25 jaar cel voor rol bij slachting in café

De vierde dader van de drievoudige moord in een café in Rotterdam moet 25 jaar de cel in. Dit heeft de rechtbank op het Kaapverdische eiland Sao Vicente vrijdag bepaald. De 30-jarige José B. kreeg hiermee de maximum straf op de Afrikaanse archipel. Dat meldden lokale media.

Drie medeverdachten werden eind juli door de rechtbank in Rotterdam al veroordeeld tot levenslange gevangenisstraffen. Het was de tweede keer in de geschiedenis van de Nederlandse rechtspraak dat driemaal levenslang werd uitgesproken in eenzelfde moordzaak. Hun hoger beroep loopt bij het gerechtshof in Den Haag.

Volgens de Kaapverdische rechters is B. medeplichtig aan het drama in 2005 in de Rotterdamse bar Inn&Out aan de Schiedamsesingel. Daarbij kwamen drie mensen om. Een aantal raakte gewond. De Rotterdammer stond terecht voor in totaal 36 delicten.

De vier mannen, onder wie B. gingen in de nacht van 19 november 2005 zwaarbewapend de kroeg binnen. Zij wilden de eigenaar, die zijn verjaardag vierde, geld afpersen. De barman werd in de bewuste nacht met acht bezoekers in een toiletruimte gedwongen, vastgebonden en gekneveld. Een toevallige passant overkwam hetzelfde.

Om hun financiële eis – naar verluidt 500.000 euro – kracht bij te zetten, gingen de daders in de keuken over tot liquidatie van een van de aanwezigen. Een de overvallers riep: „ Zolang het geld niet komt, neem ik jullie een voor een.” Kort daarop werd iedereen beschoten en met een brandbare vloeistof besprenkeld, waarna de verdachten brand stichtten. De mannen wilden dat niemand het café levend zou verlaten. Na een eerste salvo uit een machinepistool volgde daarom een tweede.

De Rotterdamse rechter zei in zijn vonnis dat de gebeurtenissen in het café „elk voorstellingsvermogen tart, waarbij woorden bizar, barbaars en weerzinwekkend nog tekortschieten.”

José B. vluchtte direct na de nacht onder een valse identiteit naar Kaapverdië. Daar werd hij in september 2006 aangehouden. De Afrikaanse archipel kon hem vervolgens niet uitleveren omdat er destijds geen uitleveringsverdrag was met Nederland.

Tijdens de rechtzaak op Sao Vicentein zei B. dat hij onschuldig is. Hij zat in het café toen de drie mannen, die hij wel kende, binnenkwamen. Hij kon kiezen: of meedoen of ook slachtoffer worden. Hij koos voor het eerste en kreeg vervolgens een geweer in zijn handen geduwd. Hem was verteld dat in het wapen geen kogels zaten, zo zei hij. (ANP)