Alles is nieuw

De serie Gossip Girl was deze zomer een onverwachte hit. Wat maakt een puberverhaal vol klatergoud zo leuk?

De stad New York, decor van de serie, is bijna zelf een personage

Het is het hedendaagse Beverly Hills 90210 – maar beter: Gossip Girl. Zes mooie, rijke New Yorkse tieners, op de rand van volwassenheid, die worstelen met zichzelf, hun ouders en de liefde, en twijfelen over de toekomst.

De serie is fris en sprankelend als Amy Heckerlings film Clueless (1995), zij het met iets minder ironie. En zoals Clueless een moderne, aanstekelijke versie was van de boekklassieker Emma, zo kan Gossip Girl met wat goede wil als een eigentijdse Jane Austen worden beschouwd. In elk geval wat het klassensysteem op de New Yorkse upper east side betreft, het fenomeen van het ‘sociale stijgen’, er wel of niet bijhoren, ouders die aansturen op financieel interessante verbintenissen en de jonge, romantische rebellen die zich hier – met wisselend succes – tegen verzetten.

Gossip Girl, gebaseerd op een populaire boekenreeks voor pubers, was deze zomer de leukste nieuwe ‘vrouwenserie’ op Net 5. De reeks laat Dirt, Men in Trees, Greys Anatomy, Ugly Betty en zelfs Desperate Housewives achter zich. En dat is moeilijk uit te leggen, want het verhaal is flinterdun. We volgen zes leerlingen op een chique private school op de upper east side. De stijve, steenrijke Blair Waldorf (Leighton Meester) is er het sociale epicentrum. Haar hippe en ongekunsteld-mooie vriendin Serena van der Woodsen (Blake Lively), is halsoverkop uit de stad vertrokken, maar keert in de eerste aflevering onverwacht terug, waarop een vermakelijke catfight over de sociale heerschappij op school onvermijdelijk is.

Maar Serena is ook veranderd; ze heeft een paar traumatische ervaringen ondergaan die gaandeweg de serie worden onthuld. De ‘less than zero-cultuur’ van steenrijke ouders, chique feesten, dure kleding, drugs en seks kan haar niet meer bekoren. Ze valt voor de ‘eenvoudige’ Dan Humphrey (Penn Badgley), die dankzij een beurs naar de school kan. Zijn gedistantieerde blik en ironische kanttekeningen zorgen voor relativering.

Naast deze personages zijn er nog Dans jonge zusje Jenny (Taylor Momsen), eerstejaars op school en een meedogenloze social climber, de steenrijke Nate Archibald (Chace Crawford) en diens vriend, semi-bad guy Chuck Bass (Ed Westwick). Het pubergeploeter van de hoofdpersonen wordt sarcastisch becommentarieerd door de anonieme ‘Gossip Girl’ (met de stem van Kristen Bell), een alomtegenwoordige blogger, die de personages, en de kijkers, via foto’s, filmpjes en posts op haar site op de hoogte houdt van ieders wederwaardigheden.

Het is heel eenvoudig om de serie te bekritiseren, die likkebaardend de consumptiemaatschappij verheerlijkt. En die in elk geval onrealistisch, volstrekt oppervlakkig en niet bijster origineel is. Allemaal waar. En toch keek ik (vermoedelijk twee keer zo oud als de grootste groep kijkers) met kippenvel en versnelde harstslag naar de scène waarin de tuttige Blair haar zorgvuldig bewaakte maagdelijkheid in een vlaag van dronken rebellie schenkt aan womanizer Chuck in zijn limousine, kort nadat hij, plots niet meer zo stoer, schor en vol ongeloof fluistert: Are you sure?

Hoe kan dat?

Zeker, ‘coming of age’-films en -series over worstelende pubers, bij voorkeur in een Amerikaanse highschool, doen het goed bij een groot publiek – ook als dat de schoolbanken al decennia heeft verlaten. Het zal iets te maken hebben met de indruk die de puberteit op mensen maakt. Douwe Draaisma schreef het in zijn boek Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt: als we iets voor het eerst beleven wordt die ervaring in onze herinnering gebeiteld. Alle tweede, derde, honderdste keren passeren haast ongemerkt – we kennen het al. Niet zo gek dus dat de herinnering aan de puberteit, waarin alles nieuw is en voor het eerst, zo dicht onder de oppervlakte ligt. Het luikje van herkenning en identificatie is daarmee zo opengezet.

Maar die herkenning is op zichzelf natuurlijk niet genoeg: er bestaan extreem slechte films en series over tieners: te plat, te flauw, een voorspelbaar scenario, met slechte grappen of slecht geacteerd. Het acteerwerk in Gossip Girl is daarentegen uitstekend. Karikaturen als Jenny en Blair zijn heerlijk vet aangezet – zelden een actrice gezien die zo vuil arrogant kan kijken als Leighton Meester – en de wat complexere personages (Serena, Dan) zijn overtuigend menselijk en sympathiek. De Brit Ed Westwick verdient in de rol van Chuck Bass extra lof: het kan niet anders of hij wordt dé spannende filmslechterik van het komende decennium, maar hij kan je ook onverwacht voor zich innemen, met een verlegen lachje of een stuntelige liefdesverklaring. Op het moment dat hij ziet hoe Blair zich van perfectionistisch poppetje voor even ontpopt tot sexy stripper, zijn de gêne, het ongeloof, de verwarring en de puberaal hitsige bewondering beurtelings van zijn gezicht te lezen.

