Omstreden helden

Het huidige conflict in Georgië doet denken aan de opstand, op Texel, van Georgische soldaten in dienst van de Duitse Wehrmacht. In de nadagen van de Tweede Wereldoorlog begonnen ze een rampzalige muiterij tegen de Duitsers. Texelaars waarderen de opstand verschillend. „Hier hebben ze hun hand destijds óók overspeeld.”

Cees Maas (65) gepensioneerd tegelzetter Cees Happie wordt hij door vrienden en kennissen wel genoemd, naar de woorden waarmee de Georgische onderduiker Sergo Baratasjvili hem als tweejarig knaapje in 1945 voerde. In 1983 zocht hij hem op in Tbilisi. „Na al die jaren herkende hij me ogenblikkelijk”, zegt hij. „‘Cees Happie’, zei hij. Dát wist-ie nog. Moet je je voorstellen. Na alles wat die mensen daar hebben meegemaakt.” Als helden werden ze onthaald, weet de gepensioneerde Texelaar zich nog te herinneren. „Dat we van Texel afkomstig waren, opende daar echt deuren voor ons. We werden meegenomen om ergens in de stad te eten. Volle bak. Toen het woord Texel viel, werd meteen ruimte gemaakt.” Souvenirs worden van zolder gehaald om de bijzondere band kracht bij te zetten. Een pakje Actpa-sigaretten, Georgische thee, wc-papier en een folkloristische dolk. „Het is een trots, strijdbaar volk. Je moet ze niet tegen je hebben. Als ze boos zijn, schieten hun ogen vuur. Daar zijn wij maar gezapig bij.” Net als veel eilandbewoners heeft Maas een duidelijke visie op het conflict. „Texel was een beetje als Zuid-Ossetië in het klein. Ik had wel verwacht dat de Georgiërs onder de Russische knoet vandaan zouden proberen te komen, maar niet op deze manier. Ik denk dat ze té makkelijk een knop omdraaien en denken: ‘nu gaan we ervoor’.” Texel, 27-08-08. Cees Maas, verhaal Georgische opstand Texel. Foto Leo van Velzen NrcHb Velzen, Leo van

Michel Binsbergen (76) gepensioneerd assistent onderzoeker bij Rijksinstituut voor Natuurbeheer

Op de eettafel van zijn houten Texelse woning ligt een dozijn zwart-wit foto’s en een krantenknipsel uit de Texelse Courant. Michel Binsbergen kan zich de gebeurtenissen van april 1945 nog steeds voor de geest halen. Van het artilleriegeschut dat vanaf de Loosmandsduin het dorpje Den Burg grotendeels in puin legde, tot de bezoeken aan hun Georgische onderduiker, Warlam Lonidze. In de Dennen, een naaldbos op Texel, wist Binsbergen de aan zijn arm gewonde Georgiër uit het zicht te houden van de Duitsers die tot ver na de capitulatie op 5 mei drijfjachten op de Georgiërs hielden. In Soechoemi, de hoofdstad van het op 8 augustus door de Russen bezette Abchazië, bezocht hij in 1986 de onderduiker. „Het viel me toen al op dat de Georgiërs een enorme afkeer van de Russen hadden”, zegt hij. „De familie van Warlam vroeg me keer op keer wat ik van de Russen vond. Otsjen ploche, zei ik dan. Zeer slecht. Het is een heel trots volk. Nationalistische gevoelens leven daar sterk.”

Hij schuift een van de foto’s naar voren: „Dit was Warlams finest hour. Hier mocht hij op de foto met de (op 18 augustus overleden, red.) Texelse burgermeester Joke Geldrop. Zij heeft zich altijd ingezet voor het contact tussen Texelaars en Georgiërs.”

Hij haalt een foto van de Canadese Lord Tweedsmuir, opperbevelhebber van het Eerste Canadese Legerkorps, uit een plakboek. Zijn aanbevelingsbrief aan de Sovjets zorgde ervoor dat het Georgische bataljon, als enige van ruim vijftig Ostbataljons in de Sovjetunie, vrijwel volledig gerehabiliteerd werd. „Ik heb die Canadees in 1985 nog opgehaald van Schiphol. Een prachtkerel.”

