De rat redt

In Tanzania worden ratten opgeleid tot mijnenspeurder. Ze leren ook explosieven ruiken en tuberculose herkennen.

De rat krijgt na elke vondst een klikje te horen en een hapje te eten In Tanzania worden ratten opgeleid tot mijnenspeurder. Ze leren ook explosieven ruiken en tuberculose herkennen. APOPO.org

Het is zeven uur ’s ochtends. Vin Diesel, Castro, Lee Perry en Garvey wachten rustig af, terwijl de trainers zich verzamelen bij de truck voor de poort van de landbouwuniversiteit van Morogoro. De zon staat nog laag en het is koel. Veilig opgeborgen in hun kooien in de truck worden ze zo meteen naar de trainingsvelden gereden. Daar staat hun de dagelijkse training te wachten, die ‘HeroRats’ van hen zal maken. De truck trekt op en laat grote stofwolken achter op de onverharde weg. ‘Because landmines stink and rats smell really well’ staat er op de laadbak.

Sinds 2000 worden in Morogoro, een stad in Tanzania, Afrikaanse reuzenhamsterratten getraind in het opsporen van landmijnen. Het idee kwam van Bart Weetjens, een Belgische productontwikkelaar met een voorliefde voor knaagdieren. Hij zette de organisatie APOPO op en deed een haalbaarheidstudie in samenwerking met de universiteit van Antwerpen. Ratten werden getraind om geurstalen van explosieven te herkennen en behaalden daarbij zulke succesvolle resultaten, dat het project al snel uitgroeide en zich verplaatste naar Tanzania. De lange samenwerking tussen de universiteit van Antwerpen en die van Morogoro enerzijds en de nabijheid van landen die als werkgebied kunnen dienen anderzijds, verklaren de keuze voor het Oost-Afrikaanse land.

Op twee kilometer afstand van het trainingscentrum liggen de trainingsvelden, waar ruim 1.500 mijnen begraven liggen. „Geen actieve mijnen”, licht Majenda Muthila, chef van de veldtraining, haastig toe, maar gedemonteerde explosieven. „Wat hebben we hier allemaal liggen?” roept hij naar een collega die bezig is een van de ratten uit zijn kooi te halen. Veertien verschillende soorten mijnen, antwoordt die. „M14, M16, PMD6, mortier, ga zo maar door.”

Van maandag tot en met vrijdag gaan de trainers dagelijks twintig minuten aan de slag met ‘hun’ ratten. De rat, die wel veertig centimeter lang kan worden, exclusief even zo lange staart, wordt in een tuigje gehesen waar een riem aan wordt vastgekoppeld. Die riem is verbonden aan een touw dat twee trainers tussen zich in houden. Als het dier de ene trainer bereikt, schuiven de trainers een halve meter op en begint de rat weer aan zijn speurtocht naar de andere trainer. Een afgezet veld wordt op deze manier systematisch uitgekamd. Ruikt de rat een mijn, dan krabbelt hij met zijn pootje over de grond. En volgt er een beloning voor de superspeurder.

„De ratten komen op het veld wanneer ze een maand of drie oud zijn en een voorbereidende training hebben afgerond”, legt Muthila uit. Die training begint vijf weken na de geboorte. Het jonge ratje wordt eerst een week lang door een trainer gevoed om aan mensen te wennen. Daarna krijgt hij alleen eten na het horen van een klikgeluid. Zo leert hij ‘klik’ te associëren met een lekker hapje; wat geprakte banaan of een pinda. Weer later leert hij in een glazen kooi dat het ruiken van explosieve geurstof wordt beloond met een klik, en dus eten. De taken worden elke keer wat complexer. Van een glazen kooi met één geuropening, gaat de rat naar een kooi met drie openingen. Wanneer hij erin slaagt de openingen zonder geur links te laten liggen en de opening met explosievengeur aan te geven door met zijn pootje op de grond te krabben, is hij klaar voor de vervolgtraining.

