Vreemd en exotisch vuurwerk van vogellijven

‘De ontheemden’, 2008

Laat ik het maar toegeven: bij de naam Heddy-John Appeldoorn en de afbeeldingen die ik van zijn werk had gezien, dacht ik meteen aan een enorme neger. Het klopte ook zo mooi: Appeldoorn (1975) maakt grote schilderijen in felle kleuren die doen denken aan de postimpressionisten of expressionisten van honderd jaar geleden, maar ook associaties oproepen met kunst uit Afrika of de Cariben. Dat idee werd versterkt door zijn onderwerpen: Appeldoorn heeft een voorliefde voor sprookjesachtige, anekdotische thema’s. Zo verwijst de titel van een schilderij naar het sprookje Rapunsel en een andere naar de Vliegende Hollander. Ook schildert hij graag vogels: kalkoenen, adelaars, valken. Een van zijn opmerkelijkste doeken, De ontheemden (2008), is gevuld met parelhoenderen in alle kleuren van de regenboog die lijken op te stijgen naar de hemel, waardoor het geheel een soort vuurwerk van vogellijven wordt. Harry Potter meets Paul Gauguin. Vreemd, exotisch en on-Hollands.

Maar goed. Tijdens het bezoek aan Appeldoorns tentoonstelling scharrelde in de Galerie Tanya Rumpff dus een dunne, blanke jongeman rond met een vlasbaardje – de kunstenaar. Ik bespeurde een Twents accent. Even voelde ik me belazerd, maar tegelijk drong ook het besef door dat het mijn eigen schuld was dat ik exotische doeken zo nodig met donkere kunstenaars moest associëren. Dat heeft in ieder geval een voordeel: Appeldoorns werk doet je als toeschouwer beseffen hoezeer je, zelfs in een tijd waarin in de kunst schijnbaar alles kan, nog bent gehecht aan een begrip als ‘authenticiteit’. Terwijl een kunstenaar er evengoed op uit kan zijn dat soort verwachtingen en clichés te ontregelen.

Toch, als dat eenmaal is gebeurd, vraag je je af wat Appeldoorn precies met zijn werk wil. De schilder studeerde aan de Rijksakademie in Amsterdam en viel daar al op doordat hij veel behaagzieker durft te zijn dan zijn leeftijdsgenoten. Nu, op zijn eerste solo-expositie, valt op dat Appeldoorn wel een soort turboversie lijkt van de zeventiende-eeuwse schilder Melchior d’Hondecoeter, die een glanzende carrière opbouwde met het schilderen van pronkzuchtige, exotische vogels. Tegelijk lijkt Appeldoorn zich bewust van de val van de lonkende vogels. Tussen alle kleurbombardementen zoekt hij ook de dreiging en het ongemak: op De gevallen ruiter (2008) zet een gier net zijn snavel in een losliggende arm en op Wilde jacht (2007) verschuilen zich donkere, dreigende wolven tussen de bomen. Op dat laatste doek zie je ook waarom Appeldoorn als een talent wordt beschouwd: tussen de bomen door gluurt de kop van een wolf die schijnbaar in één vloeiende streek blauw-witte verf op het doek is gegooid en toch is hij zo levend dat hij bijna de galerie in lijkt te stappen. Zo’n geste, zulk lef, maakt nieuwsgierig naar wat Appeldoorn de komende jaren van plan is.

Heddy-John Appeldoorn. T/m 20 sept in Galerie Tanya Rumpff, Spaarnwouderstraat 74, Haarlem. Wo. t/m za. 13-17u.
    • Hans den Hartog Jager