De cyclus

Je wilt leerlingen altijd iets meegeven, ook al zijn ze tien jaar van school. De nieuwe brugklassers zijn er weer.

De ene leerling is de andere niet, dat weet iedereen. In de loop der jaren leer je elkaar kennen tijdens de cyclus van het lesgeven. Soms betreft die cyclus een klassieke negen maanden, soms betreft het een olifantendracht en kom je elkaar een paar jaar tegen.

De dans om de cijfers, de plusjes of minnetjes en te verwerven competenties is ingezet.

Dat de één de Bossanova danst en de ander Streetdance leidt soms tot verwarring, maar als je maar blijft aanzetten tot bewegen blijft een diploma in zicht.

Laatst kwam ik Manga op de hoek van mijn straat tegen, waar snelle scooters worden verkocht . Manga is een oud-leerling die ik zo uit zijn ritme had gehaald met mijn vak (Frans) dat hij zo snel mogelijk geswitcht was van VMBO-T naar Elektro-techniek, want daar had je dat vermaledijde vak tenminste niet. „Toen u begon over de Futur dacht ik, hier moet ik zo snel mogelijk wegwezen.”’

Achteraf geen slechte keuze, want hij heeft nu een bloeiend bedrijf en denkt erover een tweede bedrijf op te starten. „Iets met beveiliging”. Zijn compagnon stond ernaast en zei tegen mij. „Trek even iets leuks aan, dan gaan we in de stad iets drinken.” Manga draaide zich om naar z’n maat en zei: „Dit is m’n juf!” Dat ik dit al zo’n jaar of tien niet meer was, deed er niet toe. De compagnon hield beschaamd zijn mond.

„Heren, ik wil jullie op de valreep toch nog iets leren”, sprak ik ernstig. „Zeg nooit tegen een vrouw, ‘trek even iets leuks aan’. Dat is geen goede openingszin.” En tevreden ging ik mijn boodschappen doen. Je wil ze toch iets meegeven. Ook op de zaterdag.

Dit jaar is de cyclus begonnen met een kamp. Met 65 brugklassers en 8 collega’s gingen wij per touringcar op weg naar Limburg. Bij een benzinestation werd er onderweg gestopt en alle kinderen werden gemaand om geen minuut later dan 10 voor 11 in de bus te zitten.

Om 5 voor 11 renden wij, de collega’s, na de koffie naar de bus. Alle brugklassers zaten al in de bus en keken ons meewarig aan. Eén tikte met zijn vinger op zijn horloge en schudde zijn hoofd. De leerlingen hebben elkaar in de drie dagen dat we weg waren goed leren kennen.

Het is niet niks voor ze, om hun Middelbare Schooltijd zo intensief te beginnen, daar waren de gespannen gezichten om 7.30 die ochtend getuige van geweest. Behalve een jongen die met zijn been in het prikkeldraad bleef hangen toen hij een bal in het nabijgelegen weiland probeerde te halen, hebben we ze allemaal weer ongehavend terug kunnen geven aan hun ouders.

Brugklassers komen altijd met hooggespannen verwachtingen binnen en uit onderzoek blijkt dat de meeste na 6 weken teleurgesteld zijn in hun verwachtingen.

Tussen de excursies, de sportactiviteiten en het bereiden van de maaltijden door hadden ze vele vragen. Over de spullen die ze hebben gekocht, of die goed zijn. Over wat we gaan doen Over het wel of niet kaften van (werk)boeken en ondertussen taxeren ze jou. Proberen ze in te schatten wat voor iemand jij bent. De leerlingen waar ik dit jaar mee ga werken, zijn allemaal ingestroomd met hoge HAVO/ VWO Cito-scores. Ondanks het feit dat er bij 98 % thuis een andere taal wordt gesproken. Op de tweede avond zaten wij als team te beraadslagen over de volgende avondactiviteit, aangezien het kampvuur niet door kon gaan. Achter ons werd er druk gevoetbald en achter elkaar aan gerend terwijl het snel donkerder om ons heen werd.

Terwijl wij een oplossing bedachten, hadden de leerlingen hun zaklampen gehaald en speelden fanatiek door. Misschien was het niet voor alle collega’s zo, maar ik vond het een magisch gezicht, al die voetballende lichtjes. Terwijl wij bezig zijn met een oplossing, hebben zij allang een alternatief.

Ondanks de kennismakingsdagen, ken ik ze natuurlijk nog lang niet, maar we hebben de tijd. Sommige leerlingen willen meteen gezien en gehoord worden. Zo was er ooit een leerling die naar mij toekwam tijdens de les en vroeg of ze mij even op de gang kon spreken. We lieten de andere 25 leerlingen alleen. Op de gang pakte zij een schrift en begon een gedicht voor te lezen. Toen ze klaar was sloeg ze het schrift dicht. „Dit heb ik zelf geschreven, juf. Nu weet u wie ik ben.”

Maandag gaan we ‘echt’ beginnen en traditiegetrouw slaat de twijfel weer toe .Kan ik het nog wel, dat lesgeven? Na vijf minuten is het altijd weg, maar tot die tijd moet ik zorgen dat ik de heupen los heb en de geest vrij. Klaar voor welke dans dan ook.

Joyce de Grand

De auteur is docent op een middelbare school in Amsterdam-Oost.