Op het veld gaan de trainingsstadia voor de zogenaamde ‘directe detectie’ van explosieven verder. Hier speurt de rat achtereenvolgens naar een begraven thee-ei met het explosief TNT in een kleine bak, naar begraven mijnen in een veld van drie bij twintig meter en van vijf bij twintig meter. Als laatste trainingsstadium moet de rat mijnen lokaliseren in een veld waar ook de trainer niet weet waar ze liggen. Om het nog wat lastiger te maken, zijn de mijnen verpakt in verschillende materialen als plastic en ijzer en liggen er ook dummy’s in het veld, oliefilters bijvoorbeeld. „Een gemiddelde rat doet er een maand over om een stadium onder de knie te krijgen”, vertelt Muthila. „Elk stadium wordt afgesloten met een examen. Daarbij mag de rat wel een vals positief geven, maar absoluut geen mijn missen.”

Op werkdagen krijgen de ratten voornamelijk voedsel als beloning voor het opsporen van een mijn. Rat Jaffari heeft last van de typische ‘maandagochtendblues’. Hij heeft zich afgelopen weekend volgevreten en is op maandagochtend niet gemotiveerd om te werken voor zijn eten. Hij wordt over het veld getrokken door de trainers die het touw bedienen. Op een ander veld is niets te merken van het ‘gratis’ weekendmaal. Garvey legt al snuffelend met trillende snorharen zijn traject af. Dan krabt hij met zijn pootje en heeft hij beet; hier ligt inderdaad een mijn, weet de trainer. Hij drukt op de klikker. Garvey rent naar hem toe om zijn beloning te innen en klemt zijn poten stevig om het banaantje dat hem wordt aangeboden.

Om negen uur, als de zon hoger aan de hemel staat en het al warm begint te worden op het veld, zit het werk erop en gaan Jaffari, Garvey en andere helden-in-opleiding terug naar hun koele hokken in het trainingscentrum. In totaal huizen hier zo’n driehonderd ratten, verdeeld over vier secties. Eén kennel is bestemd voor broeden en nesten. Er wordt gefokt met wilde ratten, die ’s nachts, wanneer ze op zoek zijn naar voedsel, gevangen worden op de lokale markt. De jonge ratten worden gebruikt voor de training, en worden na de voorbereidende training verdeeld over de sectie veldtraining-ratten, REST-ratten en TBC-ratten.

„REST staat voor Remote Explosive Scent Tracing”, legt trainingscentrumdirecteur Christophe Cox uit. „De REST-ratten leren aan te geven of er sporen van explosieven zitten in grondstalen. Er gaat veel geld verloren door het ontmijnen van gebieden waar achteraf helemaal geen mijnen blijken te liggen. Met REST neem je elke vijftig tot honderd meter een oppervlaktestaal. Wanneer de rat aangeeft dat er explosieven in de grondstaal zitten, wordt het gebied ontmijnd. Met hulp van ratten volgens de methode van directe detectie zoals het hier op de veldtraining wordt aangeleerd, of door andere ontmijningstechnieken. Worden er geen explosieven gevonden, dan kan het gebied worden vrijgegeven.”

Een REST-trainer loopt voorbij met een jonge rat van vier maanden op de arm. De rat gaat vandaag voor het eerst trainen in een kooi met tien geuropeningen op een rij. Daarvoor trainde hij met drie openingen. Het is nog even wennen voor het jonge dier, dat wat heen en weer rent door de kooi. Het weet niet goed waar te beginnen, legt de trainer uit. Dan vindt de rat een opening met de geur waar hij naar op zoek is. Bingo! De opening in de kooi waar hij zijn beloning kan halen, weet hij wel direct te vinden.

APOPO traint op dit moment zo’n tweehonderd ratten voor REST en directe detectie. Wanneer de trainingcyclus is afgerond, volgt het grote examen van het Mozambikaans nationale ontmijningsinstituut en het Geneva International Centre for Humanitarian Demining (GICHD). In 2004 deed het eerste rattenteam examen. De dieren die slaagden, werden één tot twee jaar ingezet op ontmijningsprojecten in Mozambique. Afgelopen juni vonden er weer accreditatietesten plaats, waaraan zowel nieuwe als al werkzame ratten deelnamen, 25 ratten doorstonden het examen, slechts twee haalden het niet. 33 ratten zijn op dit moment werkzaam in Mozambique.

