Wouter en Bertus zijn in het weekeinde ridder

Als re-enacter kruip je in de huid van een fictief of bestaand historisch personage.

Het doel: het verleden weer tot leven wekken.

Het kost veel tijd, geld en toewijding om het verleden zo écht mogelijk te laten herleven. Foto Johan Verspay Verspay, Johan

Wouter Nicolai (27) is freelance ridder. Als de vijftiende-eeuwse Joost de Lalaing rijdt hij deze zomer met zijn paard door het park van het Archeon in Alphen aan de Rijn.

„Dit is mijn helm”, zegt Wouter. Hij staat voor zijn berghok en vertelt over zijn uitrusting. De ridderhelm met rode en witte pluimen is zwaar. Eenmaal op het hoofd is-ie vooral bloedheet. Je kan nog net door een smalle kier naar buiten kijken.

Wouter is niet de enige re-enacter. Vrijwel iedere weekeinde, zeker in de zomer, kruipen honderden Nederlanders in de huid van een fictief of bestaand historisch personage. Dat kan iemand uit de Oudheid zijn, uit de Middeleeuwen of uit de Tweede Wereldoorlog. Ze proberen zo die tijd tot leven te wekken, en doen daarvoor onderzoek en maken zelf kleding, wapens en accessoires.

De re-enacters ontmoeten elkaar op evenementen zoals markten, banketten en veldslagen. De meeste van hen zijn lid van een landelijke vereniging en worden bij festivals ingehuurd om een act op te voeren.

Daarnaast zijn er semiprofessionele organisaties, als de stichting Historisch Educatief Initiatief die riddertoernooien verzorgt en ook langsgaat bij scholen en musea. Wie nog een stap verder wil gaan, kan zich aanmelden bij de Kamer van Koophandel als zelfstandige.

Het kost veel tijd, geld en toewijding om re-enacter te zijn. Want het gaat er om het verleden zo écht mogelijk te laten herleven.

Voor Laurens Feijten (23), bijna afgestudeerd als historicus aan de Universiteit van Leiden, is dat juist het leuke aan levende geschiedenis. Hij is Cesarius, een kunstschilder uit Deventer die in 1370 leefde. Om Cesarius goed te kunnen spelen, doet hij historisch onderzoek naar kunstsschilders in de veertiende eeuw. Ook maakt hij, met de hand, de kleding van de schilder (een wollen tuniek tot aan zijn knieën daaronder kousen en op zijn hoofd een hoedje). Ontwerpen zijn te vinden op internet, maar soms is er niets bekend.

Dat geeft ook niet, benadrukt hij. „Soms moet je praktisch zijn.” Zo heeft hij onder zijn middeleeuwse kledij wel modern ondergoed aan. „Ik kan je wat genante anekdotes vertellen”, zegt hij lachend.

„Historici kunnen concluderen dat ze iets niet weten. Bij ons ligt dat anders”, zegt ridder Wouter. „We weten bijvoorbeeld niet zeker wat ridders onder hun harnas aan hadden, maar we kunnen moeilijk naakt gaan.”

Zijn vriend Bertus Brokamp (27), eveneens ridder en werkzaam bij Archeon, beaamt dat. „Het is vooral veel zelf proberen en improviseren. Het lukt nooit om alles precies zo te doen als vroeger. Je kan wel een schaap in je tuin zetten en wol maken in plaats van een stof kopen die net echt lijkt, maar dan hou je geen tijd over voor andere dingen. Bovendien is het de vraag of alles wat je nu maakt, wel authentiek te noemen is.” Bertus heeft geluk. Hij kan gebruik maken van de smidse in Archeon, waar hij zijn eigen harnas smeedt voor zijn alter ego heer Jan de Baenst III.

Hun belangstelling voor het verleden past in een trend. Het aantal historische stadsfestivals bijvoorbeeld, waarbij inwoners zelf kleding kunnen maken, neemt toe. Maar wat is er zo leuk aan het naspelen van het verleden? „Je kan op deze manier toch een stukje van de geschiedenis terughalen”, vindt Wouter. „Vaak vinden mensen steekspellen bruut en gevaarlijk. Dat is wel cool. Maar het realisme maakt het leuk. Voor ons is het ook een sport te kijken wie er wint.” Laurens: „Bovendien is het gezellig. Je doet het met vrienden en het is lekker ontspannend. Andere mensen gaan naar een popfestival, wij doen dit.”

Wouter, Bertus en Laurens zijn te zien op het Nijmeegse stadsfestival de Gebroeders van Limburg, 30 en 31 augustus in de binnenstad van Nijmegen. www.gebroedersvanlimburgfestival.nl

    • Marjolein van Diggelen