Nieuwe miljardendompers zijn onontkoombaar

Nederlandse financiële instellingen komen de crisis tot nu toe betrekkelijk goed door. Maar nieuwe probleemmarkten kunnen ook hier de toekomstige winsten onder druk zetten.

Nu de vier grote Nederlandse financiële instellingen allen hun halfjaarresultaten hebben gepubliceerd, wordt de schade van een jaar kredietcrisis duidelijk.

ING, Aegon, Fortis en Rabobank hebben alle dit jaar in meer of mindere mate te lijden gehad van de crisis. Fortis moest in de eerste zes maanden 591 miljoen verlies nemen en 6,5 miljard aan herwaarderingen inboeken (waarvan 3,1 miljard zeker gerelateerd is aan de crisis). ING kwam uit op 99 miljoen rechtstreeks verlies en 2,56 miljard aan kredietcrisis gerelateerde herwaarderingen (van de bijna 10 miljard euro totale herwaardering). Rabobank leed 526 miljoen euro verlies (inclusief herwaarderingen) en herwaardeerde voor 788 miljoen euro. Aegon nam een verlies van 98 miljoen en deed een herwaardering van 664 miljoen euro.

Bij elkaar opgeteld leidt het Nederlandse bankwezen toch al gauw een forse miljardenschade. Dat oogt pijnlijk, maar al met al toch een stuk fraaier dan de soms tientallen miljarden die Amerikaanse zakenbanken en ook Europese concurrenten als het Zwitserse UBS of Royal Bank of Scotland hebben moeten afboeken van hun balans.

Een reden daarvoor is, simpel genoeg, dat de Nederlandse banken zich gewoonweg minder gewaagd hebben aan risicovolle kredietproducten. ING bijvoorbeeld kan zichzelf, zeker met de wijsheid achteraf, op de schouder kloppen dat het zich niet al te diep in risicovolle (subprime) hypotheken gestoken heeft. Dat kwam de bank ruim een jaar geleden nog op kritiek te staan (minder risico betekent immers ook minder rendement), maar nu is ING spekkoper.

Het Nederlandse kwartet heeft het afgelopen jaar gebruikt om de zogenoemde exposure (blootstelling) aan de risicovolste markten terug te snoeien. Maar de risicovolste markt van nu (subprime), hoeft niet de plek te zijn waar de komende maanden ook de hardste klappen gaan vallen. „We denken dat de piek in de subprime achter de rug is, daar zal je nog wel wat afschrijvingen zien, maar het vlakt af. De markt waar nu de meeste aandacht naar uitgaat is die van de Alt-A-hypotheken, voor mensen met een iets betere kredietwaardigheid”, zegt analist Renate Brand van SNS Securities. „Daar zie je het aantal wanbetalingen in de Verenigde Staten heel rap toenemen.” UBS waardeerde in het tweede kwartaal op zijn alt A-portefeuille af tot 70 procent van de oorspronkelijke waarde, ook al had die eind juni nog de hoogste kredietbeoordeling (AAA).

ING zit van de vier het zwaarst in die Alt-A categorie, in totaal nog voor 22 miljard euro, tegen 82,7 procent van de oorspronkelijke waarde. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, mits de kwaliteit van die beleggingen op orde is. „Het is voornamelijk triple-A, de hoogste kwaliteit. En daarbij bestaat er ook een kans dat ING hypotheken die in Amerika als prime (hoogwaardig, red.) te boek staan hier als Alt-A waardeert. Dat maakt het ING-pakket dan hoogwaardiger dan vergelijkbare pakketten in de VS”, zegt Brand. Zij verwacht de komende maanden vooral herwaarderingen in de Alt-A-pakketten, dus nog geen echte verliezen.

Fortis kampt weer met een heel ander probleem, zegt de Belgische bankenanalist Ivan Lathouders van Bank Degroof. De bank-verzekeraar heeft nog een fors pakket aan zogenoemde colleteralized debt obligations (cdo’s, herverpakte gestructureerde leningen). En die markt is internationaal in zeer zwaar weer gekomen. Het uitgeven van die cdo’s is volledig tot stilstand gekomen, maar ook de handel erin is opgedroogd.

Een enkele uitzondering baart zorgen. Enkele weken geleden wist de Amerikaanse zakenbank Merrill Lynch een pakket cdo’s te verkopen tegen een waarde van 22 cent per dollar. „Fortis heeft van het Ameikaanse subprime-cdo-pakket van oorspronkelijk 5 miljard euro nu nog 1,9 miljard op de balans staan”, zegt Lathouders. Dat is dus dus voor 39 procent van de oorspronkelijke waarde. Maar Fortis wil, anders dan Merrill, de boel niet verkopen en kan dus afwachten tot de prijs weer aantrekt, als dat ooit gebeurt. „Fortis toont zich zeer conservatief, maar niemand kan zeggen of die afwaardering voldoende zal zijn”, zegt hij.

In het uiterste geval moet Fortis dus nog eens 1,9 miljard verlies nemen op de cdo-portefeuille. Rabobank heeft zijn pakket cdo’s sinds begin dit jaar ook op ongeveer 22 cent per euro gewaardeerd. De overige twee Nederlandse financiële instellingen hebben hun pakketten aan cdo’s tegen veel hogere percentages in de boeken staan. ING hanteert nog 94,6 cent per euro voor een pakket dat maar voor een fractie uit Amerikaanse subprime-cdo’s bestaat. Aegon rekent met 88,6 cent per euro voor eveneens een voornamelijk niet-subprime-pakket aan cdo’s.

Wat opvalt is dat in vergelijking met internationale concurrenten het Nederlandse kwartet nog nauwelijks heeft afgewaardeerd op creditcards en zogenoemde hefboomleningen die ze aan bedrijven, die met name in handen zijn van private-equityfirma’s, hebben verschaft. ING heeft bijvoorbeeld voor 8 miljard euro van die leningen in zijn boeken staan, Fortis zegt er niets over. UBS en Merrill hebben hun blootstelling aan deze hefboomleningen met bijna de helft heeft teruggebracht, RBS met eenderde. Het afwaarderen is, kortom, nog niet voorbij.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Fortis

In de grafiek bij het artikel Nieuwe miljardendompers zijn onontkoombaar (29 augustus, pagina 15) staat dat Fortis nog voor 3,9 miljard aan subprime gerelateerde effecten