. De publieke zaak is meer dan de publieke sector, en omvat ook en vooral de private sector. Die is de geldbron en de bestaansgrond van de publieke sector, daar moet een minister niet laatdunkend over doen.

„Er mag geen geld weglekken uit de zorg.” Dienaren van de publieke sector lijken soms te denken dat zij het morele hoogland bezetten, met de opdracht de wildemannen in het lage land van de private sector geketend en in het gareel te houden. Die lopen intussen het risico dat ze het zelf gaan geloven als ze het vaak genoeg horen. Maar het is een misvatting, een retorische truc. Dus geachte minister, als we het over echt lekken hebben, hebt u helemaal gelijk, dat mag niet, ook al gebeurt het onder uw neus. Zelfs inclusief enige korrels zout van zelfpromotie lijkt het erop dat het Slotervaartziekenhuis een voorbeeld biedt van hoe het lekken kan stoppen en er geld overblijft. De privésector is bij uitstek toegerust om dit te doen. Zoals ondernemer-directeur Erbudak het zegt, eigendom creëert een dynamiek en een betrokkenheid die niet uit een stichtingsbestuur kan komen. Dat wordt politiek. Politiek is traag, duur, en vraagt om lange adem. Dat is prima voor wereldhandelsconferenties en constitutionele verdragen. Maar voor eenvoudige, outputgerichte processen als zorgverlening moet je het niet in huis willen hebben.