De polder Arkenheem

Zo zag de Nederlandse polder er dus uit voordat de ruilverkaveling in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw de boel rechttrok en gladstreek. De boeren van de polder Arkenheem deden er niet aan mee en kijk nou eens wat een swing: sloten die het drassige land niet doorsnijden met rechte lijnen maar, links, rechts, links, winkelhaken trekken. Of krommes. Weelderige grassen en gepluimd riet zijn hun stola’s, de rijen paarsroze bloeiende kattestaart hun opsteker. Man juicht vooral de haagwindes en hun witte kelken toe, omdat ze zich wikkelen rond volgens hem „saaie planten’’. Hij heeft het over de moerasspirea. Die vind ik helemaal niet saai. Laat maar. Die strijd ga ik niet aan.

Die roze lantaarns, zijn dat zwanenbloemen? Ja. Je ziet ze zelden, maar hier groeien ze, op de uiterste rand van de slootkant, daar houden ze van. Als je ze van dichtbij wilt bekijken dan moet je op je buik gaan liggen. In de sloten bloeien de witte bloemtrosjes van het pijlkruid. Kieviten zitten stilletjes met zijn honderden in het weiland, hoe langer je kijkt, des te meer kopjes zie je. Regelmatig vliegen ze met zijn allen op voor een dwarrelende vlucht.

Het lijkt hier wel een ouderwetse schoolplaat. De horizon wordt bepaald door de beroete schoorsteenpijp van een antiek stoomgemaal. En alles doet het extra goed, met dank aan een zachtmoedige hemel met wolken als vinvissen.

Langs een vaart zitten brede ruggen mannetje aan mannetje (plus één vrouwtje) op klapstoelen tussen allerhande parafernalia: Hengelsportvereniging Hoop Op Geluk organiseert een viswedstrijd. De vis verliest.

Aanvankelijk drong het geronk van het snelverkeer zich nog op, maar zodra ik rozenbottels had gezien (oranje kan ook mooi zijn) was dat verdwenen.

We belopen inmiddels de Zeedijk. Zee? Ja, de Zuiderzee. Vroeger. Het water babbelt tegen de oever. Een cohort aalscholvers controleert het water. Er wordt gezeild, de schuiten glijden gladjes voorbij. In scheuren in het asfalt klauwt zich gras omhoog en gluurt over de randen.

Het stoomgemaal ligt als een propere luchtspiegeling in het land, aan het einde van een vliet, stijl Cornelis Jetses, denk Ot en Sien. Glundere vrijwilligers lopen er de boel te onderhouden.

Hè? Jaws? Nee, de drie driehoeken in die plas zijn geen haaien, het zijn staarten. Een moederzwaan doet duikoefeningen met haar pubers.

We staan stil want ons pad wordt gekruist door een stoet ouderwetse tractoren, op weg naar een, naar ik aanneem wild, feest. De meeste zijn rood. „,Lamborghini’s’’, weet man.

Joyce Roodnat

13 km. Route ‘Rondje stoomgemaal’. Uitg. IVN Nijkerk en Waterschap Vallei en Eem. Prijs 2,50 euro. Verkrijgbaar bij: VVV/ANWB Nijkerk, Plein 2B. Inf. 033-2464465 of www.vvv anwbnijkerk.nl .
    • Joyce Roodnat