Kleine clubs blijven hopen op dat ene groeibriljantje

De voetbalcompetitie is weer begonnen. Ook deze zomer streken er in Nederland proefspelers uit alle windstreken neer in de hoop een contract te verdienen.

André Wetzel wil er eigenlijk liever niet over praten. Ongeveer tien voetballers kwamen er deze zomer op proef bij ADO Den Haag. Zes keepers uit vijf verschillende landen probeerden de trainer de afgelopen weken vergeefs te overtuigen van hun kwaliteiten. De Hongaarse doelman Peter Kurucz werd al na een paar dagen huiswaarts gestuurd. Wéér geen versterking. „Niet sjiek”, noemt Wetzel het grote aantal proefspelers bij ADO. „Het toont toch je eigen wanbeleid aan, dat je als club slecht je huiswerk hebt gedaan.”

Van de ongeveer tien testspelers – Wetzel weet het exacte aantal niet meer – verdiende er slechts één voetballer (de Slowaak Csaba Horváth) een contract. Gisteren vond ADO Den Haag alsnog een doelman, zonder test: Boy Waterman. De 24-jarige keeper wordt voor een jaar gehuurd van AZ.

Onlangs heeft Wetzel zich zelfs „zitten schamen” voor een proefspeler. „Die had een conditie van een taxichauffeur. Het publiek koopt een kaartje om een wedstrijd op niveau te zien en dan loopt er zo’n campinggast in het veld.” Dat de club deze zomer veel met proefspelers werkte, heeft volgens Wetzel mede te maken met het feit dat de club pas laat wist op welk niveau het zou uitkomen, ADO promoveerde via de nacompetitie naar de eredivisie. Maar de trainer wil voortaan in februari zijn selectie voor het nieuwe seizoen al rond hebben.

Andere clubs kiezen juist bewust voor veel testspelers. Bij eerste divisieclub FC Zwolle kwamen er deze zomer „acht tot negen” voetballers op proef, zegt algemeen directeur Gerald van den Belt. Vijf daarvan werden gecontracteerd. De aanwinsten zijn afkomstig uit Tsjechië, Slowakije, Uruguay, Brazilië en Argentinië, precies de markten waarop de club zich richt. Min of meer noodgedwongen, meent Van den Belt. „Nederland is enorm uitgemolken. Ajax scout ook bij ons in de regio al jongetjes van zeven en acht jaar.”

Daarom zoekt de club steeds naar nieuwe bronnen van talent, zoals Oost-Europa en Zuid-Amerika. Overigens gaat het bij de eerste categorie alleen om spelers uit (nieuwe) EU-landen en bij de tweede categorie om voetballers met een dubbel (Europees) paspoort. Spelers van buiten de EU moeten namelijk een hoog minimumsalaris verdienen en dat kan FC Zwolle niet betalen. Ook heeft de club „niet het budget om de hele wereld over te vliegen”, zegt Van den Belt. Dat maakt FC Zwolle afhankelijk van de netwerken van spelersmakelaars.

De clubs willen de via zaakwaarnemers aangeboden voetballers zelf aan het werk zien. Dat geldt niet alleen voor spelers van veraf, vertelt Nico-Jan Hoogma, algemeen directeur bij Heracles Almelo. De club verwelkomde deze zomer zo’n zeven proefspelers. Hoogma noemt als voorbeeld Darl Douglas, die in het verleden al eens uitkwam voor de club. „Hij is een tijdje uit beeld geweest omdat hij in Portugal speelde. Tijdens zijn proefperiode heeft hij aangetoond dat hij voor ons een versterking is.” Ook aanvaller Willie Overtoom van amateurclub Hollandia liet Heracles eerst op proef komen. Hoogma: „We hadden hem al bij de amateurs aan het werk gezien, maar we wilden weten of hij ons niveau aankon.” Want ook Heracles moet voorzichtig omspringen met de financiële middelen. „Wij kunnen ons geen misstap veroorloven.”

Er kleven ook nadelen aan het werken met proefspelers, vertelt Gerald van den Belt. „Soms vragen spelers het dubbele als blijkt dat we geïnteresseerd zijn.” Daarbij is het voor een „kleine club als Zwolle een enorme belasting” om al die proefspelers te ontvangen. De voetballers moeten van Schiphol worden gehaald en de club dient voor onderdak te zorgen. Van den Belt: „Je kan moeilijk zeggen: ‘Slaap maar onder een brug’.” En ja, ook bij Zwolle zitten er tussen de proefspelers wel eens „prutsers”, zegt de algemeen directeur. Een voetballer piekte tijdens zijn proefperiode, maar werd na twee maanden alsnog weggestuurd. Toch blijft hij hopen op dat ene groeibriljantje.

Danny Hesp, voorzitter van spelersvakbond VVCS, plaatst vraagtekens bij dat beleid. „Waarom zou je zoeken naar een speld in een hooiberg?” Dat geldt volgens hem helemaal voor clubs in de eerste divisie, die een kleiner budget hebben en dus op een lager kwaliteitsniveau moeten scouten dan eredivisieclubs. Een speler als Luis Suarez – de Uruguayaan die FC Groningen al na een seizoen voor zo’n acht miljoen euro doorverkocht aan Ajax – is niet haalbaar voor een eerste divisieclub, meent Hesp. Volgens hem loopt er nog genoeg talent rond in Nederland. Hij wijst op zijn eigen Team VVCS voor contractloze voetballers. Zo’n twintig spelers van dat team hebben nog altijd geen club gevonden. Hesp: „Daar vindt Zwolle zo een paar goede voetballers tussen.”

    • Brian van der Bol