Werk van Yayoi Kusama is totaalervaring

Yayoi Kusama ‘Infinity Mirror Room-Phally's Field’ (1965) De museumbezoeker die de installatie betreedt ziet zich eindeloos weerspiegeld.

Tentoonstelling Yayoi Kusama. T/m 19 okt. Museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. Di t/m zo 11-17u.

Ze kwam in New York aan met niet meer dan een paar koffers met werken op papier. Ze beklom het Empire State Building, keek vanaf de top naar het gekrioel beneden en ze wist: om in deze mierenhoop bekend te worden, moet ik iets spectaculairs doen.

Yayoi Kusama was jong, Japans, totaal onbekend in Amerika, en vrouw. Ze arriveerde in 1958 in de door mannen en markt gedomineerde New Yorkse kunstwereld. De tien jaar die ze zou blijven, zouden van wezenlijk belang voor haar carrière blijken.

In die tien jaar gooide Kusama (geboren in 1929) alles wat ze had in de strijd: minimalistische schilderijen, installaties, performances, films, foto’s, tekeningen, collages. Vooral echter wierp ze zichzelf in de strijd: háár lichaam, háár obsessies, háár angsten, háár wanen. Voortdurend, monomaan – en met succes. De debuuttentoonstelling van Yayoi Kusama in 1959, met grote monochrome witte doeken, sloeg direct aan. Haar installaties, foto’s, schilderijen waren streng geënsceneerde hallucinaties – of ze nu minimalistisch of surrealistisch aandeden, pop art waren of abstract-expressionistisch.

Kunstenaars als Warhol, Oldenburg, Judd, Robert Morris, Yves Klein, Piero Manzoni en ook Nederlandse kunstenaars als Henk Peeters en Jan Schoonhoven exposeerden met haar en bewonderden haar. Vaak speelde Kusama zelf – als geisha, als pin-up, of als louter lichaam – de hoofdrol in haar kunst. Bijna al haar performances werden vanwege naaktloperij stopgezet door de politie. Van een onderscheid tussen kunst en kunstenaar was en ís bij Kusama geen sprake. Kusama is kunst is Kusama.

Daarom is het zo lovenswaardig dat conservator Jaap Guldemond van museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam een retrospectief aan haar wijdt. Niet alleen omdat Kusama de laatste jaren in het Westen bij het grote publiek een beetje in de vergetelheid is geraakt. Maar vooral omdat haar werk zoveel raakvlakken heeft met dat van hedendaagse kunstenaars als Cindy Sherman, Matthew Barney, Mike Kelley en natuurlijk ook Gilbert & George. Kusama, inmiddels hoog bejaard en met een lange geschiedenis van psychiatrische opnames achter de rug, borduurt nog steeds voort op het visuele idioom dat ze in de jaren zestig in haar kunst ontwikkelde, of liever gezegd op de hallucinaties die ze als kind al had.

Dat idioom, die hallucinaties blijken hun kracht nog steeds niet verloren te hebben. Het zijn stippels, webben en bloemen die de geest van Kusama in haar jeugd al vertroebelden, en die ze in haar kunst, in beeldschone twee of drie dimensies laat woekeren. Een tentoonstelling bezoeken van Kusama is daarom vooral ook een totaalervaring, zoals tentoonstellingen van Olafur Eliasson of Carsten Höller totaalervaringen zijn. Toch – en dat is Kusama’s kracht – is er bij de Japanse nooit sprake van puur esthetisch genoegen of meditatieve rust alleen. Daarvoor is haar kunst te verstikkend, te alles omvattend, nooit gratuit.

In museum Boijmans Van Beuningen betreed je de tentoonstelling via een smalle gang, van onder tot boven voorzien van glanzende bollen waarin je eigen beeltenis in duizendvoud wordt weerspiegeld en vervormd. Via die gang word je ‘uitgespuugd’ in een zaal met onder andere twee van Kusama’s vroege installaties: Aggregation: One Thousand Boats Show uit 1963 en een herneming van het zinsbegoochelende Narcissus Garden, een installatie uit 1966 met vijftienhonderd spiegelende ballen op de vloer. Hiermee vestigde Kusama destijds haar naam op de Biennale van Venetië en ontketende bovendien een schandaal door de ballen voor twee dollar per stuk aan voorbijgangers te verkopen.

Fallussen groeien uit een boot, uit een schilderij. Een enkele vrouwenschoen wringt zich ertussen. Er is een kudde loodgrijze wolken op de grond neergedaald. Hardrode rubberen tentakels kruipen uit de vloer. Ergens op een beeldscherm verleidt de bijna tachtigjarige Kusama de kijker met een lied, terwijl ze een kat-en-muisspelletje met de camera speelt. Verderop, op de 16 mm-film Flower Obsession Gerbera (1999), tooit ze zich met de bloemen die haar jeugd verstikten en die ze, nu ze oud en rimpelig is geworden, in haar zorgvuldig gekapte en geverfde haar steekt om zichzelf weer jong en mooi te maken.

Een hoogtepunt is de kleine afgesloten kamer Fireflies on the Water uit 2000. Met zeer eenvoudige middelen – een bak water, spiegels aan muur en plafond, gekleurde lampjes aan draden – maakt Kusama een ruimte die even claustrofobisch als oceanisch is. Stokstijf sta je stil op een smal plankier. Temidden van het bewegingloze water kijk je een betoverend mooie verte tegemoet, met jezelf als figurant in die oneindigheid. Fireflies on the water is reusachtig en minuscuul tegelijk. Je hoeft maar één stap verkeerd te zetten, en je valt over de rand.

    • Lucette ter Borg