Eredivisie telt Europees niet mee

‘Circus eredivisie’ is weer losgebarsten. De populariteit van het voetbal neemt ook over de grens steeds grotere vormen aan. Dat kan Nederland ver terugwerpen.

Andrei Arsjavin (achter de beker) met teamgenoten van Zenit Sint-Petersburg. Het elftal van Dick Advocaat won de Super Cup in een duel met Manchester United (2-1). Foto AFP Zenit St Petersburg's players pose with the trophy after winning the European Super Cup football match Manchester United vs. St Petersburg, on August 29, 2008 at the Louis II stadium in Monaco. St Petersburg won 2-1. AFP PHOTO VALERY HACHE AFP

Tal van bestuurders keken geërgerd om toen Jan Reker afgelopen woensdag tijdens de ‘presidentsverkiezing’ van de KNVB achter in de zaal het woord vroeg. Er was gelegenheid tot het stellen van vragen aan kandidaat (en latere voorzitter) Michael van Praag, maar de directeur van PSV nam de gelegenheid te baat om de bondsvergadering uitvoerig toe te spreken. Kern van zijn betoog: het Nederlandse clubvoetbal dreigt mede door de opkomst van voormalige Oostbloklanden steeds meer in de verdrukking te raken. Het aantal deelnemers uit ons land aan de Europa-Cuptoernooien zal sterk afnemen als er niets gebeurt. Er zijn maatregelen op het hoogste niveau nodig om afkalving te voorkomen.

Het was misschien niet het moment en het juiste podium waar Reker de noodklok luidde. Dat zijn zorg meer aandacht verdient dan het van veel bestuurders krijgt, is echter evident. De stadions zitten vol, Nederlandse internationals spelen bij Europese topclubs, voetbal blijft op tv een kijkcijferkanon en heeft zelfs invloed op de economie. Het aantal actieve beoefenaars blijft ondertussen groeien, vooral onder meisjes en vrouwen (98.000 van 1,1 miljoen aangesloten leden bij de KNVB). Desondanks verliest het Nederlandse clubvoetbal steeds meer terrein in Europa.

Dat manifesteert zich enerzijds in het vertrek van goede spelers, anderzijds in de verrichtingen op internationaal terrein. Talentvolle voetballers kiezen steeds vaker voor het grote geld in het buitenland. Clubliefde behoort tot een grijs verleden en de carrièreplanning van een jonge prof ziet er totaal anders uit dan twintig jaar geleden.

Uit de eredivisie vertrokken afgelopen zomer prominente spelers als Heurelho Gomes, Jefferson Farfan (beiden PSV), Orlando Engelaar (FC Twente), John Heitinga (Ajax), Gianni Zuiverloon (Heerenveen) en Robin Nelisse (FC Utrecht). In de winterstop was Afonso Alves (Heerenveen) al met veel gekrakeel naar Engeland (Middlesbrough) gevlucht. Het vertrek van Klaas Jan Huntelaar (Ajax) en Jonathan de Guzman (Feyenoord) lijkt een kwestie van tijd. De instroom bleef vooralsnog beperkt tot spelers als Dario Cvitanich, Oleguer (beiden Ajax), Andreas Isaksson, Jeremie Brechet, Francisco Rodriguez (allen PSV) en enkele buitenlanders op leeftijd, bijvoorbeeld Jon Dahl Tomasson (Feyenoord, 32) en Bonaventure Kalou (Heerenveen, 30).

Om allerlei regels te ontlopen, worden Nederlandse spelers steeds jonger naar het buitenland gelokt. Zo vertrok de zeventienjarige Danny Hoesen van het in financiële nood verkerende Fortuna naar de Engelse Premier-Leagueclub Fulham. De aanvaller had pas één duel in de hoofdmacht van de Limburgse club gespeeld. Op nog jongere leeftijd verdwijnen ook talenten van Nederlandse topclubs naar het buitenland. Dit is weliswaar in strijd met de transferregels, maar wanneer de hele familie als het ware wordt ‘opgekocht’ en feitelijk emigreert, kan er weinig tegen worden gedaan.

Hoewel deze week clubs uit Wit-Rusland en Cyprus zich plaatsten voor de lucratieve Champions League, die PSV vorig seizoen bruto 27 miljoen euro opleverde, vormen dit soort minivoetballanden nog geen bedreiging voor de eredivisie. Het is wel een feit dat er in Europa steeds meer clubs komen die forse bedragen neerleggen voor het inlijven van buitenlandse voetballers. Zo betaalde Zenit St. Petersburg deze week 30 miljoen euro voor de Portugees Daniel Miguel Alves Gomes. Daarmee werd de Nederlandse recordtransfer van Miralem Sulejmani (van Heerenveen naar Ajax voor 16,25 miljoen) ruimschoots overtroffen.

Ajax heeft komend seizoen met 65 miljoen euro de hoogste Nederlandse begroting. Dat is niet te vergelijken met bijvoorbeeld Real Madrid dat 400 miljoen euro kan uitgeven. Dit gat zal altijd wel zo groot blijven. Nederlandse clubs behoren niet meer omhoog, maar naar beneden te kijken. Ze moeten vrezen voor opkomende voetballanden als Turkije, Rusland, Roemenië, Griekenland Tsjechië en EK-organisator Oekraïne. De angst dat de steeds westers wordende Oostbloklanden Nederland voorbijstreven op de UEFA-ranking is zeker niet ongegrond.

Nederland staat momenteel achtste op de ranglijst van competitiecoëfficiënten (33.297). Die punten zeggen iets over prestaties van clubs in het Europees voetbal, gemeten over de afgelopen vijf jaar. Nederland is al gepasseerd door Rusland en Roemenië. Portugal, Oekraïne, Turkije en Schotland vormen de naaste belagers. Nederland heeft het geluk dat bij de nieuwe opzet van de Champions League de beste twaalf landen verzekerd zullen zijn van een plaats in het hoofdtoernooi. Ons land dreigt vanaf volgend jaar namelijk ver terug te vallen op de ranglijst omdat dan de punten (12.000) van het seizoen 2004-2005, toen PSV de halve finale bereikte van de Champions League, vervallen. Dat zou op basis van de huidige opzet een UEFA-Cupdeelnemer kunnen kosten.

De kans dat een Nederlandse ploeg zich de komende jaren nog eens bij de elite van Europa schaart lijkt nihil. Het is niet gewaagd te voorspellen dat de eredivisie komend seizoen weer zal inboeten aan kijkgenot en kwaliteit.

    • Koen Greven En
    • Erik Oudshoorn