Zelfs de meest kritische kijker kan niet ongevoelig zijn voor hoe fraai de serie eruit ziet. We zien de mooiste straatbeelden van New York – de stad is haast zelf een personage. Serena wordt voor het eerst weer gespot op het blog van Gossip Girl als ze aankomt op het imposante Grand Central Station. Op de trappen van het Metropolitan museum komt het tot een eerste krachtmeting tussen haar en Blair. Als ze het weer goed hebben gemaakt dollen ze bij de Plaza Fountain, waar ze elkaar fotograferen en poseren als supermodellen. De tieners feesten in hippe clubs als Marquee en The Foundry. Chique banketten hebben plaats in het Palace Hotel; zogenaamd eigendom van Chucks vader. Gossip Girl is een lofzang op New York, de ‘New Yorkste’ serie sinds Sex and the City.

Ook de montage en bewerking van de beelden is op een slimme manier meeslepend: scènes worden versneld of vertraagd afgespeeld in een videoclipachtige montage die de adrenaline verhoogt. Om maar weer eens met de limousinescène te komen (het onbetwiste hoogtepunt van het eerste seizoen), die was korrelig en sepiakleurig en werd in haperend slowmotion afgespeeld, wat het sexy karakter van de scène nog benadrukte. Ondanks de jeugdige leeftijd van de protagonisten is Gossip Girl sowieso een behoorlijk sexy serie.

Het valt niet te ontkennen dat de dure designerkleding, de hippe gadgets (de pubers volgen het blog uiteraard op hun gsm of blackberry), de sieraden en tassen bijdragen aan de schoonheid van de serie. Alles is doordacht en hypergestileerd. Verantwoordelijk voor het ‘set design’ is Christina Tonkin, die dit jaren voor Sex and the City en The Sopranos deed. Hoewel die spullen bijdragen aan het fraaie uiterlijk van de show, zijn ze niet té prominent aanwezig. Anders dan in de Sex and the City-film, waarin van elke tas het merk wordt genoemd, trekt het meeste moois hier anoniem voorbij. Dat voorkomt dat je als kijker het ergerlijke gevoel hebt naar een commercial te kijken. Alles ziet er gewoon mooi uit, en dat is op een gedachteloze manier prettig. Van een goed ontworpen huis word je ongemerkt gelukkig, schreef Alain de Botton in De architectuur van het geluk. Van goed ontworpen tassen blijkbaar ook.

Gelukkig is er ook voldoende distantie tot die zowel verleidelijke als weerzinwekkende wereld van het geld. De positie die het milieu van de ‘rich and famous’ inneemt in de serie, varieert. Aan de ene kant worden we uitgenodigd er kritiekloos rond te kijken, wat aanlokkelijk is. Maar voordat de verheerlijking stuitend wordt, wordt die alweer gerelativeerd door de ‘gewone’ Dan en zijn zus, die er, net als Brandon en Brenda van Beverly Hills 90210 destijds, ‘normale’ outsiders zijn. Via hen kunnen we ongestoord naar binnen gluren, en tegelijk een veilige, kritische afstand bewaren.

Een grote verdienste van Gossip Girl is dat het nergens tuttig wordt, op één tenenkrommende aflevering over Thanksgiving na. Dat is te danken aan de ‘good girl gone bad’-achtige plotwendingen en aan de incidentele nadruk op de nihilistische, less than zero-achtige kant van het leven van de personages – over seks, drank en drugs wordt verfrissend genoeg nauwelijks gemoraliseerd. Het komt ook doordat de serie zich zo nadrukkelijk afspeelt in New York. En aan de aandacht die wordt besteed aan moderne, multimediale trends als bloggen, MySpace en de Wii. Maar vooral is het te danken aan de hippe muziek.

Zelden speelde alternatieve, ‘indie’-muziek in een (mainstream) televisieserie zo’n prominente rol. In Gossip Girl worden vrijwel uitsluitend nieuwe nummers van jonge New Yorkse bandjes gedraaid. Voor de pilotaflevering verzamelde ‘music supervisor’ Alex Patsavas twintig nummers – een recordaantal in een aflevering van een televisieserie – van bands als Cold war kids, The Virgins, Two hours traffic, The Bravery, Yeah yeah yeahs (zie kader). Naast vuige electro en snoeiharde hiphop klinkt in de serie opvallend veel springerige punkrock, en dat geeft het klatergoud een prettig rauw randje.

The Virgins, met hun uiteenlopende geluid, van opzwepend via ruig tot melancholiek, zijn een soort huisband van de serie, vertelt Patsavas in een filmpje op de site. In de aflevering Seventeen Candles is vrijwel uitsluitend muziek van die band te horen. Bovendien heeft ook nog eens elk personage een specifieke muziekstijl met eigen ‘soundtrack’. Zo is Jenny uiteraard girly, met The Donna’s en Prima J en wordt Nate verrassend genoeg gekenmerkt door de hiphop van X5 en Lupe Fiasco. En natuurlijk: de serie heeft lucratieve deals met platenmaatschappijen die zo hopen meer muziek te verkopen. Maar wat geeft dat, zolang het muziek is die we met plezier willen kopen?

Dat is waarom Gossip Girl zo goed werkt: het is een mix van aantrekkelijke elementen, allen van topkwaliteit: een eigentijds ‘Gesamtkunstwerk’ van jeugddrama, de grote stad, multimedia, topdesign en fantastische muziek. Vooral dat laatste maakt de serie ook meer dan aanvaardbaar voor oudere, kritische kijkers. Misschien zelfs voor mannen.

Het Amerikaanse tv-netwerk CW zendt een nieuwe reeks Gossip Girl uit vanaf volgende week. Net 5 is van plan deze tweede reeks in 2009 uit te zenden. De eerste reeks is verkrijgbaar op DVD.
    • Herien Wensink