Gewetensvol gedrag toont zich pas vanaf het zevende levensjaar

Jongetjes voor een computergame. Rond het zevende jaar gaan kinderen vaker eerlijker delen. Foto AP Actor Paulie Litt, of ABC sitcom Hope & Faith, right, instructs seven year old Jamal David on the V.Smile TV Learning System, at Toys"R"Us Times Square in New York, Wednesday, August 4, 2004. V.Smile connects directly to the television and is an educational video game system designed for kids aged 3 to 7 that teaches school skills. (Photo Handout/Edelman/Stuart Ramson) Associated Press

Een kleuter krijgt twee snoepjes, en mag die verdelen tussen hemzelf en een ander kind. Wat doet hij? Naarmate de leeftijd stijgt wordt de uitkomst steeds eerlijker, zo blijkt uit experimenten van Zwitserse en Duitse economen. Kleuters van 3 en 4 jaar oud hebben nog overwegend egoïstische motieven, en bedelen zichzelf stukken beter dan de ander. Op hun vijfde, zesde houden kinderen al meer rekening met de ander, maar egoïsme blijft dominant. Rond het zevende, achtste levensjaar verandert dat gedrag. Op die leeftijd geeft bijna de helft van de kinderen de ander evenveel als zichzelf: allebei één snoepje (ze kregen smarties, jellybabies of frizzers te verdelen). Conclusie van de onderzoekers luidt dan ook dat kinderen rond hun zevende, achtste levensjaar een gevoel van eerlijkheid en rechtvaardigheid ontwikkelen (Nature, 28 augustus).

Aan het onderzoek deden 229 Zwitserse kinderen mee tussen de leeftijd van 3 en 8 (127 meisjes, 102 jongens). Het stond onder leiding van hoogleraar micro-economie Ernst Fehr van de universiteit van Zürich, die al jaren onderzoek doet naar een van de meest opmerkelijke eigenschappen van de mens: zijn extreme manier van samenwerken en zijn sterke gevoel van rechtvaardigheid daarbij. Mensen werken als enige diersoort samen in grote groepsverbanden, zelfs met vreemden. Volgens hem, en een groeiende groep anderen, is die samenwerking ontstaan onder groepsdruk – groepen mensen die intensief samenwerkten waren succesvoller dan groepen die dat niet, of minder deden, en plantten zich daardoor beter voort.

Met het nu gepubliceerde onderzoek probeert Fehr zijn theorie te ondersteunen. Het bleek dat kinderen, en dan met name de jongens, rond hun zevende een duidelijk onderscheid begonnen te maken tussen bekenden en vreemden. Als aan de andere kant van de tafel een onbekend kind van een andere school zat, dan was de kans op een eerlijke verdeling van de snoepjes een stuk minder. Fehr concludeert dat het gevoel van eerlijkheid zich gelijktijdig ontwikkelt met het groepsbesef.

De vraag is wel hoe natuurgetrouw het gedrag van de kinderen in de laboratoriumsetting is. Uit de klinische psychologie is bekend dat kinderen van 3, 4 jaar oud de instructies voor een experiment lang niet altijd snappen. Ook de invloed van de proefleiderkan een rol spelen. Marcel aan de Brugh