Blitz voor McCain

Eindelijk: toegelaten tot het Overwinning Centrum van de Republikeinen.

McCain button

7.30 uur. Opgetogen sta ik voor mijn kledingkast Cindy McCain te visualiseren. Gestreepte blouse, pronte oorbellen, broekpak. Na maanden van vergeefse pogingen zal ik eindelijk worden toegelaten op het campagnehoofdkantoor van John McCain.

Ik doe af en toe mee in verkiezingscampagnes – tot nu toe vooral voor Obama. Bij John McCain werd ik steeds geweigerd vanwege mijn band met een krant. Ik overwoog al undercover te gaan, tot bleek dat alle vrijwilligers bij binnenkomst van het McCain-kantoor een geheimhoudingsverklaring moesten ondertekenen.

Dan verschijnt toch weer een e-mail van McCain: „We hebben je nodig in ons Overwinning Centrum!” Ik bel, zeg opnieuw dat ik erover wil schrijven, en ondervind maar weer eens hoe in campagnes iedere dag een nieuw begin is.

„Great!”, zegt de vrolijke Republikein Scott aan de telefoon.

„Great?”

„Als je schrijft, dan kun je meedoen in ons ghostwritersteam! Namaakbrieven schrijven naar kranten! Vraag daar vooral naar, wanneer je komt!”

9.20. Ik loop door Crystal City in Arlington naar het McCain Overwinning Centrum op South Clark Street. Het is zaterdag. Obama heeft net bekend gemaakt dat Joe Biden zijn running mate is.

9.35. Nergens de op disfunctionele computers meppende medewerkers, zoals eerder bij de Obama’s. We hebben hier de complete begane grond van een gelikt en fors kantoorgebouw. Er staan zo’n tachtig glanzende moderne telefoons, in slagorde onder borden met de woorden ‘Overwinning Centrum’ en ‘Financieel Centrum’. Grote glamourfoto’s van John en Cindy McCain aan de wanden. Non-stop aanvoer van Dunkin’ Donuts.

9.40. In vijf minuten hebben de volkomen efficiënte medewerkers mij vriendelijk van koffie voorzien en me achter zo’n telefoon geplant, die half een computer blijkt te zijn. Ze hebben me uitgelegd hoe de telefoon na het intikken van luttele codes zelf kiezers in Virginia gaat bellen. En hoe ik met een paar tikjes op wat knoppen een kort onderzoekje per gesprek moet uitvoeren, de vragen verschijnen in het schermpje. Aan de slag!

„Ik zou ghostwriten”, probeer ik nog.

Dat is even uitgesteld. Iedere dag is een nieuw begin en dit weekend staat intussen in het teken van een ‘72-uurs blitz’ om kiezers in Virginia op te sporen.

11.00. De belangrijkste vragen van ons onderzoekje: Bent u Republikein? Wat geeft de doorslag als u moet stemmen: A. Banen en economie B. Benzineprijzen C. Nationale Veiligheid of D. Gezondheidszorg? „Verdomme. Heeft McCain dan nog niet besloten wat hij belangrijk vindt? Dat klinkt ook niet overtuigd”, moppert tegenover me Stefano, een uitbundige Pool met een gulle lach, een groot hart voor McCain en een overhemd dat nogal wat haar op zijn borst toont. De machofactor is bij McCain beslist meer aanwezig dan bij Obama. Steeds schuift ook een man door het beeld die ik in stilte ‘de campagnestier’ doop. Al kom je dit type in alle verkiezingscampagnes tegen – deze komt niet voor de kandidaat, maar voor de meisjes.

De Obamacampagne is al langer actief in Virginia. Wekelijks vertrekken touringcars vol vrijwilligers vanuit Washington naar plaatsen als Roanoke of Blacksburg om de ‘swingstate’ om te turnen. Obama staat niet goed in de peilingen, maar registreert nu zoveel nieuwe kiezers dat Republikeinen er openlijk ongerust over worden. Daar moet ik vandaag dus tegenin blitzen.

13.00. Telefoneren met kiezers wordt als je het eenmaal een paar keer hebt gedaan vreselijk saai. Ik hoop op een glimp van Steve Schmidt, bijgenaamd ‘de Zilveren Kogel’. Hij heeft ergens in dit kantoor de operationele leiding. Schmidt heeft eerder tegen Arnold Schwarzenegger durven zeggen dat hij die rare leren jas moest uittrekken en uit zijn Hummer moest stappen, wilde hij gouverneur van het progressieve Californië worden. Sinds Schmidt voor McCain werkt, zet McCain Obama alleen nog maar weg als een doetje. Helaas blijft hij onvindbaar tussen de vaste staf achter de blauwe gordijnen, waar ik tevergeefs rondgluur door veelvuldig naar de wc te lopen.

Aan de telefoon krijgen we vrijwel uitsluitend voicemails, waarop we dan een telefoonnummer moeten inspreken en de boodschap dat McCain hulp nodig heeft.

Het grootste spektakel veroorzaak ik zelf. Op een voicemail die half in het Frans is ingesproken zeg ik bij wijze van creatieve binnenkomer „Bonjour!”. Prompt verstijft iedereen rondom mij.

„Frankrijk zou ik erbuiten laten”, sist mijn buurman.

„Dat werkt echt niet goed bij Republikeinen!”, haast een ander zich.

13.30. Honderdvijftig nummers verder. Slechts zes echte mensen hebben de telefoon opgenomen. Daarvan hebben vier de haak er op gegooid.

Ik sta op. Meteen komt iemand van de staf op me af. Wil ik een volgende keer komen helpen bij het samenvatten van interne memo’s? Ik begin het bestaan van een lokstrategie te vermoeden, maar zeg ja.

Een gevarieerd gezelschap blijft over, gevarieerder dan ik tussen de studenten voor Obama zag. Piepjonge en hoogbejaarde Amerikanen. Blank en zwart. De Pool , die inmiddels gefrustreerd tegen de tafel schopt en ‘Ik haat politiek’ roept. Een Indiase man. Zelfs een Arabier. En twee Latina’s – met tegenover hen de campagnestier.

    • Margriet Oostveen