Cabaret

Dit wordt het voetbaljaar van de trainers. Voorheen hadden we alleen Louis van Gaal als cabaretier en Co Adriaanse als leeuwentemmer, maar dit jaar barst het in de eredivisie van de cabotins. Zet ze met zijn allen in Carré, en je hebt Dorus, de Mounties, Peppi en Kokki in een avondvullende voorstelling. Gedateerde humor dat wel, maar zijn niet alle voetbaltrainers gedateerd? Oude doos met strik.

Eén man is zichzelf gebleven: Ron Jans. Bijna zo honkvast als Arsene Wenger en Alex Ferguson. De trainer van FC Groningen laat het opportunisme van geld en behaagzucht aan zich voorbijgaan. Ook nu weer hoorde je hem niet in de kakofonie van tafelspringers. Stil als de boeren van het noorden deed hij zijn werk. Er ging een speler weg, er kwam een speler bij, en Ron Jans dacht: ‘Zo is het leven’. We mogen hem nu echt wel de laatste dienaar van de eredivisie noemen. Niet een baasje, een werknemer met fatsoen. Hoog oprijzend uit de benen van clubliefde en arbeidsvreugde. Aan zijn lijf geen veehandel.

Een mens.

Bij Feyenoord zit een shovel in de dug-out. Gertjan Verbeek heeft een maanlandschap van losliggende stenen om zich heen gecreëerd. Alles moest op de schop: het krachthonk, de kantine, de douches, het spelershome, de ballen en de doelnetten. En natuurlijk ook de spelers: iedereen geblesseerd. Feyenoord moest nu maar eens leren wat een echte ‘IJzeren Rinus’ is. Nog voor de winterstop staan de tribunes in De Kuip achterstevoren. Misschien is De Kuip dan zelf wel met de grond gelijkgemaakt. Na de puinhopen van Pim, de ruïnes van Gertjan.

Rotterdam.

Aan zichzelf heeft de coach minder gewerkt. Hij spreekt nog steeds koeterwaals, draagt onverminderd een rattennest op het hoofd, hoeft zich niet om te kleden als er gebaggerd moet worden. Het volk is minder van het volk dan Gertjan Verbeek. Nu weet ik wel dat de waardigheid van het ambt in voetballend Nederland een farce is, niet in het minst in bestuurskamers, maar met een landloper als hét gezicht van Feyenoord word je geen kampioen. Gesoigneerde jongens als Roy Makaay en Giovanni van Brockhorst worden dan ook morsig in de passing en de afwerking.

Kluitjesvoetbal.

Wie ook leuk is, is Hans Westerhof, de nieuwe trainer van Vitesse. Vreemdeling in eigen land. Hans heeft een aantal jaren doorgebracht in Mexico. In zijn vorige levens, als trainer van PSV en Ajax, was hij al een zoetwaterfilosoof. Zijn onbestemd verblijf in Mexico heeft hem helemaal losgezongen van de aarde. Hans is nu, zo te horen, geheel getranscendeerd naar de Maya’s en de Inca’s. Tempel in zichzelf. Wat moet je dan nog in het Gelredome? Anders dan een paar centen ophalen?

Tegelijk tragisch en potsierlijk was de bekentenis van Hans Westerhof dat hij, bij god, niet zou weten wie de spits van Willem II is, de nummer 10 van De Graafschap, of de linksback van Ajax. En nee, de spelers van Vitesse kent hij ook niet goed bij naam. Dat wordt dus op de vingers fluiten. Maya’s en Inca’s in de zestien bij Vitesse, de coach zou er niet van opkijken.

Hans Westerhof: mooie man, maar alleen in uren van veranderend weer. Novembercoach. Training bij kaarslicht, voetballen in het holst van de nacht. Zoveel verbeelding heeft de KNVB niet.

Michael van Praag ook niet. Het zal hem niet lukken om de frivole weemoed van Jeu Sprengers na te bootsen. Van Praag heeft een litteken: Ajax. Dat mag, maar blijf daar dan bij. Doe niet ineens alsof er zoiets is als een nationaal belang. Eens submilitarist, altijd submilitarist. De KNVB was met Marco van Basten al een pakhuis van Ajax. Daar gooien ze nu nog een man bovenop die in zijn eentje in een leeg stadion tegen de sterren stond te loeien: Ajax, Ajax, Ajax! Het spijt me, maar ik ken alleen zwakzinnigen die sterren aanroepen.

Van kolonialisme naar regionalisme: wat niet met een Amsterdams accent praat, komt niet in het Nederlands elftal. Michael van Praag zal het tegendeel willen bewijzen, maar dat is mislukte schijn. Zoals het Marco van Basten ook niet meer lukt om nog enigszins landelijk te zijn. Van Basten zit weer, geheel vervuld, in de godenkelder van zichzelf. Hoezo, mensen?

En dus heeft hij Kees Jansma nodig. Als vouw in de broek van een grotere orde. Als lach op een welhaast boeddhistische ingekeerdheid. Als pispaal.

Kees Jansma: directeur van Ajax? Ik had hem eerder in Carré verwacht. Postuum manager van de Mounties, prima. Maar Kees als paaldanser van publiek geluk?. Dan liever Rijk de Gooijer.

    • Hugo Camps