Grass’ nieuwste boek is in alle rust ontvangen

Joost van der Vaart

Günter Grass’ vorige boek, Beim Häuten der Zwiebel, leverde twee jaar geleden een ongekend grote rel op. Bestsellerauteur Grass (80) onthulde in dit autobiografisch getinte werk dat hij kort bij de SS-pantserdivisie ‘Frundsberg’ had gediend. Dat Grass, het morele geweten van de Bondsrepubliek, bij de Waffen SS had gediend en dit had verzwegen, viel menigeen zwaar.

Gisteren, op de eerste officiële verkoopdag van Grass’ nieuwe boek Die Box, bleven rellen uit. Die Box kwam zelfs in alle rust uit – en dat is atypisch voor Grass. Het boek begint waar Beim Häuten der Zwiebel stopt, in 1959, en loopt tot 1999, het jaar waarin Grass de Nobelprijs voor de Literatuur krijgt.

Net als zijn vorige boek heeft Günter Grass Die Box zelf geïllustreerd. Op de omslag staat een eenvoudige fotocamera in doosvorm, het ooit veel verkochte Agfa-boxje dat naar de titel verwijst. De ondertitel luidt: Dunkelkammergeschichten, (Donkerekamerverhalen).

Was Grass’ vorige boek nog grotendeels in de ik-vorm geschreven, deze keer laat hij anderen aan het woord, voornamelijk mensen die op zijn kinderen lijken. De schrijver begint zo: „Er was eens een vader die, oud geworden, zijn zoons en dochters bij elkaar riep”. Waarna het verhaal zich ontrolt van Grass’ verdere leven en dat van zijn vele familieleden, in negen hoofdstukken.

Günter Grass: Die Box. Dunkelkammergeschichten. Steidl, 215 blz. 18 euro.