kwesties@nrc.nl

Zomerkampen zijn vooral een lust, voor kinderen én voor ouders, zo blijkt uit de tientallen reacties op de oproep om ervaringen met zomerkampen te beschrijven. ‘Ik vind het heerlijk om van mijn vakantie te kunnen genieten zonder ouders.’
Illustratie Olivia Ettema Ettema, Olivia

Laarzen weg

In het LCKV kamp is ‘terug naar de natuur’ het motto. Mobieltjes zijn verboden, net als alle andere apparaten met een stekker of oplader. Er zijn geen douches, geen wc’s, een waterpomp moet in alle behoeften voorzien. Er wordt geslapen in tenten, op stro. Dat alles is even wennen, vooral voor de ouders. De eerste keer houd je het weerbericht continu in de gaten en hoop je bij elke regenbui dat zoonlief z’n laarzen aantrekt. Je bidt dat ie niet uit een boom valt, elke dag iets van fruit binnenkrijgt, en een lieve tentchef heeft.

Zenuwachtig sta je hem na zeven dagen op te wachten. Daar is hij! Maar, had hij geen kam bij zich? En hij had toch nog meer kleren dan het shirt waarmee hij vertrokken is? Hij legt het even haarfijn uit: ze gaan zó laat naar bed, en moeten zó vroeg weer op dat er geen tijd is om te verkleden. Trouwens, tanden poetsen heeft ie hooguit twee keer gedaan, douchen kan niet, dus één handdoek was meer dan voldoende geweest. Wat? Laarzen? Zaten die in de tas?

Hij gaat al voor de derde keer en komt morgen vast weer stoned van vermoeidheid, maar stralend van geluk de bus uit.

Lizzy de Wilde

Vertier

Na een héél lange zomervakantie, met vier kinderen thuis, heb ik gezegd: nooit weer zo. Volgend jaar gaan ze op kamp. Dat is nu vele jaren geleden. Alleen de jongste gaat nog, de rest is te oud. Ze zijn altijd met veel plezier gegaan. Lekker zonder ouders, dingen doen die ze anders niet doen. Zoals: kanovaren in de Oosterschelde, toneelspelen, fietsen op de Canigou, kanozwerftocht in Zweden, raften in Frankrijk, op een eilandje in de Biesbosch een week bivakkeren en bevers zien en nog veel meer. En vooral een week met leeftijdgenoten plezier hebben en ongetwijfeld fratsen uithalen waar je als ouder liever niet het fijne van weet.

Nee, heimwee hadden ze niet en wij als ouders vonden het heel rustig als er één of twee op kamp waren. Na zo’n week kwamen ze moe, de nodige ervaringen rijker, vol verhalen en met veel foto’s weer thuis.

Natuurlijk was het ene kamp beter geslaagd dan het andere. Ze leerden zo wel wat ze leuk vonden om op vakantie te doen.

Iets voor gemakzuchtige ouders? Nou nee, wel een uitvinding als je zelf niet in de gelegenheid bent om 6 à 7 weken voor vertier te zorgen.

Anneke Sijses, mede namens onze vier kinderen: Luc, Guus, Lisa en Marc

Stil verdriet in de tent

Vijf vakantiekampen heb ik meegemaakt. Na afgeleverd te zijn door mijn ouders of na een lange fietstocht, belandde ik met een vriendinnetje of alleen in de wereld van tenten, kampleiders en veel onbekende kinderen. Er waren activiteiten zoals beeldhouwen in mergel (mijn werkje werd door een kampgenootje gepikt), kampvuur maken, de tent opruimen (waarvoor ik de prijs nooit won), een nachtwandeling (met veel vallende sterren), een spannend levensspel in de duinen (het touwtje heb ik nog), fietstochten, boterhammen smeren (ik herinner me een uit de hand gelopen grap met schuur- en afwasmiddel) en de bonte slotavond (die ik vanwege de boterhammencatastrofe niet mocht bijwonen).

Ik herinner me ook het heimwee, een knagend verdriet, dat ik met niemand deelde. Al die vreemde kinderen en volwassenen, de vreemde omgeving … ik verlangde naar huis; daar hielp geen vriendinnetje en ook geen brief van mijn moeder aan.

Weer thuisgekomen – dat moment brak godzijdank aan – sprak ik niet over mijn heimwee en de volgende vakantie liet ik mij, na een heerlijk schooljaar, weer op kamp sturen.

Els van Rijn

Gewoon kind!

