We aten hond, en kregen toen een hondenleven

Oh Jung-hee: Vogel . Vertaald door Imke van Gardingen. De Geus, 159 blz. € 17,90

Oh Jung-hee: Vogel. Vertaald door Imke van Gardingen. De Geus, 159 blz. € 17,90

Het meisje U-mi beschildert het gezicht van haar slapende broertje en krijgt een draai om haar oren van haar oma. Wist ze niet dat de ziel het lichaam dan niet meer terug zou weten te vinden? Waarop U-mi vraagt of dat ook de reden is waarom haar moeder is weggegaan.

Met die irreële opeenvolging van handelingen en vragen wordt meteen op de eerste pagina de toon gezet van de prachtige Zuid-Koreaanse novelle Vogel. Vanuit het perspectief van U-mi wordt de lezer opgenomen in de bevreemdende werkelijkheid van een twaalfjarig kind.

Die werkelijkheid is hard. Geweld, harteloosheid, eenzaamheid, bijgeloof en een snel industrialiserende maatschappij omringen U-mi en haar broertje U-il. Na lange logeerpartijen bij diverse familieleden waar de twee kinderen ongewenst zijn, haalt hun vader hen uiteindelijk weer op – om hen vervolgens geheel aan hun lot over te laten als zijn tweede vrouw hem de bons geeft.

U-mi neemt dan automatisch de zorg voor U-il op zich, precies zoals hun oma, ooms en tantes, vader en stiefmoeder voorheen voor hen zorgden: ze geeft hem eten en neemt hem mee naar een acupuncturist als hij zijn voet heeft verzwikt – hij valt dikwijls, omdat hij denkt dat hij kan vliegen. Verder straft U-mi hem lichamelijk omdat de jongen, die geestelijk niet helemaal in orde is, zijn rekentafels niet uit zijn hoofd kan leren, en snauwt ze hem te pas en te onpas af.

Vertrouwen in andere mensen kent U-mi niet en geen enkele relatie lijkt bestendig. Ondanks die voortdurende tragiek in het leven van U-mi en U-il, maar ook in dat van alle andere personages, die hun lot allemaal met een zekere gelatenheid ondergaan, wordt de roman nooit sentimenteel of klagerig. U-mi weet nu eenmaal niet beter. Maar als lezer zou je regelmatig willen ingrijpen om haar te laten zien dat het ook anders kan.

Romans vanuit het perspectief van een kind zijn niet altijd even geslaagd, maar Oh Jung-hee, een van de groten van de Koreaanse literatuur, heeft een evenwichtig en overtuigend verhaal opgetekend. Weloverwogen en met grote verbeeldingskracht maakt ze een indringend maatschappelijk probleem invoelbaar.

Een enkele keer wordt de schrijfster iets te expliciet en laat ze U-mi bijvoorbeeld zeggen: ‘Wij hadden hond gegeten en kregen nu een hondenleven.’ Maar gelukkig ontbreken dat soort uitspraken in het algemeen. De waarnemingen van U-mi stuwen het verhaal voort. Voor de lezer blijft daardoor veel impliciet, omdat gebeurtenissen in verschillende versies worden verteld of omdat U-mi niet helemaal snapt wat er aan de hand is. Die openheid maakt het verhaal betoverend. Een pareltje.

    • Silvia Marijnissen