ontgroening

Floris-Jan Bekkering studeert fiscaal recht aan de Universiteit van Amsterdam en is zesdejaars lid van het Amsterdamsch Studenten Corps.

Voor

Toen ik in 1965 lid werd van het Utrechtsch Studenten Corps was de groentijd nog behoorlijk hard. In die tijd leerden de ouderejaars hoe mensen te vernederen. Zorgen dat de nieuwelingen snel geïntimideerd worden; hun weinig slaap gunnen; insubordinatie zwaar straffen. Dat werk.

Op de vraag hoe het mogelijk was dat in de Duitse concentratiekampen een handjevol gewapende soldaten de baas konden blijven over soms duizenden gevangenen, kreeg ik in mijn groentijd ongevraagd antwoord.

In 1965 leken de corpora hun langste tijd gehad te hebben. De tijden waren veranderd, elites lagen onder vuur en een aantal groentijdschandalen – in 1964 was David Rutgers van Rozenburg gestikt in de roetkap die hem was opgezet – maakte dat de traditionele groentijd snel zou worden afgeschaft. Ik wist niet beter dan dat de democratisering aan deze mensonterende toestanden een eind zou maken.

Maar nu is de groentijd weer volledig terug. Rauwe eieren eten, in ijswater zitten met een brandende kaars in je mond, al kikkerend je eigen naam kwaken. Bij het Amsterdamse corps krijgen de ontgroeners vooraf zelfs voorlichting van een arts. Dat duidt er op dat men het risico van lichamelijk letsel in de groentijd serieus neemt. Maar of het werkelijk helpt, weten wij pas als het te laat is. Want leden van de corpora hebben, net als leden van de maffia en van de kraakbeweging, een zwijgplicht.

Meindert Fennema is hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en oud-lid van het Utrechtsch Studenten Corps.

Tegen

Laatst dacht ik weer eens aan de uren die ik twijfelend doorbracht – nu zes jaar geleden – voordat ik me besloot in te schrijven voor de kennismakingstijd van het corps. De verhalen over de ontgroening hadden mij ook bereikt, en met gezonde spanning zette ik mijn eerste stapjes binnen de sociëteit. Gniffelend wuif ik die herinnering nu weg. Waar ik bang voor was, gebeurde niet, en wat er wél kwam ga ik hier uiteraard niet in detail beschrijven. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen: in het verleden hebben zich excessen voorgedaan die onacceptabel zijn. Besturen van verenigingen is er dan ook alles aan gelegen om deze te voorkomen en de laatste jaren zijn er al veel maatregelen genomen.

Eerstejaars maken in de groentijd intensief kennis met de vereniging en het dispuut. Dat hier enige inspanning tegenover staat, maakt het lidmaatschap waardevoller. Maar de inspanning bestaat niet uit de taferelen die vaak door media worden geschetst. Het gaat niet om het kleineren van mensen, maar om het pogen hen boven zichzelf te laten uitstijgen. Daar zit de kracht en de kern van de groentijd.

Floris-Jan Bekkering studeert fiscaal recht aan de Universiteit van Amsterdam en is zesdejaars lid van het Amsterdamsch Studenten Corps.

Reageren op deze discussie kan op nrc.nl/voortegen