Stevie Wonder veroudert niet

Stevie Wonder treedt in september op in Ahoy. Met de songs waarmee hij in de jaren zestig en zeventig de muziek veranderde.

Drie albums van Stevie Wonder die van grote invloed zijn geweest op de muziekgeschiedenis: ‘Talking Book’ (1972), ‘Innervisions’ (1973) en ‘Songs in the Key of Life’ (1976)

Aisha wijkt niet van zijn zijde op het podium. Ze begeleidt hem naar de piano, neemt dan plaats in het achtergrondkoor. Maar tijdens dat ene liedje, háár liedje, zit ze naast hem en straalt ze. Aisha Morris produceerde het babygehuil in Stevie Wonders wereldhit Isn’t She Lovely. Ruim dertig jaar later steunt ze haar vader tijdens diens tournee.

Aisha mag dan ouder zijn geworden; Stevie Wonder niet. Natuurlijk, de tijd heeft ook aan hem gevreten, maar alleen aan de buitenkant. Binnenin is er bijna niets veranderd.

De tijd lijkt eenvoudig geen vat te hebben op de 58-jarige. Hij heeft al vijftien jaar niet meer opgetreden, maar zijn vakmanschap heeft niet geleden onder die lange periode van afwezigheid; de recensies over zijn Amerikaanse tour, vorig jaar, waren juichend. Hij heeft al twintig jaar geen behoorlijk album gemaakt, maar zijn invloed op de hedendaagse pop en soul is onverminderd groot; niet alleen coverde rockband The Red Hot Chili Peppers zijn Higher Ground en sampelde gangstarapper 50 Cent delen van zijn Love’s in need of love today in Rider Music, ook dienen zijn volle arrangementen en gloedvolle zang als inspiratie voor hedendaagse artiesten als Alicia Keys en Jamie Lidell. En zijn maatschappijkritische teksten van dertig jaar geleden zijn nog altijd actueel.

Op 14 en 15 september doet Wonder de Rotterdamse Ahoy aan. En de vooruitzichten zijn goed. Immers, in Amerika speelde hij voornamelijk werk uit de jaren zestig en zeventig, de periode waarin hij drie albums maakte die de muziek voorgoed veranderden: Talking Book (1972), Innervisions (1973) en Songs in the Key of Life (1976).

Stevie Wonder en Marvin Gaye waren de eerste artiesten bij het soullabel Motown die zich waagden aan een conceptueel album. Tot dan toe waren de elpees van het label niet meer dan verzamelingen singles. Met Talking Book leverde Stevie Wonder een coherent album af. De harmonieuze melodieën pasten wonderwel bij elkaar, en hoewel de teksten uiteenliepen van liefde voor de vrouw tot de ongelijkheid van Amerika’s klassenmaatschappij, is het album samen te vatten in drie woorden: geloof, hoop en liefde. Die drie-eenheid zou Wonder nooit meer loslaten.

In zijn muziek klinkt die eenheid op allerlei manieren door; van het gospelkoor in As tot en met het liefdevolle lalala in My Cherie Amour. In zijn teksten toont Wonder zijn sociale engagement; daar maakt hij zich kwaad over de onderdrukking van de zwarte man, en de sociale en justitiële ongelijkheid in zijn vaderland.

Toch ontaardt die boosheid nooit in pessimisme of wrok. Altijd vestigt Wonder zijn hoop op een betere toekomst, al is die hoop de afgelopen decennia vaak vals gebleken; de erbarmelijke omstandigheden die hij beschrijft in Living in the city, zijn mooiste song, over het leven van een zwart gezin in een getto in de jaren zeventig, gelden nog altijd in de Amerikaanse achterstandswijken: „His father works some days for fourteen hours/ And you can bet he barely makes a dollar/ His mother goes to scrub the floors for many/ And you’d best believe she hardly gets a penny/ Living just enough, just enough for the city.”

Dat zijn teksten weinig aan betekenis hebben ingeboet, weet Wonder zelf ook. In Amerika begon hij zijn optredens steevast met Love’s in need of love today uit 1976, met daarin de strofe „hate’s going around/ breaking many hearts”, onder verwijzing naar de oorlogen in Afghanistan en Irak.

Stevie Wonder is een gevoelsmens.

