De NAVO had Georgië kunnen beschermen tegen oorlog

Door toenadering van Georgië en Oekraïne tot de NAVO te blokkeren, hebben Duitsland en Frankrijk het Russische offensief in Georgië uitgelokt. Europa mag niet langer verdeeld zijn.

André Glucksmann is filosoof, Bernard-Henri Lévy is lid van de raad van toezicht van de Franse krant Libération.

De Russische invasie in Georgië is niet zomaar een lokale kwestie, nee, het is waarschijnlijk het belangrijkste keerpunt in de Europese geschiedenis sinds de val van de Berlijnse Muur. Wie er als eerste heeft geschoten doet er al niet meer toe. Dit optreden van de Russische strijdkrachten buiten hun landsgrenzen tegen een onafhankelijk lid van de Verenigde Naties is het eerste sinds de inval in Afghanistan. In 1989 heeft Gorbatsjov geweigerd Sovjettanks te sturen naar het Polen van Solidarnosc. Vijf jaar later keek Jeltsin wel uit om Russische divisies naar Joegoslavië te sturen om Milosevic te steunen. Poetin zelf heeft het niet gewaagd zijn troepen te laten optreden tegen de Rozenrevolutie (Georgië, 2002) of later tegen de Oranjerevolutie (Oekraïne, 2004). Maar nu staat alles op losse schroeven. Een nieuwe wereld, met nieuwe spelregels, dreigt voor ons op te doemen.

Waarom riepen de Europese Unie en de Verenigde Staten de invasie in het bevriende Georgië geen halt toe? Zullen we straks beleven dat Michail Saakasjvili – een democratisch gekozen, pro-westerse leider – wordt afgezet, verbannen, vervangen door een marionet of opgeknoopt? Zal er straks orde heersen in Tbilisi, zoals in Boedapest in 1956 en in Praag in 1968? Op die simpele vragen is maar één enkel antwoord mogelijk. Het gaat erom een met de dood bedreigde democratie te redden. Want het gaat niet alleen om Georgië. Het gaat ook om Oekraïne, Azerbajdzjan, Centraal-Azië en Oost-Europa, dus om Europa. Als wij de tanks en de bommenwerpers Georgië laten vernielen, geven wij alle naaste en minder naaste buren van het Grote Rusland te kennen dat wij hen nooit zullen verdedigen, dat onze toezeggingen vodjes papier zijn en onze goede bedoelingen niets voorstellen, en dat zij van ons niets te verwachten hebben.

De tijd dringt. Laten wij daarom allereerst vaststellen wie de agressor is: het Rusland van Poetin en van de fraaie, onbekende ‘liberaal’ Medvedev. Laten we vervolgens afrekenen met alle stelselmatige verdraaiingen: de 200.000 gedode Tsjetsjenen die ‘terroristen’ zouden zijn, het lot van de noordelijke Kaukasus een ‘binnenlandse aangelegenheid’, Anna Politkovskaja’s ‘zelfmoord’, Litvinenko, een ufo... En laten we ten slotte eindelijk eens onder ogen zien dat de poetiniaanse autocratie – tot stand geko men dankzij duistere, bloedige aanslagen in Moskou in 1999 – geen betrouwbare partner is, laat staan een bevriende mogendheid. Met welk recht is dit agressieve, onbetrouwbare Rusland nog lid van de G8? Waarom heeft het een zetel in de Raad van Europa, een instantie die opkomt voor de waarden van ons werelddeel? Waarom de grote – vooral Duitse – investeringen gehandhaafd in de gasleiding door het Oostzeegebied, die als enig voordeel – een voordeel voor de Russen – heeft dat ze de leidingen door Polen en Oekraïne omzeilt? Als het Kremlin volhardt in zijn agressie in de Kaukasus, wordt het dan niet tijd dat de EU al haar betrekkingen met haar grote buur herziet? Rusland zit net zo verlegen om afzetgebieden voor zijn olie als wij om leveranciers. Soms is het mogelijk om een meester-chanteur te chanteren. Als Europa de durf en het vernuft opbrengt om de uitdaging aan te gaan, is het sterk. Zo niet, dan is het dood.

Wij schreven al eerder dat toenadering van Georgië en Oekraïne tot de NAVO het grondgebied van Georgië en dat van Oekraïne zou vrijwaren van oorlog. Het gas zou blijven stromen. Een afwijzing daarentegen zou naar onze overtuiging een noodlottig signaal zijn aan de nieuwe tsaren van het nationalistische, kapitalistische Rusland. Ze zou hun duidelijk maken hoe zwak en futloos wij zijn, en dat Georgië en Oekraïne rijp zijn om te worden veroverd, dat wij ze van harte offeren. Als wij die landen niet integreren of, nauwkeuriger gezegd, niet overwegen te integreren in de Europese beschaving, zou dat de regio destabiliseren. Om kort te gaan: door toe te geven aan Poetin, door voor hem onze principes op te offeren, door de strijd op te geven voordat hij is begonnen, zouden wij in Moskou een buitengewoon agressief soort nationalisme in de kaart spelen. Welnu, het ergste is geschied. Om Moskou niet te krenken hebben Frankrijk en Duitsland hun veto uitgesproken over het vooruitzicht van toetreding tot de NAVO. Poetin heeft die boodschap zo goed begrepen dat hij bij wijze van dank zijn offensief heeft ontketend.

De Europeanen hebben – verdeeld en dus machteloos – het beleg van Sarajevo bijgewoond. Zij hebben – blind en dus machteloos – de vernietiging van Grozny beleefd. Zal lafheid ons ditmaal nopen om passief en slap de capitulatie van de democratie in Tbilisi aan te zien? De leiding in het Kremlin heeft nooit geloofd in het bestaan van een ‘Europese Unie’. Ze verkondigt dat het achter de schone woorden van Brussel wemelt van de eeuwenoude rivaliteiten tussen nationale soevereiniteiten, die naar believen te manipuleren zijn en elkaar wederzijds verlammen. De vuurproef Georgië zal uitmaken of Europa wel of niet bestaat.

© Libération 2008

    • Bernard-Henri Lévy
    • André Glucksmann