Duizelingwekkend gepieker

Het Tal Memorial werd gespeeld in een fraaie zaal van het luxueuze Moskouse warenhuis GUM, dat ik nog ken uit de tijd dat aan de kassa’s met telraampjes werd gewerkt en op de schappen spullen stonden die je niet cadeau wilde hebben. Nu is het een waar consumptiepaleis.

De wonderbaarlijke Vasili Ivantsjoek, bijna al een veteraan, won het toernooi met de mooie score van 6 uit 9. Na hem kwam met een vol punt achterstand een groepje van vier, waaronder Vladimir Kramnik.

Voor Kramnik was het een redelijk resultaat in een wedstrijd die hij beschouwde als een training voor zijn match om het wereldkampioenschap tegen Anand in oktober.

Robert Fontaine, de verslaggever van het tijdschrift Europe Echecs, stelde hem in een video-interview de voor de hand liggende vraag of het niet moeilijk was geweest dat hij niets van zijn openingsvoorbereiding mocht laten zien. Uit het antwoord van Kramnik bleek dat het nog veel moeilijker was dan je zou denken, zo moeilijk dat het je bijna gaat duizelen.

Helemaal niets laten zien was ook niet goed, legde Kramnik uit, want dat zou Anand ook veel informatie geven, namelijk dat Kramnik de openingsvarianten die hij in Moskou speelde niet in de match zou toepassen.

Je moest het mengen, sommige dingen wel laten zien en andere niet. En zo zat Kramnik voor en zelfs tijdens zijn partijen voortdurend te piekeren of hij bepaalde zetten nu wel of niet moest spelen. Juist om zijn geheimen te beschermen, moest hij er iets van laten zien, maar niet te veel.

Alles goed en wel, kun je denken, maar gaf Kramnik met dit interview ook geen belangrijke informatie aan Anand, door te vertellen dat hij in Moskou al iets van zijn openingsvoorbereiding voor de match had laten zien?

Ja, als hij de waarheid sprak, maar daar zal Anand niet zonder meer van uit gaan. Anand moet er rekening mee houden dat Kramnik hem probeerde te misleiden en dat hij in werkelijkheid helemaal niets van zijn geheimen had prijsgegeven.

‘Kramnik zegt maar wat en in feite heeft hij in Moskou niets gespeeld dat hij ook tegen mij wil spelen’ zou Anand kunnen denken, maar die conclusie zou veel te simpel zijn en tot catastrofale gevolgen kunnen leiden.

Zulke simpele conclusies trekt de slimme Anand niet. Hij denkt: ‘Kramnik probeert mij voor de gek te houden, dat is zeker. Maar hoe? Hij weet dat ik ook niet gek ben, en dat ik niet alles voor zoete koek neem wat hij zegt. Dat betekent dus dat hij me op een veel subtieler manier zou kunnen misleiden, niet door te liegen, maar juist door de waarheid te spreken.’

Het is duidelijk dat ook dit niet de laatste stap in het labyrint van redeneringen hoeft te zijn en dat aan het duizelingwekkende gepieker nooit een einde komt.

Vladimir Kramnik – Gata Kamsky, Tal Memorial Moskou

1. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 d5 4. Pf3 Lg7 5. Lf4 0-0 6. e3 c5 7. dxc5 Da5 8. Tc1 dxc4 9. Lxc4 Dxc5 10. Lb3 Pc6 11. 0-0 Da5 12. h3 Lf5 13. De2 Pe4 14. Pd5 e5 15. Lh2 In Karpov-Kasparov, WK match Londen 1986, introduceerde Karpov het kwaliteitsoffer 15. Txc6, wat Kasparov – naar hij later schreef ten onrechte – niet aannam. Hij speelde 15...exf4 en na 16. Tc7 stond wit beter. 15...Le6 16. Tfd1 Tfd8 17. Dc4 Pf6 18. e4 Tac8 19. Pg5 Pd4 Een buitengewoon ingewikkelde stelling, tenminste voor mensen die dit voor het eerst zouden zien. Kramnik en Kamsky waren ongetwijfeld beter op de hoogte. 20. Pe7+ Kf8 21. Pxe6+ Kxe7

Nu moet wit de dame geven, maar hij krijgt er genoeg materiaal voor. 22. Pxd8 Txc4 23. Lxc4 Het lijkt erg spannend, behalve als je in de database ziet dat dit alles al vaak was voorgekomen en dat het bijna altijd remise werd. Zwart kan wits paard niet pakken, want na 23...Dxd8 24. Lxe5 of 23...Kxd8 24. b4 Dc7 25. Txd4 zou wit in het voordeel zijn. 23...Pe8 Deze zet was nog niet eerder door een mens gespeeld, maar wel in een partij uit 2001 tussen twee computers. 24. Pxf7 b5 Zo wint zwart toch wat materiaal. 25. Ld5 De computer deed 25. Pxe5, waarna zwart iets beter stond. 25...Pe2+ 26. Kh1 Pxc1 27. Txc1 Dd2 28. Tc8 Dxf2 De veiligste zet. Na 28...Dxb2 heeft wit het grappige zetje 29. Lg1 met de bedoeling 30. f3 of 30. f4 met koningsaanval. 29. Lg1 Df1 30. Ta8 Pc7 31. Txa7 Kd7 32. b3 g5 Wit dreigt met zijn a-pion te gaan lopen, dus zwart moet opschieten om op eeuwig schaak te spelen. 33. a4 33. Pxg5 Lh6 34. Pf3 Le3 zou goed voor zwart zijn. 33...g4 34. hxg4 Df6 35. g5 Df4 36. axb5 Er valt niets meer tegen het eeuwig schaak te doen. 36...Dh4+ 37. Lh2 De1+ 38. Lg1 Remise