‘Sauna’ Nederland heeft een supernanny nodig

Marcia Luyten: Ziende blind in de sauna. Lemniscaat, 180 blz. € 17,50

Marcia Luyten: Ziende blind in de sauna. Lemniscaat, 180 blz. € 17,50

Een sauna waar krakers ooit hun blote vrijheid genoten, staat symbool voor de slordigheid waarmee Nederland met zijn vrijheid omgaat. Begin deze eeuw is er in die sauna in Amsterdam volgens essayiste Marcia Luyten iets kapotgegaan. Daar komt ze achter als ze er in 2003, na twee jaar in Rwanda, even terug is.

Voor dat verblijf in Afrika had Luyten – eerder onder meer medewerker van De Balie en redacteur van De Volkskrant – er menig uur doorgebracht. In haar ogen was de krakerssauna de vervolmaking van de jaren zestig. ‘Het rook er naar eucalyptus, wierook en hasj’, schrijft Luyten, geboren in 1971, in haar boek Ziende blind in de sauna. ‘De sfeer was er een van ‘alles moet kunnen’.’

Na die twee jaar blijkt er op de deur van de sauna een plakkaat gespijkerd. ‘Dat zei in vriendelijke, maar niet mis te verstane woorden dat ‘kijken’ hier seksuele intimidatie was. In de tijd dat ik weg was geweest, bleek er iets subtiels kapotgegaan, een ingewikkelde omgangsvorm. [...] Natuurlijk wisten we dat juist in een sauna niet alles kan. Gemengd bloot vraagt om terughoudendheid. Je ogen zijn open, maar je kijkt niet. […] Het is de kunst van ziende blind zijn.’

Deze sauna is volgens Luyten pars pro toto. In heel Nederland blijken de putdeksels te zijn gelicht. Het vocabulaire van parlementariër Gerard van As, die een blauwe maandag fractieleider is van de LPF die op haar beurt de belichaming van een nieuwe politiek pretendeert te zijn, spreekt boekdelen. „In de politiek was met ‘Pietje Paardenlul’ de beleefdheid echt afgeschaft.’’

Die toonzetting bewijst dat het regentendom onderuit is gegaan, zonder dat de vacante plaatsen zijn ingenomen door een nieuwe meritocratische top. De burgers interesseert dat niet. Die zijn gefixeerd op consumeren. „Waar ‘hebben’ belangrijker is dan ‘zijn’, wordt werk gemaakt van het eigendom en niet van de vrijheid. Wanneer van binnen de barbaar het overneemt, gaat de vrijheid verloren’’, schrijft Luyten. De korte termijn regeert. Net als in Afrika.

Waar is het misgegaan en kunnen we de breuk lijmen? Luyten onderneemt een poging om die vraag, waarmee Nederland al zes jaar bijna hysterisch worstelt, te beantwoorden. Die ambitie is moedig en de moeite waard. Zoveel breed opgezette essays zijn er sinds 2002 nu ook weer niet geschreven. De meest verstrekkende poging, Dood van een gezonde roker van Ian Buruma, werd neergesabeld door een aantal actoren zelf. Hetgeen niet alleen bepaald van distantie getuigde, maar ook illustreerde hoe moeilijk eigentijdse geschiedschrijving is.

Maar dat alles heeft Marcia Luyten niet afgeschrikt om toch nog een speurtocht te ondernemen. Waar is het in den beginne mis gegaan? Bij de ontzuiling vier decennia geleden, meent ze. Het ontketende individu kon sindsdien alleen nog terecht bij ouders en leraren. ‘In plaats dat die twee partijen zich bewust waren van die zowel grotere als moeilijkere klus, hebben ouders en leraren, de anti-autoritaire wind volgend, het te vormen karakter aan zichzelf overgelaten.’ Cruciale karakterkwaliteiten als wijsheid, rechtvaardigheid, zelfbeheersing en moed zijn daardoor verwaarloosd.

Luyten geeft toe dat ze een ‘daverende paradox’ beschrijft. Enerzijds wil ook zij dat het individu zich vrij en autonoom kan ontplooien. Anderzijds heeft het merendeel begeleiding van een ‘supernanny’ nodig. ‘Het prachtige ideaal van de zelfverwerkelijking slaat nergens op als er niets te realiseren valt. Waar niks in zit, kan niks uitkomen.’ De auteur zoekt daarom bijna panisch naar een plan, een plan om te redden wat ooit vanzelfsprekend leek.

Het doel is goed. Maar Marcia Luyten komt nauwelijks dichterbij. Die daverende paradox is namelijk precies het probleem waarmee zijzelf ook kampt. Net als al die geestverwanten die de omver getuimelde elite zouden moeten oprichten en schragen, heeft zij in de sauna de plaat gepoetst. Eenmaal van de schok bekomen dat ‘kijken’ als seksuele intimidatie moest worden opgevat, laat ze de sauna voor wat die is.

Ook in haar boek doet Luyten geen poging om te achterhalen wat er precies is gebeurd in de sauna. Wie waren de kijkers? Wanneer gingen ze hun kijkgedrag veranderen? Welke angsten en klachten riep die mannen op? Hoe zijn ze weggewerkt? Ging dat geruisloos of een beetje gewelddadig? Of kostte het alleen maar een hoop geld?

Als de krakerssauna inderdaad dé metafoor is voor de teloorgang van het tweespan ‘vrijheid in gebondenheid’, dan zijn dat serieuze vragen. Helaas. Eigenlijk weet de lezer na 220 pagina’s niet meer dan dat er in een sauna een plakkaat hangt dat teloorgang symboliseert. De auteur neemt zo haar eigen uitgangspunt niet serieus genoeg.

Het gevolg hiervan is: vlees noch vis. Marcia Luyten blijft steken in moralisme. Haar verheven idealisme ontbeert een materiële basis. Ziende blind in de sauna is daardoor eerder een preek dan een pamflet. En dat is zonde. Want haar uitgangspunt is boeiend. De hypothese dat Nederland en Afrika meer met elkaar gemeen hebben dan Gerard van As alleen in zijn stoutste dromen durft te associëren, is een tweede poging waard.

    • Hubert Smeets