Boerenbedrog

Albert Heijn tooit je lasagne ermee, McDonald’s legt het op je burger en supermarkt COOP strooit het op je pizza. Zelfs pizzeria’s serveren het zonder blikken of blozen: nepkaas. Nepkaas – analoogkaas voor voedingsexperts – is een goedkope mix van plantaardige olie, geur-, kleur- en smaakstoffen, die lijkt op kaas. Meng daar een restje echte kaas doorheen en je kunt claimen dat je originele Emmentaler, onvervalste mozzarella of puur Hollandse Goudse kaas biedt. Voedselverkopers gebruiken die truc massaal. De winstmarge is lekker hoog en de kant-en-klaarconsument proeft toch geen verschil (meer).

Ook de financiële industrie is kampioen in kant-en-klaarproducten met minderwaardige ingrediënten. Eén zo’n constructie kwam deze week negatief in het nieuws: het doorschuiven van de inleg op je bedrijfsspaarregeling naar een beleggingsverzekering (woekerpolis). Sinds pakweg 1995 is deze spaarloon-naar-pensioentruc aan zo’n twee miljoen werknemers verkocht als „dubbel fiscaal voordeel”.

Dat was tweevoudig boerenbedrog. Ten eerste hoef je voor een lijfrentestorting geen mooie belastingvrije bedrijfsspaarregeling te plunderen. Wie beslist een polis wil, kan vaak beter gewoon spaargeld gebruiken. Ten tweede wordt belastingvoordeel op polissen meestal goeddeels tenietgedaan door torenhoge kosten. Dubbel zo nep als nepkaas dus.

Het werd wel prachtig voorgesteld. Stortte je jaarlijks 788 euro spaarloon dan kon je drie decennia later misschien 342.000 euro’s pensioenkapitaal bijschrijven, volgens de folders dan. Helaas deden de aandelenkoersen maar een fractie van wat polisverkopers beloofden, kortwiekte de overheid (terecht) de ontspoorde premieaftrek voor lijfrente, zette de staat (terecht) te lucratieve premie- en winstdelingsspaarregelingen aan de dijk en kneep ze het spaarloon af tot het huidige maximum van 613 euro per jaar. Werknemers gingen toen minder premies storten. Verzekeraars hielden echter wel keihard het volle pond aan kosten in. Tel uit het miljardenverlies voor de consument.

Wie moet de schade betalen? De schuldigen uiteraard. Volgens Jan Wolter Wabeke, voorman van het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid), hoort ook onze overheid daarbij, omdat deze fiscale voordelen heeft ingeperkt.

Zo. Die durft. Minister Bos liet al fijntjes weten dat de staat geen contractpartij was en dus niet medeschuldig kán zijn. Wie dan wel? Juridisch moet dat nog blijken, maar moreel zijn het degenen die medemensen, door een verhulde of verkeerde voorstelling van zaken, een poot hebben uitgedraaid. Heeft de overheid dat gedaan? Welnee. Fiscale voordelen leveren geen geld op. Die kosten geld. Werknemers dan? Ook niet. Juist de meest argelozen hebben hun spaarloon trouw naar pensioenpolissen doorgesluisd.

Assurantietussenpersonen misschien? Zeker. In de jaren negentig bedroeg de provisie op één verkocht spaarloon-lijfrentecontract zo’n 1.000 gulden. Aan twee miljoen polissen is dus bijna een miljard euro provisie verdiend. Verzekeraars tot slot? Nog schuldiger. Dit brein achter de woekerpolisaffaire stimuleerde tussenpersonen veel te verkopen, en profiteert nog altijd van te dure levensverzekeringen met te dure beleggingsfondsen erin.

Overigens hebben polisverkopers zich nooit veel van fiscale wetswijzigingen aangetrokken. Zo adviseert men nog steeds tienduizenden keren per jaar om een spaar- of beleggingspolis (in een hypotheek) over te sluiten naar een nieuwe polis (met een langere looptijd). Dat is peperduur en kan leiden tot een fiscaal drama, vooral als het om royaal vrijgestelde polissen van voor 14 september 1999 gaat.

Schade claimen zal een zware klus worden. We zitten in een kredietcrisis en veel poliswinst is al opgegaan aan bonussen, topsalarissen, dividenduitkeringen, gouden handdrukken, jachten, vroege pensioenen, Porsches en tweede huizen. Je gelijk halen kan vermoeiend en tijdrovend zijn, maar je moet het wel proberen.