Dat blijkt niet alleen uit zijn muziek. Natuurlijk, hij is allereerst een muzikaal genie, een multi-instrumentalist. Hij kan vele instrumenten bespelen, maar werd beroemd met zijn fenomenale spel op de mondharmonica, keyboards en talk box. Dat laatste instrument stelt hem in staat om het geluid van een instrument te veranderen, met behulp van een apparaat dat via een slangetje naar zijn mond loopt.

De warme melodieën, swingende schema’s en volle arrangementen combineert hij met diepe soul, jazzy grooves, gospel, reggae, pop en funk. Zijn muziek klinkt altijd simpel, maar dat is schijn; hij schudt de ingewikkeldste schema’s uit zijn mouw.

Wonder is ook een wereldverbeteraar. Hij klaagt aan, maar dramt nooit. Liever verpakt hij zijn boodschap in vrolijk gestippeld cadeaupapier. Zo paste het luchtige verjaardagslied Happy Birthday (1980) indertijd in de succesvolle campagne om de verjaardag van Martin Luther King tot nationale feestdag te laten verklaren.

Een Amerikaanse recensent van The Washington Post schreef na het zien van een van zijn laatste concerten over dat eeuwige optimisme: „Als je hoofd zeer doet van twee uur lawaai – dat is een rockconcert. Als je gezicht zeer doet van twee uur glimlachen – dat is een concert van Stevie Wonder.”

En Wonder is ook een familieman. Aisha’s huiltje is één voorbeeld. De kwartier lange ode aan zijn moeder tijdens zijn Amerikaanse optredens – ze spoorde hem vlak voor haar dood in 2006 aan om weer het podium op te gaan – is een ander. Immers, Wonder, die meer dan 75 miljoen albums verkocht en meer dan twintig Grammy’s won, hoeft niets meer te bewijzen.

Er is slechts één ding dat hij ontbeert: seksappeal. Wonder is zoon, echtgenoot en vader – maar nooit minnaar. Waar andere zwarte artiesten uit die tijd (Barry White, Isaac Hayes en zelfs Marvin Gaye met Sexual Healing) zich steunend en kreunend een weg naar het grote publiek zongen, maakte Stevie Wonder op bijna olijke wijze gewag van zijn gebeden tot God.

Een wonderkind is Stevie Wonder

altijd geweest. Eerst in zijn wijk in Detroit, waar hij de buurtkinderen vermaakte met zijn spel op de bongo’s; later bij het beroemde platenlabel Motown in diezelfde stad. Miracles-lid Ronnie White, woonachtig in de buurt, bracht de toen elfjarige jongen onder de aandacht van Motowns baas Berry Gordy. Deze liet hem op auditie komen. „Ik dacht dat ik gewoon gezellig op bezoek was, maar ik bleek auditie te doen”, zou Wonder later over die ontmoeting vertellen.

Gordy was onder de indruk van het talent van het blinde kind, dat reeds op jonge leeftijd een groot gevoel voor funk aan de dag legde. En na zijn optreden in de Ed Sullivan Show was Little Stevie Wonder, zoals hij in die tijd heette, een fenomeen.

Eigenlijk paste hij niet in de artiestenstal van de autoritaire Gordy. Wonder kon niet dansen als The Jackson 5, had een hekel aan pakken als The Four Tops droegen en kon niet lonken als The Surpremes. Maar hij stak muzikale grenzen over en tilde Motown zo naar een hoger plan.

Die muzikale hoogtepunten uit de jaren zestig en zeventig heeft Wonder nooit geëvenaard. In de jaren tachtig scoorde hij nog successen met songs als Ebony and Ivory (samen met Paul McCartney) en I just called to say I love you. Maar die halen het niet bij Sir Duke.

Het is hem nooit nagedragen. Iedereen – van muziekkenner tot mainstream luisteraar – spreekt met warmte over de muzikant/zanger/schrijver. Hij is een van de weinige artiesten die op zijn oude successen teert zonder dat dat tot irritatie leidt.

Dat is te danken aan zijn muziek. Die komt recht uit zijn hart, zoals alles. Stevie Wonder is echt – zo echt zijn weinig popartiesten voor en na hem geweest.

Stevie Wonder treedt op 14 en 15 september op in Ahoy, Rotterdam.

    • Yaël Vinckx