De sluipmoordenaar van de Hugo Molenaarstraat

Paalrot zorgt in Rotterdam voor verzakkende huizen. Gedupeerden worden op kosten gejaagd. „Een feestje durf ik niet meer te geven, uit angst dat de vloer het begeeft.”

Een kromgetrokken achtergevel aan de Hugo Molenaarstraat in Rotterdam-West. Rotterdam, 28-08-08. De verschrikkelijke gevolgen van paalrot in de huizen van Duco Sleeswijk Visser en zijn buren in de Hugo Molenaarstr. te Rotterdam. Foto Leo van Velzen NrcHb Velzen, Leo van

Op de bovenverdieping kan hij „bij de buurman een kopje van het aanrecht pakken”. Zo groot is inmiddels de scheur in de muur.

Duco Sleeswijk Visser (30) verstaat de kunst van het overdrijven, zo lijkt het. Maar eenmaal op de bovenste verdieping blijkt de bewoner van de Hugo Molenaarstraat in Rotterdam-West niets te veel gezegd te hebben. Hij kan zijn arm letterlijk door de muur steken.

Sleeswijk Visser woont in de kwetsbare zone van Rotterdam: de grotendeels uit veen en klei opgetrokken noordoever van de stad. Een inklinkende bodem en een dalend grondwaterpeil fungeren hier als sluipmoordenaars. Kapotte rioolbuizen bevorderen de waterafvoer, waardoor de funderingspalen nog verder bloot komen te liggen en dus gaan rotten. Gevolg: grootscheepse verzakkingen, vooral van woningen die vóór 1960 zijn gebouwd.

Sleeswijk Visser maakt een wat laconieke indruk, hoewel de paalrot zijn woning ernstig heeft aangetast. „Ik begin zo langzamerhand te wennen aan deze ellende.” Twee funderingswerkers hebben zijn woonkamer opengelegd om acuut instortingsgevaar te voorkomen. Een noodmaatregel, legt Sleeswijk Visser uit. „Ik heb geen keuze.” Hij overweegt binnenkort in te trekken bij een vriendin, samen met vrouw en kind.

Vrij van zorgen zal Sleeswijk Visser de komende jaren niet zijn, zoveel is zeker. Hij vermoedt dat zijn kosten zullen oplopen tot 60.000 euro. „Mijn probleem is: ik heb maximaal geleend en kan mijn hypotheek dus niet verhogen.” Bovendien, zo constateert de werktuigbouwkundige, blijkt niet iedereen in zijn woonblok bereid de funderingsproblemen aan te pakken.

Vandaag krijgt hij bezoek van twee PvdA’ers, Tweede Kamerlid Jan Boelhouwer en het Rotterdamse raadslid Duco Hoogland. Beiden willen zien en horen hoe groot de schade is in dit deel van de deelgemeente Delfshaven. Voorzitter Ad van Wensen van de Belangenvereniging Funderingsproblematiek (BVFP) komt ook poolshoogte nemen. Sinds 1 juli heeft zijn landelijke stichting ook een Rotterdamse dependance. De gemeente schat het aantal gedupeerde huiseigenaren in de stad op maximaal 8.000. Vooral de noordoever (zeven deelgemeenten) is getroffen.

Boelhouwer is bezig met een notitie over paalrot, die hij eind dit jaar de Tweede Kamercommissie hoopt aan te bieden. Opnieuw pleiten voor de oprichting van een landelijk schadefonds funderingsherstel heeft „op dit moment politiek gezien geen zin”, zegt hij. Dat voorstel sneuvelde niet voor niets bij de kabinetsformatie. Nederland telt naar schatting 400.000 gedupeerde huizenbezitters, rekent Boelhouwer voor, terwijl het herstel van één woning gemiddeld 60.000 euro kost. En 24 miljard tovert het kabinet niet uit de hoge hoed.

Om slachtoffers toch financieel tegemoet te komen, denkt Boelhouwer aan een laag btw-tarief. Verder pleit hij voor een informatieplicht voor makelaars. „Omdat potentiële kopers niet gewezen worden op funderingsrisico’s komen velen later voor onaangename verrassingen te staan.” Op aandringen van de BVFP besteedt de Nederlandse Vereniging van Makelaars in de bijscholing van huizenverkopers inmiddels aandacht aan de gewenste funderingsparagraaf in koopcontracten.

Christelle Keizer (31) woont eveneens aan de Hugo Molenaarstraat en heeft twee bouwkundigen ingeschakeld, voordat zij haar woning, nu ruim twee jaar geleden, besloot te kopen. Beide deskundigen zagen geen noodzaak tot aanvullend funderingsonderzoek. De straat stond destijds bovendien nog niet te boek als risicogebied. „Mijn vader is nota bene architect. Ook hij heeft de woning van binnen en van buiten bekeken. Alles leek te kloppen.”

Maar twaalf maanden na de eerste scheur is haar woning veranderd in een bouwval: meerdere scheuren in het trappenhuis en een kromgetrokken achtergevel, waardoor het achterraam niet meer geopend kan worden en het glas op springen staat. „Een feestje durf ik niet meer te geven, uit angst dat de vloer het begeeft.” Want „de muren zweven” in haar woonblok, weet Keizer.

Toch zegt ze nog van geluk te mogen spreken. Keizer heeft jarenlang „in de ambtenarij” gewerkt. „Ik ken de wegen, en ik geef niet op. Al heb je er wel een halve baan bij.” Haar voorlopige conclusie? „De gemeente zou wat genereuzer mogen zijn, en meer de regie moeten nemen.”

Bijvoorbeeld door onwillige woningbezitters „op de een of andere manier” te dwingen om mee te betalen aan het herstel, aldus BVFP-voorzitter Van Wensen. Een woonblok is immers een bouwkundige eenheid, die gelijktijdig hersteld dient te worden. „Gebeurt dat niet, dan openbaren de problemen zich vroeg of laat opnieuw door één zwakke schakel.”

    • Mark Hoogstad