Ruim baan voor de stoommachine!

Steampunk gebruikt materialen en vormen uit het Victoriaanse tijdperk voor het vormgeven van moderne apparatuur als computers en iPods. „Steampunk grijpt terug op het tijdperk waarin technologie nog nieuw en romantisch was”, zegt een van de ontwerpers.

Keyboard van Datamancer

Wat doe je als je net het laatste model iPod hebt aangeschaft, en het nieuwe apparaatje maagdelijk zwart en glanzend erop ligt te wachten om in gebruikt te worden genomen? Simpel. Je begint met het schuren van de achterkant met schuurpapier korrel 600. Wanneer de achterkant mooi matzilver is, kun je de zijkanten en voorkant afplakken met tape. Daarna wordt het een tikkeltje ingewikkelder. Je maakt de achterkant zorgvuldig schoon met alcohol en smeert hem bij gedempt licht in met een paar lagen ER-71 Photo Resist Liquid. Dat is lastiger dan een normaal etsproces, maar je wil tenslotte je iPod niet hoeven verhitten tot 120 graden Celsius met een strijkijzer!

Vervolgens neem je een plaatje van Lady Ada Lovelace, een tijdgenoot van de victoriaanse wiskundige Charles Babbage, en een van de allereerste computerprogrammeurs. Dan volgt een reeks gecompliceerde stappen met transparante film, ontwikkelaar, een zoutbad met elektroden, zwarte verf en lak. En voilà: hier is je iPod met een ets van Lady Ada erop, klaar voor gebruik!

Althans, dat is wat je doet met je iPod als je jezelf Hieronymus Isambard ‘Jake’ Von Slatt noemt. En daarna zet je de informatie op internet, zodat anderen zelf ook een fraaie geëtste iPod kunnen knutselen.

Welkom in de wondere wereld van Steampunk.

Jake Von Slatt, in het dagelijks leven een Amerikaanse Linux-systeembeheerder met de naam Sean Slattery, is een bekende steampunk-ontwerper van gemodificeerde moderne gebruiksvoorwerpen. Excentriek? Zonder meer. En hij is verre van de enige. Richard ‘Datamancer’ Nagy maakt prachtige, loodzware ‘victoriaanse’ laptops met hout en koper, en zijn steampunk desktopcomputer, de ‘The Nagy Magical-Movable-Type Pixello-Dynamotronic Computational Engine™’, samengesteld uit onder meer een Underwood-schrijfmachine en oude radiokast, is een wonder om te zien. Bovendien heeft hij een goedlopende handel in gemodificeerde toetsenborden – uit koper of messing, met de toetsen van antieke typemachines en details als prominente lampjes, of een spatiebalk met het woord ‘aether’ erop gegraveerd. Zijn computers start je op door een draai te geven aan een opwindsleutel.

Wat deze kunstenaars

gemeen hebben is de steampunk-esthetiek, die teruggrijpt naar vormen, technieken en materialen van het Victoriaanse tijdperk, en deze toepast op de moderne wereld en de cybertechnologie van nu. Het gaat om een retro-futuristische esthetische stroming die de status van nerdy subcultuur razendsnel aan het ontgroeien is, en inmiddels terug te vinden is in zo ongeveer alle mogelijke kunstvormen, van muziek tot film tot architectuur.

Dat is een opmerkelijke ontwikkeling voor wat begon in de jaren tachtig als een sub-sub-genre van sciencefictionliteratuur. De cyberpunk uit die tijd, een rebelse, sterk dystopische, maatschappijkritische vorm van sciencefiction, ging vooral over de strijd van het vrije individu tegen de overheersing door staat of corporatie. Steampunk – de term werd bedacht in 1987 door cyberpunk-pionier K.W. Jeter – verplaatste dit uitgangspunt naar een historische setting.