Theo Witte (78) oprichter van het Luchtvaart en Oorlogsmuseum op Texel

Dat veel inwoners van Texel de Georgiërs wegens hun verzetsdaad tegen de Duitse bezetter altijd als een soort helden hebben beschouwd, heeft Theo Witte nooit kunnen begrijpen. Tijdens de beschietingen van Den Burg op 6 april 1945 verloor hij zijn toen 19-jarige broer Henk. „De Georgiërs hebben destijds voor zichzelf gekozen. Ze wilden op het laatste moment nog hun naam zuiveren omdat ze wisten dat er anders in Rusland niet veel goeds op hen wachtte. Stalin had immers bevolen dat ze de laatste kogel voor zichzelf moesten bewaren. Als ze niet in opstand waren gekomen, was ons heel wat ellende bespaard gebleven.”

Witte ziet duidelijke overeenkomsten met het huidige conflict in Georgië. „Hier hebben ze hun hand destijds óók overspeeld. De Georgiërs hadden verwacht, bevolen zelfs, dat alle mannelijke inwoners van Texel hen te hulp zouden schieten. Er kwamen er maar twintig opdagen. De tweede groep koos het hazenpad toen de eerste granaten vielen.” Bovendien, vertelt Witte, waren de Georgische krijgsgevangenen, voorafgaande aan de muiterij, door het verzet gewaarschuwd.

Dat er in de jaren tachtig een delegatie van tweehonderd Texelaars vertrok naar Tbilisi steekt hem tot op de dag van vandaag. „Dat waren vooral mensen die in 1945 niemand hadden verloren. Zelfs de burgemeester is meegegaan. Onbegrijpelijk.” De inmiddels 78-jarige oprichter van het Luchtvaart en Oorlogsmuseum in de Cocksdorp kon in 2005 uitgebreid zijn verhaal doen aan de Georgische president Michail Saakasjvili. Die bezocht in dat jaar samen met zijn vrouw Sandra Roelofs het eiland om de jaarlijkse herdenking op de Georgische begraafplaats bij te wonen. „‘Om zijn helden te vereren’, zei Saakasjvili. Nadat ik op verzoek van de burgermeester mijn verhaal had gedaan, heeft hij dat woord die dag gelukkig niet meer in de mond genomen.”

Harry de Graaf (67) oud-journalist en betrokken bij de stichting Texel Georgië Contact

De Georgische opstand fascineert Harry de Graaf al sinds hij als vierjarig jongetje de bommen op Den Burg hoorde vallen. „Het was desastreus, een groot deel van het dorp lag in puin”, vertelt hij. „Overal lag glas. Mijn moeder kon zo tien, twintig mensen opnoemen die waren omgekomen.”

Begin jaren tachtig raakte de voormalig redacteur van de Texelse Courant via zijn vrouw betrokken bij de stichting Texel Georgië Contact, opgezet om het onderling contact te bevorderen. Een groot succes. Een Georgische voetbalelftal, patriarch Ilja II, president Saakasjvili, een eindeloze stroom ambassadeurs – allemaal kwamen ze langs. Zo had de oud-journalist enkele jaren geleden een orthopeed uit Tbilisi te gast, dit jaar klopte er een scenarioschrijver aan. „Texel is heel bekend in Georgië. In Tbilisi is er zelfs een park naar ons eiland genoemd.”

Door de uitgebreide contacten weet De Graaf wel iets van de Georgische psyche. „Je zult zelden een Georgiër zakelijk zien doen. Er wordt veel gezongen, snel gehuild. In die emotionele driestheid nemen ze soms onbezonnen beslissingen. Dat zag je in 1945, maar ook tijdens het conflict in Zuid-Ossetië. Militair gezien ook geen gelukkig besluit.” Tijdens een bezoek van een Georgische delegatie in 1993 merkte De Graaf dat er in Georgië een andere versie van het verhaal circuleerde: de op Texel gelegerde krijgsgevangenen hebben in Georgische ogen het eiland bevrijd. „In de Sovjetvisie werd het feit dat ze voor de Duitsers werkten verduisterd. Ik kan me nog herinneren dat ze behoorlijk geschokt waren, toen ze hier foto’s zagen met daarop de Duitse emblemen.” De Graaf merkte tijdens zijn wederbezoeken ook de aversie jegens de Russen. „Georgiërs zijn een heel ander volk dan de Russen. Ze hebben een uniek alfabet, een eigen cultuur. Zij hebben net zo veel met Russen als wij met Papoea’s.”

