Onherstelbaar verbeterd

Nog geen vijf jaar na de uitbreiding wordt Museum Boijmans Van Beuningen alweer verbouwd. Nu door Haunting Dogs Full of Grace, een collectief van zes bekende ontwerpers. „De keuzes van het vorige directoraat hebben niet zo goed uitgepakt.”

Nieuwe entree van het Museum Boijmans Van Beuningen met de B-vormige balie van Frank Bruggeman Foto’s Museum Boijmans Van Beuningen Museum Boijmans Van Beuningen

Een grote, omgevallen en knalblauwe letter B als kassa- en informatiebalie. Een sieraad als entreebewijs. Een ingenieuze, door de bezoeker zelf te bedienen garderobecarrousel. Een espressobar met een constant veranderende plafondprojectie. En een vrij toegankelijke, open ruimte met zitjes, interactieve vitrines en een educatiecentrum, die moet uitgroeien tot dé culturele ontmoetingsplek van de stad.

Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam presenteert bij de seizoensopening op zaterdag 27 september de resultaten van een spectaculaire verbouwing. De gehele benedenverdieping van het tentoonstellingsgebouw achter de entree is opnieuw ingericht. Dat gebeurde op aanwijzingen van Haunting Dogs Full of Grace, een gelegenheidssamenwerking van zes bekende ontwerpers die eerder individueel naam maakten: Jurgen Bey, Frank Bruggeman, Simon Heijdens, Ted Noten, Bertjan Pot en Wieki Somers.

Slechts eenmaal eerder deden de Haunting Dogs van zich spreken. Drie jaar geleden tijdens de meubelbeurs in Milaan toonden de zes ontwerpers hun werk in een opvallende opstelling. Met meubels en planten hadden zij een galerie ingericht als hun ideale huis. Overdag ontvingen zij daar bezoekers, ’s nachts sliepen de designers in hun tentoonstelling.

Stadsconservator Annemartine van Kesteren was onder de indruk. Zij nodigde de merendeels in Rotterdam gevestigde ontwerpers uit voor een gezamenlijke tentoonstelling in het museum. De Hauntings Dogs kwamen met een tegenvoorstel, zegt Wieki Somers. „Het leek ons veel leuker om iets permanents voor het museum te ontwerpen.” Toen Boijmans ging nadenken over de herinrichting van het museum werden de ontwerpers uitgenodigd.

Boijmans op de schop? Nog vers in het geheugen ligt de met grote kostenoverschrijvingen gepaard gaande verbouwing van vijf jaar geleden. Onder verantwoordelijkheid van toenmalig directeur Chris Dercon werd het museum voor 17,5 miljoen euro gerenoveerd en uitgebreid.

Zijn opvolgers, directeur Sjarel Ex en zakelijk leider Erik van Ginkel, constateerden al snel dat de nieuwe indeling niet in alle opzichten voldeed. Het meest urgente probleem was het kelderdepot voor de tekeningen- en prentencollectie. Een hachelijke huisvesting, zeker met de nieuwe waterberging met 10 miljoen liter water als buurman. Een lekkage zou van de prenten van Dürer heel dure papier-maché kunnen maken, zegt Van Ginkel. „Het klinkt misschien gek, maar pas de afgelopen jaren is de museumwereld ervan doordrongen geraakt dat ondergronds opslaan onverantwoord is.”

Bij de zoektocht naar een veiliger locatie voor het depot nam het museum meteen een aantal andere tekortkomingen onder de loep. De onhandige voordeuren, de weinig uitnodigende entree, de gebrekkige garderobefaciliteiten, de onlogische routing na binnenkomst, het ontbreken van een educatiecentrum – kon aan die knelpunten niet meteen ook iets gebeuren?

Daar kwam nog bij, zegt Van Ginkel, dat het museum na de verzelfstandiging in 2005 zelf voor hogere inkomsten moet zorgen. Het restaurant en de boekwinkel, de twee belangrijkste inkomstenbronnen, functioneerden door hun onhandige ligging niet optimaal. Slechts een kwart van de bezoekers deed het restaurant aan en de boekwinkel trok nog minder klandizie.

De Haunting Dogs tekenden een nieuwe plattegrond. Ze sloopten wanden, verplaatsten de restauratieateliers aan de tuinzijde van het museum en richtten het museum opnieuw in. Door deze ingrepen ontstaat een grote open ruimte waar de bezoeker weer overal zonlicht ziet en een blik wordt vergund op het groen achter het museum.

Door de publieksfuncties rond deze open ruimte te centreren, moet dit een cultuurplein worden waar bezoekers met elkaar kunnen afspreken, een kop koffie kunnen drinken of op een bankje kunnen plaatsnemen.

Aan het plein grenst ook het nieuwe prentenkabinet, ontworpen door beeldend kunstenaar Marieke van Diemen. De bezoeker kan daar zelf werken uit het depot aanvragen, in de vorm van digitale beelden. Zeer uitnodigend belooft de door Jurgen Bey ontworpen educatieve ruimte te worden: grenzend aan de tuin en voorzien van glazen vitrines met stukken uit de museumcollectie.

De verbouwing maakt het museum niet alleen lichter en toegankelijker, maar ook flexibeler. De espressobar en de grote zaal met de metalen sculpturen van Richard Serra hebben een entree naar de straat gekregen, zodat ze ook na sluitingstijd van het museum opengesteld kunnen worden voor lezingen, optredens en andere manifestaties. Het paviljoen, waar tot voor kort het restaurant was gevestigd, is straks te huur. Nee, niet voor bruiloften, zegt Van Ginkel, maar wel voor culturele bijeenkomsten in samenhang met de collectie.

Musea moeten minder statisch worden, zegt de zakelijk leider. Wat hem betreft houdt het cultureel ondernemen na de verbouwing niet op met de dan sterk verbeterde verkoop van koffie en ansichtkaarten. Met rondreizende tentoonstellingen kan de fantastische collectie van Boijmans te gelde worden gemaakt. Tegelijk denkt Van Ginkel ook aan minder voor de hand liggende verdiensten. Het torentje op de oudbouw van het museum zou bijvoorbeeld een mini-hotel kunnen worden, zegt hij.

Tientallen bouwvakkers zijn nu nog druk in de weer om de verbouwing op tijd af te krijgen. Maar zelfs in onaffe toestand lijkt het entreegebied al onherstelbaar verbeterd, om met Gerrit Komrij te spreken. Dat roept de vraag op of de renovatie van vijf jaar geleden als mislukt dient te worden bestempeld. Aan die conclusie wil Van Ginkel niet: „Onder het vorige directoraat zijn noodgedwongen rigoureuze keuzes gemaakt. Die hebben niet zo goed uitgepakt. Wat wij nu doen, is knelpunten oplossen. We maken de vorige verbouwing af.”

Maar even later geeft de zakelijk directeur aan dat het museum „nog niet klaar is met renoveren”. Wordt de veel bekritiseerde verbouwing van de grote Mathenesserzaal op de eerste etage bijvoorbeeld weer ongedaan gemaakt? „Het zou zomaar kunnen”, antwoordt Van Ginkel met een grijns. „We kunnen niet alles tegelijk.”