Door REST vonden HeroRats onder andere een actieve mortiergranaat en kogels in een gebied waar een weg aangelegd zou worden. Na de ontmijning kon het gebied ontwikkeld worden. In de zestien jaar die verstreken zijn sinds het einde van de burgeroorlog in Mozambique (1977-1992), veroorzaakten mijnen niet alleen vele doden en gewonden, maar belemmerden ze ook de ontwikkeling. Landbouwgronden werden niet ontgonnen en infrastructuur werd niet uitgebreid uit angst voor actieve mijnen. Inmiddels zijn grote delen van het land ontmijnd en nemen de ontmijningsactiviteiten en de subsidies ervoor af. Het geld gaat nu vaker naar nieuwe ontmijningsgebieden, zoals in Angola.

Voor APOPO vormen de afnemende subsidies in Mozambique een probleem. De organisatie heeft nog te weinig operationele projecten om financieel op eigen benen te staan. De humanitaire ontmijningssector wordt gefinancierd door ontwikkelingsfondsen. Omdat APOPO een relatief nieuwe speler is, heeft de organisatie binnen deze sector nog onvoldoende voet aan de grond. Wat overblijft is de commerciële ontmijningssector, een zeer kleine markt die lastig te betreden is.

Jammer, vindt Cox, want de ratten doen het beter dan welke ontmijningstechniek ook. Een HeroRat scant honderd vierkante meter grond in een half uur. Een manuele ontmijner doet daar twee dagen over. Ratten zijn efficiënt en in vergelijking met honden goedkoper in onderhoud en minder afhankelijk van een trainer. Een trainer kan vijftien ratten per dag trainen tegenover twee honden per dag.

Ondanks deze feiten is APOPO voorlopig nog afhankelijk van donors en partners. Een groot deel van het programma werd gefinancierd door het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken maar sinds vorig jaar steekt het ministerie alleen nog geld in operationele zaken, zoals uitvoerend werk in Mozambique. Voor onderzoek en ontwikkeling is er geen financiële steun meer. De organisatie Norwegian People’s Aid wil de ratten gaan inzetten in Angola, de nieuwe ontmijnings-hotspot, maar zoekt daarvoor nog een donor. Cox: „In Angola ligt genoeg werk voor de ratten. De bevrijding van een groep olifanten bijvoorbeeld, die vastzit in een klein gebied omringd door mijnen. Ook olifanten schijnen een intuïtief gevoel voor mijnen te hebben. Er zijn plannen om een doorgang te ontmijnen, waar de HeroRats wellicht voor worden ingezet. Ratten bevrijden olifanten, dat zou toch mooi zijn.”

Om het hoofd boven water te houden, kijkt APOPO ook naar andere toepassingen voor haar ratten. Veelbelovend zijn de resultaten van tuberculosedetectie door ratten. Daarbij worden dezelfde trainingsmethoden gebruikt als bij mijndetectie. Het laboratorium in Dar es Salaam levert tbc-stalen aan die de ratten moeten herkennen aan de geur. Wekelijks halen de ratten er drie tot vijftien tbc-stalen uit die in het lab bij microscopie gemist zijn. Uit een recente publicatie blijkt dat microscopie slechts 37 procent van de positieve stalen detecteert. De meest betrouwbare methode is het op kweek zetten van een staal. Het nadeel van deze methode is dat ze zes weken duurt en daarom niet te gebruiken is voor de dagelijkse diagnose. De HeroRats halen een score van 90 procent en detecteren de stalen binnen een paar minuten. Een snelle detectie kan letterlijk van levensbelang zijn bij een uitbraak van tbc, dat zich razendsnel verspreidt.

De heldenratten zouden ook ingezet kunnen worden als ‘camerats’. Ze worden voorzien van een klein cameraatje en kunnen zo uitkomst bieden bij reddingsoperaties op plekken waar mensen of honden niet kunnen komen. Terwijl Christophe Cox opleeft bij de mogelijkheden die nog allemaal in petto zijn voor zijn ratten, brengen Vin Diesel, Castro, Lee Perry en Garvey de middag slapend door onder het stro in hun hokken. Rust die ze goed kunnen gebruiken voor alle heldendaden die ze in de toekomst nog moeten verrichten.