Adam anders, Eva vreemd

Het beeld van de zondeval varieerde enorm in de Middeleeuwen. Berthold van Maris

Links Het Adam en Eva-verhaal (Gen. 2:7-22) zoals getekend in de Moutier-Grandval bijbel uit Noord-Frankrijk, rond 850. Illustraties uit Proefschrift

Het verhaal van Adam en Eva, dat in de Bijbel niet meer dan één pagina beslaat, leent zich voor vele interpretaties. Tegenwoordig overheerst bij gelovigen én ongelovigen het beeld dat Eva Adam met haar vrouwelijke charme verleidde. Dat is niet altijd het gangbare beeld geweest. Op miniaturen in Noord-Franse handschriften uit de negende eeuw wordt de zondeval afgebeeld als een volkomen aseksueel gebeuren. Adam en Eva lijken daar precies op elkaar (én op God): ze zijn androgyn weergegeven.

Anderhalve eeuw later, rond 1000, zien we, in de miniaturen die dan door monniken gemaakt worden, wel heel veel seksuele symboliek. Adam en God lijken nog steeds op elkaar – de mens werd ten slotte geschapen naar het evenbeeld van God – maar Eva is een heel ander wezen. Soms is ze mooi, soms is ze vreemd en ook een beetje eng. Hoe komt dat? vroeg de van origine Engelse cultuurhistorica Jill Bradley zich af. Ze schreef er een dik boek over, waarin ze West-Europese miniaturen over de zondeval analyseert.

In een café in Den Bosch laat ze op haar laptop de prachtigste miniaturen zien uit de periode van 800 tot 1200 – de tijd waar haar boek over gaat. We beginnen met een miniaturenreeks – een soort stripverhaal – die rond 845 gemaakt werd. “Kijk, in dit handschrift, de beroemde Moutier-Grandval bijbel, is bij het boek Genesis alleen het verhaal van Adam en Eva afgebeeld, en niet de schepping van de wereld in zes dagen. Afgezien van de slang zijn er geen dieren te zien, terwijl de Bijbel toch beschrijft dat er allerlei schepsels rondliepen in het paradijs. En God, die volgens de opvattingen van die tijd als Christus is afgebeeld, staat nog heel dicht bij de mens. Hij is jong, zonder baard, en zowel Adam als Eva lijken sprekend op hem. Het verschil tussen Adam en Eva is moeilijk te zien, want ze hebben geen seksuele kenmerken.”

In Genesis spreekt God zijn verbod op het eten van de vrucht uit vóór de schepping van Eva. Maar deze miniaturenreeks wijkt daarvan af: hier is ook Eva getuige van dat verbod. Bradley: “Zo komt er meer nadruk op hun ongehoorzaamheid te liggen. Want loyaliteit en ongehoorzaamheid, daar draait het om in deze miniaturen.”

Het handschrift werd gemaakt in opdracht van een van de kleinzonen van Karel de Grote. De sociaal-politieke context is die van een groot rijk dat langzaam verbrokkelt en uiteenvalt. Voor de elite die het handschrift onder ogen kreeg, moet de boodschap duidelijk geweest zijn, denkt Bradley: de relatie tussen God en de mens is een metafoor voor de relatie tussen heerser en onderdaan, tussen heer en vazal. Als die relatie wordt verstoord, gebeuren er heel erge dingen.

“Deze miniaturen zijn dus een vorm van politieke propaganda. Ze vertellen over de ideale heer en zijn vazal. De vazal is trouw aan zijn heer, in ruil voor diens bescherming en gunsten. Vandaar dat hier heel nadrukkelijk wordt afgebeeld hoe God Eva aanbiedt aan Adam en hoe hij haar dankbaar aanvaardt. De keerzijde van het verhaal is: als een van beide partijen in gebreke blijkt, mag de alliantie verbroken worden.”