De echte doorbraak kwam in 1990, met de publicatie van The Difference Engine van William Gibson en Bruce Sterling. The Difference Engine beschrijft een dystopisch negentiende-eeuws Engeland waarin de proto-computer uit de titel, ontworpen door Charles Babbage, daadwerkelijk is gebouwd en op stoom werkt. Het is een wereld van zeppelins, stoomboten en giftige smog – de verbrandingsmotor is nooit uitgevonden. En het is ook een wereld waarin iedereen een ‘nummer’ heeft dat in de Engines van de regering bewaard wordt, met alle persoonlijke informatie die daarbij hoort. De sociaal-politieke consequenties hiervan zijn bepaald onaangenaam.

Na The Difference Engine volgden al snel meer romans in dezelfde sfeer, zoals The Diamond Age van Neal Stephenson, Perdido Street Station van China Miéville en Paul Di Filippo’s Steampunk Trilogy. Maar ook bijvoorbeeld Philip Pullmans His Dark Materials kan worden beschouwd als steampunk, net als sommige boeken van Thomas Pynchon of Michael Chabon. De steampunk-auteurs grepen terug op de grote klassieken van H.G. Wells, Jules Verne en Mary Shelley, en het archetypische beeld van de individualistische mad scientist – denk aan Madame Curie, Tesla, Edison of Franklin.

Maar het genre heeft nog esoterischer bronnen, zoals we kunnen lezen in de inleiding van de pasverschenen anthologie Steampunk van Ann en Jeff VanderMeer. Zo verschenen er in de negentiende eeuw tientallen Amerikaanse dime novels met uitvinders en stoommachines in de hoofdrol. Deze boekjes hadden titels als The Huge Hunter, or the Steam Man of the Plains, en doorgaans werden de golem-achtige stoommannen en stoompaarden daarin gebruikt om de roodhuiden mee te lijf te gaan. Ook de pulp-sciencefiction uit de twintigste eeuw en de culttelevisieserie Wild Wild West uit de jaren zestig waren belangrijke inspiratiebronnen.

Steampunk, de combinatie van deze ietwat curieuze ingrediënten, druiste ogenschijnlijk totaal tegen de tijdgeest in. Maar in de laatste twintig jaar breidde de steampunk-esthetiek zich als een olievlek uit over alle denkbare kunstvormen. Er verschenen uitstekende mainstream steampunk-films, zoals Delicatessen en La cité des enfants perdus van Jeunet & Caro. Japanse steampunk-anime als Howl’s Moving Castle of Spirited Away van Hayao Miyazaki werd met lof en prijzen overladen. Architectonische steampunk-invloeden vinden we terug in de bekroonde huizen van Tom Kundig. Mode van Alexander McQueen en Balenciaga toont steampunk-invloeden – koperbeslag, korsetten, Victoriana. De meest uiteenlopende steampunk-tijdschriften zijn te vinden op internet, waaronder zelfs literaire erotica onder de naam ‘steamypunk’. Steampunk-comics zijn een substantieel genre apart. Er zijn zelfs steampunk-bands (met namen als Vernian Process en Albion Park), al is het lastig daar een gemene deler in te ontdekken. Er zijn steampunk-theatervoorstellingen, steampunk-feesten, steampunk-festivals als Gogbot in Enschede. En voor wie er echt geen genoeg van kan krijgen is er de steampunk-stad New Babbage op Second Life.

Eigenlijk is het ook niet

zo moeilijk om te zien waarom de esthetiek van steampunk zo aanslaat. Steampunk is tastbaar op het sensuele af – leer, hout, koper, het voelt prettig en ruikt interessant. Stoom sist, is heet en vochtig. Er beweegt van alles, maar op een logisch-mechanische manier die ook voor leken goed te volgen is.

Het Victoriaanse tijdperk was in feite de laatste periode waarin de amateurnaturalist of -geleerde nog belangrijke bijdragen aan de wetenschap kon leveren. Het eenzame individu in een laboratorium of op expeditiereis kon best nog wel eens een ontdekking doen die de loop van de geschiedenis ingrijpend zou veranderen.