Theo Timmer (65) uitgever en eigenaar van een boekenwinkel

Opstand der Georgiërs, Nederlands laatste slagveld, de meeste literatuur over het onderwerp is wel te vinden in Theo Timmers boekhandel in Den Burg. Timmer, uitgever van enkele boekjes over de muiterij, heeft een uitgesproken mening over het conflict. „De Georgiërs probeerden iets goeds te doen; het resultaat was het tegengestelde. Zoals ze in Zuid-Ossetië op een enorme Russische tegenaanval stuitten, overkwam hen dat in april 1945 met de Duitsers. Die zwoeren wraak na het verraad en rukten massaal uit.”

Timmer, die uit een gezin van twaalf kinderen komt, heeft tijdens de Duitse tegenaanval een oom en een neef verloren. Hoewel de granaten bij de buren insloegen, bleef het eigen gezin gespaard. „Ik heb altijd het gevoel gehad er doorheen gezweefd te zijn.” Volgens Timmer hadden de Georgiërs al heel lang plannen voor een opstand. „Ze waren eerst in zandvoort gelegerd, en toen heeft het verzet daar met de grootste moeite een plan om Amsterdam te veroveren uit hun hoofd kunnen praten”, zegt hij. „De Georgiërs gingen er vanuit dat de inwoners hen te hulp zouden schieten. Dat dachten ze hier ook, maar het was een geïsoleerd conflict waar de Geallieerden hun vingers niet aan wilden branden.” Timmer doelt op de oversteek van een reddingsboot met Georgiërs naar Great Yarmouth, Engeland. Een gewaagde, maar vruchteloze poging om hulp te krijgen. De besprekingen over de Duitse capitulatie waren al in volle gang.

Texelaars hadden het overigens nooit over Georgiërs. „Iedereen noemde ze gewoon Russen. Het conflict staat hier bekend als de Russenoorlog. Pas veel later werd ons het verschil duidelijk, een Limburger moet je ook geen Fries noemen.”

Cees Maas (65) gepensioneerd tegelzetter

Cees Happie wordt hij door vrienden en kennissen wel genoemd, naar de woorden waarmee de Georgische onderduiker Sergo Baratasjvili hem als tweejarig knaapje in 1945 voerde. In 1983 zocht hij hem op in Tbilisi. „Na al die jaren herkende hij me ogenblikkelijk”, zegt hij. „‘Cees Happie’, zei hij. Dát wist-ie nog. Moet je je voorstellen. Na alles wat die mensen daar hebben meegemaakt.”

Als helden werden ze onthaald, weet de gepensioneerde Texelaar zich nog te herinneren. „Dat we van Texel afkomstig waren, opende daar echt deuren voor ons. We werden meegenomen om ergens in de stad te eten. Volle bak. Toen het woord Texel viel, werd meteen ruimte gemaakt.” Souvenirs worden van zolder gehaald om de bijzondere band kracht bij te zetten. Een pakje Actpa-sigaretten, Georgische thee, wc-papier en een folkloristische dolk. „Het is een trots, strijdbaar volk. Je moet ze niet tegen je hebben. Als ze boos zijn, schieten hun ogen vuur. Daar zijn wij maar gezapig bij.”

Net als veel eilandbewoners heeft Maas een duidelijke visie op het conflict. „Texel was een beetje als Zuid-Ossetië in het klein. Ik had wel verwacht dat de Georgiërs onder de Russische knoet vandaan zouden proberen te komen, maar niet op deze manier. Ik denk dat ze té makkelijk een knop omdraaien en denken: ‘nu gaan we ervoor’.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Texel

In het artikel Omstreden helden in Zaterdag &cetera (30 augustus) stond dat de Texelse burgemeester Joke Geldrop op 18 augustus was overleden. Dit is onjuist. Burgemeester Geldorp (niet Geldrop ) leeft en is ook nog in functie. De auteur van het artikel heeft mevrouw Geldorp verwisseld met de vroegere Texelse burgemeester Jo Engelvaart, die wel op 18 augustus overleed.

    • Alwin Kuiken