Het verhaal van Adam en Eva lijkt simpel, maar in de middeleeuwse miniaturen wordt er eindeloos op gevarieerd. “Er zijn zo veel manieren om de zondeval af te beelden”, zegt Bradley. “En iedere manier heeft zijn eigen bijbedoelingen en implicaties. Er zit ook altijd een onbewust element in, dat soms in de teksten nergens te vinden is. Daarom zijn miniaturen een belangrijk middel om te achterhalen hoe men over bepaalde onderwerpen heeft gedacht. Dat kunnen dingen zijn als de rol van de vorst, de vader, de familie, noem maar op. Maar ook heel abstracte ideeën, zoals zonde en dood.”

Omdat de handschriften gemaakt werden voor een heel selecte, ingewijde groep – er waren maar weinig mensen die konden lezen – vertellen ze vooral iets over hoe er in die kringen gedacht werd. De miniaturen over de zondeval die rond 1000 door Engelse monniken gemaakt werden, schetsen een heel ander beeld dan de Frankische miniaturen uit de negende eeuw. “Die Engelse miniaturen gaan meer over persoonlijke moraal. Ze zijn gemaakt door monniken die een bepaalde vorm van ascetisme aanhingen. Die leefden volgens het principe ‘bid en werk’, maar dan wel met de nadruk op bidden.”

Deze monniken produceerden prachtige bijbels met prachtige miniaturen. We kijken naar een van die handschriften: een Oud-Engelse vertaling van de eerste zes boeken van het Oude Testament. “In dit handschrift zien we voor het eerst dat Eva rechtstreeks uit de zij van Adam komt. God boetseert haar, terwijl ze tevoorschijn komt. Adam ligt en kijkt toe. Eva is hier geen onafhankelijke schepping meer, maar iets van Adam dat door God in iets anders getransformeerd wordt.” Terwijl God en Adam sterk op elkaar lijken, is Eva hier een heel ander wezen: ze heeft vrouwelijke vormen en heel lang haar. Op de miniatuur waarop ze de slang ontmoet, raakt de staart van de slang haar been en een vijgeblad van de boom richt zich als een pijl op haar hart. Eva, de slang en de boom zijn visueel met elkaar verstrengeld – een heel heftige symboliek. Bradley: “Eva is één met de boom en de slang. Ze staat in een verleidelijke pose en wenkt Adam. Het is mooi van compositie, vind ik: rechts, waar Adam staat, heb je achter hem een lege ruimte, waardoor je het gevoel krijgt dat Adam naar links gezogen wordt, naar de zonde toe.”

Voor de geestelijken die het handschrift gebruikten, was dit als een waarschuwing bedoeld. “Zinnelijkheid – niet alleen seksualiteit, maar alles wat lichamelijk en zintuiglijk was - moest worden uitgebannen. Je moest je geest vrijmaken van je lichaam. ”

Ook seksueel – nóg seksueler eigenlijk – is een miniaturenreeks uit een Noord-Franse bijbel uit de twaalfde eeuw. Adam en Eva hebben daar duidelijk zichtbare geslachtsorganen. Terwijl de schepping van Adam deel uitmaakt van een reeks miniaturen over de schepping van de wereld in zes dagen, wordt die van Eva afgebeeld in een andere reeks, waarin het draait om de zondeval. Dat symboliseert volgens Bradley dat Eva verder van God staat en dichter bij de wereld. “De schepping van Adam is hier de schepping van zijn ziel. Die van Eva: de schepping van haar lichaam. Zo krijg je weer die associaties: man / ziel, vrouw / lichaam. Ook hier is Eva een heel ander wezen dan Adam. Maar ze heeft ook iets innemends, iets liefs en iets onschuldigs. Ze speelt de actieve rol, doet dat zonder enige aarzeling, maar ook zonder enig besef van schuld.”

De manier waarop Adam de vrucht in ontvangst neemt, is volgens Bradley een duidelijke verwijzing naar seksualiteit: Adam en Eva staan aan weerszijden van de boom, Adam steekt zijn hand door een opening in de boom om de vrucht te pakken. “De man bezwijkt voor de seksuele aantrekkingskracht van de vrouw. Maar die seksualiteit is niet alleen maar negatief. Er zit ook veel tederheid en intimiteit in de manier waarop Adam en Eva hier zijn afgebeeld. Het is dus een veel subtielere kijk op seksualiteit en zinnelijkheid.”