„Voor mij is steampunk de persoonlijke industriële revolutie”, zegt Jake Von Slatt op Aether Emporium (etheremporium.pbwiki.com). „In de negentiende eeuw kon een scholier nog alle kennis bezitten die nodig was om de technologie van het tijdperk te begrijpen.” Zijn collega ‘Datamancer’ Nagy ziet het eveneens als een optimistische periode: „Steampunk grijpt terug op het tijdperk waarin technologie nog nieuw en romantisch was, waarin de wereld nog versteld stond van haar eigen slimheid, in kinderlijke trots en verwondering, en vol hoop een vreemde en prachtige toekomst tegemoetzag.”

Maar steampunk overstijgt de jongensboek-avonturen van tijdmachines, nieuwe werelden en bewegende tandwielen. Het Victoriaanse tijdperk, altijd goed voor drama en romantiek, was niet alleen een tijd van onbegrensde mogelijkheden, maar ook van enorme sociale tegenstellingen en conflicten. In de beste steampunk-literatuur wordt de historische setting juist gebruikt om moderne sociale en politieke issues aan te snijden, zoals de persoonsgegevens-kwestie in The Difference Engine. „De voornaamste lessen van steampunk gaan niet over het verleden”, schrijft Bruce Sterling in een speciaal voor het Gogbot-festival geschreven artikel. „Ze gaan over de instabiliteit en de achterhaaldheid van onze eigen tijd. Een hele keur aan voorwerpen en diensten die we iedere dag zien, zijn niet duurzaam.”

Duurzaamheid is hier het sleutelwoord:

hergebruik is een belangrijk creatief en ethisch principe van steampunk, en de ‘doe het zelf’ punkmentaliteit sluit daar naadloos op aan. De talloze how-to-instructies op internet zijn typisch voor het vrij delen van technieken en kennis van de steampunk-subcultuur. Steampunk bevindt zich op het snijvlak van radical politics, verzet tegen het corporatisme, de commercialisering en de massaproductie van onze wegwerpcultuur, en esoterisch geknutsel aan schijnbaar nutteloze verfraaiingen. Want steampunk is ook het ultieme anti-modernisme, in een provocerend barokke verpakking.

„Steampunk celebrates ornamentation!” stelt steampunk-lampenmaker Art Donovan enthousiast. „De essentie van de steampunk-filosofie is het direct tegenovergestelde van Van Der Rohe’s ‘vorm volgt functie’. Steampunks geloven dat de vorm net zo indrukwekkend moet zijn als de functie.”

De moeite van het verfraaien geeft een meerwaarde aan het object, en straalt uit hoe belangrijk en waardevol het is. De meeste steampunk-ontwerpen zijn bovendien uniek of in heel kleine oplage gemaakt: begerenswaardige verzamelobjecten.

Een concept als ‘het laatste model iPod’ druist dus in tegen alles waar steampunk voor staat. Het ontbreekt de massaal geproduceerde technologische gadgets van nu aan eeuwigheidswaarde, en niet alleen omdat het model al verouderd is zodra het op de markt komt. De machines van nu missen de bezieling en uniciteit van ambachtelijk handwerk, van dingen die met liefde werden gebouwd om heel lang mee te kunnen gaan. Steampunk gaat op zoek naar die bezieling, naar de geest in de machine. Steampunk-creaties mogen dan functioneel zijn, dat sluit het wonderbaarlijke beslist niet uit.

Dat is maar goed ook, want de ontluistering ligt overal op de loer. De eerste parodieën zijn verschenen op toonaangevende internetsites als BoingBoing en McSweeney’s. De eerste morrelende geluiden weerklinken – steampunk is ouderwets, voor nerds, heeft een onzinnige naam; steampunk is van dystopische maatschappijkritiek verworden tot fashion statement en literair cliché. En het valt af te zien aan de iPod, die feilloze graadmeter van de tijdgeest: sinds kort kun je iPod-hoesjes kopen met een steampunk-design. Radertjes en brons, maar dan op een laagje vinyl van een millimeter, voor wie de uitstraling van punk wil zonder het gedoe met steam.

De conclusie is onontkoombaar: steampunk is goed en wel gearriveerd.

Steampunk. Samengesteld door Ann en Jeff VanderMeer. Tachyon Publications, San Francisco. Gogbot festival, 18-21 september Enschede.

    • Corine Vloet