Ogen als druppels, of als laurierbladen

In ‘Shirin’ zien wij anderhalf uur lang alleen de gezichten van vrouwen die een Perzisch drama kijken. Wil Kiarostami dat we ons verliezen in vrouwengezichten?

Het festival is nog jong, maar de meest raadselachtige film van Venetië 2008 lijkt al te zijn voorbijgekomen: Shirin van de Iraniër Abbas Kiarostami.

Anderhalf uur lang toont hij een film door de ogen van vrouwelijke kijkers. Letterlijk: wij horen dialogen en soundtrack van een zwaar aangezet, traditioneel Perzisch drama en zien daarbij uitsluitend de gezichten van de vrouwen die er in een bioscoop naar zitten te kijken – of doen alsof ze kijken, dat is veel waarschijnlijker.

In onze oren ontrolt zich het drama van Shirin, prinses van Armenië uit een sprookjestijd, die wordt begeerd door koning Khosrow van Perzië. Ze ontmoeten elkaar en de liefde is wederzijds, maar toch gaat er iets verkeerd en Khosrow vertrekt, om vervolgens te trouwen met een Romeinse prinses. Vele tragische wendingen in hun levens later, kunnen zij elkaar nog eenmaal ontmoeten, maar vlak daarna wordt de koning vermoord door zijn ambitieuze zoon.

Op ons netvlies verschijnt het publiek dat deze tragedie aanschouwt. En dan nog alleen het vrouwelijk deel van dit publiek. Als we al een man zien, dan alleen omdat die achter een vrouw zit. De vrouwen, allen getooid met een hoofddoek, leven danig mee met de film, ze schrikken, slikken, bijten op hun vinger en huilen vooral veel.

Het visuele effect is wonderlijk. De vrouwengezichten, beschenen door het flakkerende licht van het filmdoek en gemonteerd in soms scherpe, maar meestal vloeiende overgangen, beginnen gaandeweg te zweven over het beeld. De afwisseling van licht en schaduw doet ze ademen. Hun ogen, fonkelend in het filmlicht en in het vocht van hun eigen tranen, eisen langzamerhand alle aandacht op. Anderhalf uur is veel tijd om diep in alle ogen te kijken. Je gaat ze als vanzelf indelen: ogen als waterdruppels, ogen als laurierbladen, olijven, amandelen. Groene, blauwe, bruine ogen, rechte, schuine, hangende. En dan zie je de wenkbrauwen en begint de categorisering opnieuw.

Is dit wat Kiarostami wil? Dat we ons verliezen in de vrouwengezichten? Wat is de pointe? Soms voelt zijn gestaar alsof je naar een glamourclip van George Michael kijkt, dan weer als de bedachtzaamheid van een film die vorig jaar op ditzelfde festival te zien was: Sylvie en la ciudad, waarin een jonge tekenaar een vrouw terugzoekt die hij vluchtig heeft gezien, enkele jaren geleden. Hij zoekt haar in elke haarlok die de wind beroert en elk gebaar van de handen. Zoekt ook Kiarostami de liefde in een parade van vrouwen?

Of is Shirin niet zozeer een psychologisch als wel een cinematografisch experiment? Wil Kiarostami laten zien dat je een film kunt aflezen aan de gezichten van de kijkers? Maar waarom laat de maker, die in zijn filmles Ten on Ten nog bezwoer dat de eenvoudigste zaken hem voortaan tot onderwerp zouden dienen en om dat direct te bewijzen zijn camera op een miertje richtte, dan alleen maar mooie vrouwen in het publiek zien? Het zijn louter actrices, en dan nog actrices met Madonnagezichten. Zelfs als we de meeste niet kennen door het simpele feit dat ze uit Iran komen, wordt het duidelijk zodra we ook Juliette Binoche met een hoofddoek in de zaal zien. Haar gezicht doorbreekt iedere illusie van authenticiteit, voorzover dat nog nodig was. Binoche door haar tranen heen zien glimlachen, is even authentiek als Meryl Streep met een Pools accent.

Consequent is de aanpak van Kiarostami zeker. Hij moet hebben geweten dat hij met deze film maar weinig mensen zou aanspreken. Bij de persvoorstelling liep driekwart van de journalisten voortijdig weg – ook al doordat de organisatie zat te klungelen met de ondertitels. En niemand van de overgebleven bezoekers had na afloop de lust of de moed om te applaudisseren.

    • Bas Blokker