Het einde van de verzetsromantiek

De romantisering van burgerlijke ongehoorzaamheid als motor van goede veranderingen staat dezer dagen stevig ter discussie. De discussie over het afgetreden Kamerlid Duyvendak (GroenLinks) is nu eenmaal niet los te zien van het spanningsveld tussen romantiek, emancipatie en geweld.

Burgerlijke ongehoorzaamheid is een moderne benaming voor bewuste wetsovertreding. Terecht wordt een onderscheid gemaakt tussen twee situaties waarbinnen burgerlijke ongehoorzaamheid plaatsvindt: de tirannie en de democratische rechtsorde.

Er schijnt een algemene overeenstemming te hebben bestaan over burgerlijke ongehoorzaamheid: recht op verzet onder een totalitair dan wel despotisch regime, oftewel ‘politieke misdaden’ onder een misdadig regime. Hoe men later, na het verdwijnen van het regime, met die ‘misdaden’ moet omgaan, was het thema van mijn proefschrift.

Tijdens het onderzoek viel me op dat over het recht op verzet, en zelfs soms gewapend verzet onder een totalitair regime, bijna alle filosofen en sociologen het eens waren. Verzetshandelingen worden gelegitimeerd aan de hand van de regels van een toekomstige rechtsorde. In Iran of Noord-Korea rekent dit verzet bijvoorbeeld op de introductie van democratie en mensenrechten. De regels van de toekomst moeten dus de daden van het heden legitimeren.

Maar deze stelling is niet zo vanzelfsprekend. De politieke macht, ook die van een totalitair regime, constitueert zich via het recht. De macht brengt een grond voort, de hoogste grond in de vorm van een grondwet, ten einde zichzelf en haar handelingen te kunnen rechtvaardigen. Wanneer een constitutionele macht niet langer gelegitimeerd wordt, dan verliest de wet de kracht om geldig te zijn. Dan hebben wij te maken met een politieke transitie. Gedurende deze transitie mag en moet men in verzet komen tegen een tiranniek regime.

De politieke transitie is een situatie waarin de bestaande maatschappijvorm in haar juridisch-institutionele en economisch-sociale structuren uiteengevallen is. De hoogste rechtvaardigende symbolen van de macht zijn er in de ogen van het volk of een aanzienlijk aantal individuen ontheiligd. Er moet daarom een nieuwe constitutionele macht worden opgericht.

Voor de Zuid-Afrikanen duurde deze transitie heel lang. De wet werd daar krachteloos en onder leiding van Mandela koos het ANC ervoor om tegen het apartheidsregime geweld toe te passen. De intentie was de symbolen van de apartheid treffen. In zijn biografie schreef Mandela echter uitdrukkelijk dat het niet de bedoeling was om grootschalig geweld te gebruiken, in ieder geval niet gericht tegen onschuldige burgers. Mandela zat echter in de gevangenis en het geweld liep uit de hand. Het ANC paste op grootschalige wijze geweld toe. Er vielen burgerslachtoffers en eigen aanhangers werden gemarteld en gedood.

De romantiek van de burgerlijke ongehoorzaamheid ontaardde hier en daar over de hele wereld in een ware nachtmerrie. De overwinnaarromantiek van de Tweede Wereldoorlog moest bijvoorbeeld noodgedwongen worden bijgesteld.

Ook bleek dat het verzet tegen een despotisch regime juist een onvrij regime zou kunnen vestigen. Denk daarbij aan de burgeroorlog in Algerije, waar islamitische opstandelingen vele malen inhumaner zijn dan het regime zelf. Het overwinnaarmodel van de Tweede Wereldoorlog, het Neurenberg-tribunaal, werd in toenemende mate in twijfel getrokken. In Latijns-Amerika werd in plaats daarvan een nieuwe politieke en juridische vorm uitgevonden: het onderhandelingsmodel met een waarheid- en verzoeningscommissie als vervanger van een straftribunaal. Deze democratiseringsgolf bereikte Zuid-Afrika, waar men na de strijd tegen de apartheid voor onderhandelingen en een waarheidscommissie heeft gekozen.

De burgerlijke ongehoorzaamheid en het daarmee samenhangende verzet werden er vanuit twee verschillende perspectieven benaderd: het historisch-normatieve en het empirisch-concrete. Normatief bezien was het verzet absoluut gerechtvaardigd: het apartheidsregime was gewoon fout. Maar dit betekende niet dat alle handelingen in naam van verzet gerechtvaardigd waren. Een bomaanslag in een supermarkt waarbij tientallen onschuldige blanke burgers om het leven kwamen, was een misdadige actie. Niet het verzet, maar de concrete daden van verzetsmensen werden hier gerelativeerd.

De ongelijkwaardigheid van aanspraken op rechtvaardigheid en waarheid van het apartheidsregime en het ANC werd niet in twijfel getrokken. Er werd ook niet getwijfeld aan de geldigheid van de aanspraken van het ANC.

Wel werd aan het morele en juridische gehalte van sommige verzetsdaden getwijfeld. Daarom moest een tribunaal zonder straf vaststellen of bepaalde verzetsdaden de toets van moraal en recht konden doorstaan. Dit was emotioneel voor een aantal verzetsleden onaanvaardbaar. Het werd zelfs als verraad gezien. Toch hebben de meer dan 21 waarheidscommissies een heilzame werking gehad bij de oprichting van een democratische samenleving.

Dit bijzondere type van regimeverandering (met onderhandelingen en waarheidscommissies) wijzigde de beoordeling en de normen aangaande verzetsdaden. En hiermee kwam een einde aan de verzetsromantiek. Het is niet toevallig dat premier Balkenende (CDA) deze week in het debat rond het linkse activisme naar waarheidscommissies verwees.

De volgende keer bespreek ik de burgerlijke ongehoorzaamheid onder een democratische rechtsorde.

Reageren kan op nrc.nl/ellian (Reacties worden openbaar na goedkeuring door de redactie)

    • Afshin Ellian