Kabinet: AOW mag vijf jaar na 65ste

Iedereen krijgt straks de mogelijkheid om zijn AOW tot vijf jaar na zijn 65ste te laten ingaan. Ook komt er een mogelijkheid de AOW gedeeltelijk te ontvangen. De ministerraad heeft gisteren ingestemd met een voorstel hiertoe van staatssecretaris Aboutaleb (Sociale Zaken, PvdA). Het kabinet wil zo „een cultuuromslag” bereiken waarbij het 65ste levensjaar niet meer wordt gezien als definitief eindpunt van het werkzame leven.

De basispensioenvoorziening (50 tot 70 procent van het minimumloon) wordt hoger naarmate deze later ingaat. „Als je uitgaat van een levensverwachting van nog twintig jaar, dan zal je na één jaar een 5 procent hogere AOW krijgen en na twee jaar 10 procent”, lichtte minister Donner (Sociale Zaken, CDA) na afloop van het kabinetsberaad. Hij wilde niet ingaan op de vraag of de pensioengerechtigde leeftijd verhoogd wordt naar 67, zoals de commissie-Bakker deze zomer voorstelde.

De AOW wordt nu grotendeels betaald door werkenden onder de 65 die AOW-premie betalen. Eerder deze week werd bekend dat vanaf 2011 ook ontvangers van AOW mee moeten gaan betalen. Als zij een aanvullend pensioen hebben van 18.000 euro of meer en na 1945 geboren zijn, moeten zij geleidelijk aan ook AOW-premie gaan afdragen. Deze zogeheten fiscalisering van de AOW was een heikel punt bij de vorige verkiezingen. Het CDA was destijds tegen, de PvdA was voor.

Tegelijkertijd is ervoor gekozen om mensen van 62 die doorwerken tot hun 65ste een bonus te geven, ter compensatie van de fiscalisering van de AOW. Met de maatregelen wil het kabinet de arbeidsparticipatie vergroten en de AOW betaalbaar houden.

Het kabinet wil met het oog op de arbeidsparticipatie ook jonggehandicapten minder korten op hun Wajong-uitkering als zij extra werkzaamheden gaan doen.