De week die was in Fictie

De actualiteit wordt weerspiegeld in de kunst.

Marja Pruis maakte in haar roman Atoomgeheimen al een karikatuur van de afrekening met de jaren tachtig.

De actualiteit wordt weerspiegeld in de kunst. Marja Pruis maakte in haar roman Atoomgeheimen al een karikatuur van de afrekening met de jaren tachtig. Marja Pruis: Atoomgeheimen. Nijgh & Van Ditmar, € 17,50.

‘Cramer vs. Kramer’. De grap moet de afgelopen dagen vaak gemaakt zijn, al was-ie niet terug te lezen in een van de vele krantenkoppen die deze week werden gewijd aan het lastige parket waarin milieuminister Jacqueline Cramer verzeild is geraakt. De Volkskrant kwam er nog het dichtst in de buurt, met de kop ‘Cramer distantieert zich van Kramer’ – boven het voorpaginabericht dat de PvdA-minister ‘zegt zich niets te kunnen herinneren van steunbetuiging uit 1986 aan het actieblad Bluf!’; een steunbetuiging die, fout gespeld, (‘Jaqueline Kramer’) was ondertekend.

Storm in een glas water natuurlijk, maar het mini-heksenjachtje maakt in elk geval duidelijk dat na de jaren zestig nu de jaren tachtig onder vuur liggen. De affaire-Duyvendak (politicus schrikt van naijleffecten actieverleden en treedt af) was het startschot, en iedere voormalige activist met een politieke functie moet bij zichzelf te rade gaan. Of zoals het Parool het gisteren op de voorpagina formuleerde: ‘De jaren tachtig slaan toe’. (Behalve dan bij de Britse oud-premier Margaret Thatcher, want die weet zich dankzij vergevorderde dementie niets meer te herinneren van dat ook in Engeland memorabele tijdvak.)

In de politiek mag de verwerking van de jaren tachtig begonnen zijn, in de literatuur is dat al een tijdje het geval. Zoals de backlash tegen de ‘achtenzestigers’ in Frankrijk pas momentum kreeg door de publicatie van Michel Houellebecqs Elementaire deeltjes, zo zijn de holheid, de harteloosheid en de agressie van de ‘zesentachtigers’ in Nederland over het voetlicht gebracht door Joost Zwagerman en A.F.Th. van der Heijden; en dan laten we epigonen als Joost Niemöller (Broers) en Leon Gommers (De ziel van de kakkerlak) nog buiten beschouwing. Maar de gevallen Duyvendak en Cramer doen veel sterker denken aan een recente roman van Marja Pruis waarin een succesvolle burgervrouw anno 2007 bezocht wordt door de fouten (en vijanden) die zij als frontsoldate in de krakersbeweging gemaakt heeft.

In Atoomgeheimen, te vinden op de tiplijst van de AKO-literatuurprijs, wordt een karikatuur gegeven van een tijd waarin macaronistamppot en feministies lesbianisme net zo gewoon waren als slobbertruien en harde axie. Tegelijkertijd maakt Pruis duidelijk dat de destijds zo aardige jongens en meisjes behoorlijk konden ontsporen; en ook dat je jaren na dato vaak moet inzien dat je als sympathisant met terugwerkende kracht guilty by association kunt worden. Want, zo denkt de hoofdpersoon in onbeholpen proza dat haar actieverleden verraadt: ‘Een van de kenmerken van het deel uitmaken van een beweging is dat zolang je erin zit, alles even logisch als heroïsch is, terwijl je maar één stap opzij hoeft te zetten om de dictatoriale kolder van het een en ander in te zien.’

Pieter Steinz

Marja Pruis: Atoomgeheimen. Nijgh & Van Ditmar, € 17,50.
    • Pieter Steinz