Dat er in deze miniaturen een prettige vorm van erotiek rondwaart, is niet zo vreemd als je bedenkt dat dit handschrift (de Manerius bijbel) gemaakt werd in opdracht van (religieuze) kringen rond Hendrik de Eerste van Champagne. Chrétien de Troyes, de schrijver van de Arthur-romans, was ook een tijdlang aan dit hof verbonden. Het was een milieu waarin tamelijk vrijmoedig gedacht werd over begeerte en seksualiteit.

Rond 850 werd de schepping van Eva nog afgebeeld als een aparte, zelfstandige schepping. Ze wordt weliswaar gemaakt (geboetseerd) uit materiaal dat uit Adam genomen wordt, maar Adam is op zijn beurt ook uit bestaand materiaal (aarde) geschapen. Maar rond 1100 wordt er door God steeds minder geboetseerd. We zien steeds vaker dat Eva kant-en-klaar uit Adam komt. Bradley: “Ze zit al in Adam. Ze is een deel van Adam dat wordt verwijderd. Ze vertegenwoordigt een deel van de mens dat ‘anders’ is: het zinnelijke, emotionele en wispelturige, dat uit de rationele mens verbannen moest worden.” God is alleen nog op afstand aanwezig, bijvoorbeeld in de vorm van een handje dat uit de hemel omlaag komt.

Eva wordt ook steeds vaker samen met Maria, ‘de tweede Eva’, afgebeeld. Bradley laat op haar laptop een detail zien van de kathedraal van Amiens: “Hier zie je de triomf van Maria: Maria trapt op de slang en die slang heeft de kop van Eva.”

Al die miniaturen richtten zich op een elite: geletterde geestelijken en bepaalde hoge adellijke kringen. Hoe zag het beeld eruit dat het grotere publiek te zien kreeg? Dat heeft Bradley proberen te achterhalen door te kijken naar Franse kathedralen, met hun prachtige reliëfs en beelden. De afbeeldingen die het grote publiek kon zien, zijn in de regel veel gematigder dan de afbeeldingen die alleen door de insiders (de geestelijken) gezien konden worden. De basiliek van Vézelay (in Bourgondië) bevat bijvoorbeeld twee afbeeldingen van de zondeval. Slechts een daarvan is zichtbaar voor iedereen. “Dat is min of meer de klassieke uitbeelding: Adam en Eva, symmetrisch afgebeeld, met de boom en slang tussen hen in. Bij Adam zie je in zijn houding een aarzeling. Dat is een soort waarschuwing: denk na, voordat je iets doet. En ook het idee: de zonde is niet verborgen, maar duidelijk zichtbaar. Je hoeft alleen maar je verstand te gebruiken. Dat andere reliëf, dat alleen door priesters gezien kon worden, heeft een heel andere ondertoon. Adam kan de slang niet zien, hij ziet alleen Eva en het is alsof Eva zegt: hé, kijk eens wat ik hier heb. Adam ziet niet waar het vandaan komt en Eva is ook veel verleidelijker: pas op voor verborgen verleidingen.”

De symboliek van de miniaturen is dus niet een rechtstreekse weerspiegeling van de maatschappelijke werkelijkheid. Maar de gelijkheid van Adam en Eva op de vroege afbeeldingen zegt wel iets over de toenmalige verhouding tussen de seksen. Bradley: “Vrouwen van de hogere stand hadden in die tijd vaak belangrijke posities. We weten ook dat ze beroepen uitoefenden, apart belast werden, zulke dingen. Die positie veranderde in de eeuwen daarna. Je kreeg toen de ‘primogenituur’: de oudste zoon erfde. Dat betekende dat dochters minder land of geld kregen, maar ook dat jongere adelszonen gingen werken in een administratieve baan, werk dat vrouwen vaak deden.”

Jill Bradley: You shall surely not die. The concepts of sin and death as expressed in the manuscript art of Northwestern Europe, c. 800-1200. Uitgeverij Brill. Twee delen. pag. € 150.

    • Berthold van Maris