Muzikale leken horen subtiele verschillen in ritme en frasering in muziek waar ze van houden

Miles Davis (en Jeanne Moreau) in Parijs, 1957. In het onderzoek van Henkjan Honing werd Davis’ langzame interpretatie van Blue in Green naast de snellere van Bill Evans gelegd (beide uit 1959). foto afp Le trompettiste américain de jazz Miles Davis donne une leçon de trompette à l'actrice française Jeanne Moreau, le 05 décembre 1957 à Paris. Miles Davis a été sollicité par le réalisateur Louis Malle pour improviser une musique d'accompagnement de son film "Ascenseur pour l'échafaud, dans lequel Jeanne Moreau est une des vedettes principales. US trumpet player Miles Davis gives a lesson to French actress Jeanne Moreau in Paris 05 December 1957. Davis was asked by French director Louis Malle to improvise a music for his film "Elevator to the Gallows" in which Jeanne Moreau plays. AFP

Subtiele muzikale verschillen in frasering en timing worden ook opgemerkt door liefhebbers zonder enige muzikale training. Vaak luisteren naar een specifiek muzikaal genre is genoeg. Dit blijkt uit een onderzoek van Henkjan Honing en Olivia Ladinig waarbij muzikale experts en ‘gewone’ liefhebbers een serie van telkens twee versies van dezelfde stukken – jazz, rock en klassiek – moesten beoordelen op ‘natuurlijkheid’. Er bleek geen verschil tussen mensen met veel en weinig muzikale opleiding. Wel maakt het veel uit of ze vaak hadden geluisterd naar muziek, en naar welk genre. Subtiele afwijkingen in de frasering van klassieke muziek werden het best ontdekt door mensen die veel naar klassiek hadden geluisterd, die in jazzmuziek door mensen die vaak naar klassiek of jazz hadden geluisterd. Voor rock bleek de muziekvoorkeur niet uit te maken, mogelijk omdat in een moderne samenleving iedereen wel wordt blootgesteld aan rock. Het onderzoek wordt binnenkort gepubliceerd in het Journal of Experimental Psychology: Human Perception and Performance.

In veel wetenschappelijk onderzoek scoren muzikaal opgeleiden bij dit soort testen beter dan ‘leken’, maar de laatste jaren zijn er steeds meer aanwijzingen dat die voorsprong vooral wordt veroorzaakt doordat experts preciezer kunnen uitdrukken wat ze horen. Als daar meer rekening mee wordt gehouden in de onderzoeksopzet blijken leken harmonische subtiliteiten even goed te kunnen beoordelen als experts. Nu blijkt dat dus ook het geval te zijn voor ritmische aspecten van muziek – een bewijs te meer voor de theorie dat muzikaliteit vrijwel iedereen is aangeboren.

De ruim 200 proefpersonen kregen de simpele opdracht te beoordelen welke van twee opnames van hetzelfde muziekstuk natuurlijker klonk (de test staat nog op internet: www.musiccognition.nl/e3). Een van de opnames was subtiel veranderd. De oorspronkelijke opnames verschilden namelijk van 20 tot 30 procent in tempo, zoals bijvoorbeeld die van Killing Floor van Jimi Hendrix uit 1967 (156 tellen per minuut) en uit 1969 (137 tellen per minuut). De snellere interpretatie werd telkens elektronisch aangepast zodat hij even snel was als de tragere, met behoud van toonhoogte en andere kenmerken. Door zo’n verandering in tempo gaat de ‘adem’ van het stuk (frasering en timing) onnatuurlijk klinken. Tot nu toe gold dat als een subtiel verschil dat alleen door experts goed zou kunnen worden opgemerkt. Niet dus.

In totaal luisterden de proefpersonen naar zestig fragmenten; van de helft daarvan was het tempo gemanipuleerd. Omdat zangstemmen niet ongeschonden uit de elektronisch tempobewerking komen bleek het vooral bij rockmuziek geen sinecure geschikte fragmenten te vinden. De klassieke fragmenten bestonden uit pianomuziek (Beethoven, Bach, Chopin). Bij de jazzfragmenten werd bijvoorbeeld een opname van Miles Davis van Blue in Green tegen over die door Bill Evans gezet.

    • Hendrik Spiering