We gingen op een gezamenlijk kamp met ‘gewone’ en lichamelijk gehandicapte padvindsters. We zaten midden in de bossen, hielden rolstoelraces met hindernissen, zongen veel en terroriseerden arme buschauffeurs door met z'n allen in één bus te willen. Een leuk kamp, net als altijd. Tot die ene maaltijd…

Aan lange tafels zaten we te eten. Spaghetti, sla, tomaten en komkommers. Veel herrie en veel gelach in een goede sfeer. Eén meisje echter ging op alle fronten te ver: ze maakte te veel lawaai, ging echt te ver in het verplaatsen van het voedsel van bord naar mond en ook haar taalgebruik liep de spuigaten uit. Op een gegeven moment, was van tafel sturen onvermijdelijk. Moeizaam rolt zij de nauwe ruimte achter de tafel uit, naar bed.

Na het eten ga ik even bij haar kijken, bang haar overstuur te vinden. Ze ligt op haar bed. Ze huilt niet. Eigenlijk lijkt ze heel gelukkig en tevreden. Ik ga op haar bed zitten en wacht tot ze iets zegt.

„Weet je, Margreet, dat dit de eerste keer van mijn leven was dat ik straf kreeg? Net als een ‘gewoon’ kind.” Dan pas gaat ze huilen.

Margreet van Schie

Uit eigen wil

Mijn naam is Claire. Ik ben 14 jaar oud. Ik ben al heel vaak op zomerkamp geweest. Altijd uit eigen wil. Ik vind het heerlijk om van mijn vakantie te kunnen genieten zonder ouders. Zo ben ik met verschillende reisorganisaties, zoals simbo en vinea, op kamp geweest. Surfkamp, toneelkamp, paardrijkamp, en strand en survival vakantie in een. Ik ben vanaf mijn achtste ieder jaar geweest. Er zijn nog allerlei andere soorten maar die trekken mijn aandacht niet.

Ik ben ook al 3 keer naar een talenkamp op de grens van België en Frankrijk geweest. Om mijn Engelse vaardigheden te verfijnen. Met kinderen uit de hele wereld, en wekenlang alles in het Engels doen, leer je enorm veel.

Of ik mijn ouders mis? Soms, als het even moeilijk is om bijvoorbeeld vrienden te maken. Ik bel ze best vaak, stuur ze altijd een of meer kaarten, en breng altijd souvenirs mee. Toen ik jonger was ging ik altijd binnen Nederland maar nu ben ik in Frankrijk geweest. En ik ben deze zomer op strandvakantie naar Spanje geweest. Mijn ouders vinden het denk ik wel lekker rustig als ik een poosje weg ben. Omdat mijn zus en ik op zoveel kampen gaan hebben we eigenlijk geen ruimte meer voor gezamenlijke vakantie. Dat vind ik wel jammer. Er zijn ook ouders die het gevaarlijk vinden, die zich ongerust maken bij het sturen van zijn of haar kind naar een kamp. Dat is volkomen onnodig. Er is altijd begeleiding, of heel dicht in de buurt. Je bent altijd met andere kinderen. En je bent lekker bezig. Waarmee hangt af van welk kamp je gekozen hebt.

Claire

Keten en chaos

Ik was in 1938 nog enig kind, tien jaar oud. Ik woonde in Amsterdam, was geboren in Rotterdam en daar woonden alle neefjes en nichtjes.

In die tijd werd het grootste deel van de zomervakantie in de omgeving van je woonbuurt doorgebracht. Mijn neefjes echter gingen vanuit Rotterdam naar Gilze-Rijen met een voor schoolkinderen georganiseerde kampeerreis, ik geloof, georganiseerd door de Gemeente Rotterdam. En zo kwam ik terecht in een kamp met allemaal Rotterdamse kinderen die zomer in Gilze-Rijen terecht.

Wat we daar de gehele dag deden, weet ik niet meer. Het enige dat ik me nog steeds herinner is de absolute chaos. Er waren honderden kinderen ondergebracht in grote legertenten en de ruzies en vechtpartijen gingen onafgebroken door! Dat was voor mij, als enig kind, een ervaring die ik me nog steeds herinner, vooral als ik niet slapen kan. Ik had de time of my life; ik genoot de volle veertien dagen! Toen ik weer thuis was, bleek mijn moeder minder tevreden; ik was vies, mijn kleren waren, voorzover niet verdwenen, vies en kapot getrokken, kortom, het was de enige keer dat ik met dat kamp meemocht ondanks het feit dat zo’n kamp elk jaar werd georganiseerd.

Veel later, toen ik als dienstplichtige onder de wapenen werd geroepen, in 1947(?) maakte ik zo’n gezellige chaos mee maar die was door de ons opvangende militairen (die ons de volgende maanden opleidden tot geoefend soldaat) snel bedwongen, elk nieuwe lichting dienstplichtigen onderging dezelfde aanpak!

Maar ik houd het vol: het gevoel was in mijn herinnering hetzelfde, chaos en keten!

A. de Blaauw