Een gevoelig man die zelfs droomde van het genie Enzo Ferrari

De donderdag op 81-jarige leeftijd overleden Amerikaanse autocoureur Phil Hill koesterde een haat-liefdeverhouding met ‘Commendatore’ Ferrari, maar won wel het WK.

Hill tijdens de GP F1 in Zandvoort, 1962. Foto FAWA Phil Hill (1927-2008), eerste Amerikaanse wereldkampioen in Formule 1. De donderdag op 81-jarige leeftijd overleden Amerikaanse autocoureur Phil Hill koesterde een haat-liefdeverhouding met ‘Commendatore’ Ferrari, maar won wel het WK. FAWA

Met Ferrari werd Philip Toll Hill in 1961 als eerste Amerikaan wereldkampioen in de formule 1, maar de weg naar die titel was lang en gevaarlijk. Halverwege de jaren vijftig behaalde hij als sportwagencoureur steeds meer succes. Voor het officiële Ferrariteam won hij, samen met de Belg Olivier Gendebien, in 1958 de 24-uursrace van Le Mans. Daarvoor was hij al geruime tijd bezig een plaatsje te krijgen in de beroemde Italiaanse formule 1 renstal.

Maar ook na die triomf in Le Mans werd zijn bede niet verhoord. Voor de zoveelste keer werd hij aan het lijntje gehouden. Hij tartte het team en leende een Maserati van de Zweed Joakim Bonnier om er, een week later, mee te debuteren in de Grand Prix Formule 1 van Frankrijk op het wegcircuit van Reims. Hill eindigde onopvallend zevende in de historische wedstrijd want vijfvoudig wereldkampioen Juan Manuel Fangio startte er voor het laatst. Coureur Luigi Musso verongelukte. Fangio’s afscheid verliep hand in hand met de dood, een vrijwel niet af te schudden metgezel van de coureurs in die periode.

Hill kreeg er nog regelmatig mee te maken. De gevoelige Amerikaan (na zijn carrière restaureerde hij oldtimers en schreef artikelen) maakte zich kwaad om Ferrari’s barre behandeling. „Ik was rijp voor de Formule 1. Ze hadden me beter wat eerder kunnen laten rijden. Die hele racerij maakten ze zo mystiek dat het leek alsof je moest deelnemen aan een inwijdingsceremonie. Wat een onzin.”

Na twee proefraces in 1958 kon de Scuderia vanaf 1959 niet om hem heen; het begin van een vier jaar durende samenwerking met tal van conflicten. Hill streed niet alleen met de leden van zijn team, maar eveneens met zijn chronisch gebrek aan zelfvertrouwen. „Ik had de drang om te winnen, maar er woedde ook een sterke roep om in leven te blijven.”

Intriges waren er legio bij de Scuderia. Als iets niet klopte aan de auto, kreeg hij verbeteringen moeilijk doorgevoerd. Coureurs moeten niet zeuren, maar rijden, was de mentaliteit. Via omwegen kreeg Hill zijn zin door oplossingen te suggereren bij monteurs en ingenieurs. „En dan voltrok zich een merkwaardig spel. Opeens riep deze of gene dat hij wist waar de schoen knelde en maakten ze aanpassingen. Het duurde even voordat ik dat doorhad.”

Als 34-jarige behaalde hij in 1961 zijn grootste triomf. Op Monza won hij en werd wereldkampioen; teamgenoot Wolfgang von Trips verongelukte. Mentaal was Hill aangeslagen. „Destijds ontkende ik dat, maar ik was al naar te veel begrafenissen geweest.” Na een miserabel seizoen in 1962 vertrok Hill bij Ferrari en stopte in 1967 met racen. Later meende hij door zijn eigen problemen het genie van Enzo Ferrari te hebben onderschat. „Het was een communicatie probleem”, schreef Hill in een terugblik. Waarin hij een merkwaardige droom uit 1971 oprakelde. Daarin verscheen Ferrari die hem berispte over een van zijn artikelen. „Ferrari was woedend, viel achterover en kromp ineen. Hij was maar een halve meter toen ik hem opraapte. Toen beet hij me zo hard in mijn arm dat ik hem liet vallen. Maak daarvan wat u wilt.” Wat ook opgaat voor de woorden van Ferrari’s president Luca di Montezemolo over Hill, gisteren. „Een groot kampioen die altijd alles voor onze renstal heeft gegeven.”