Lekker knoeien met kikkerpootjes en metalen

George Johnson: The Ten Most Beautiful Experiments. Alfred A. Knopf, 192 blz. € 21,95

George Johnson: The Ten Most Beautiful Experiments. Alfred A. Knopf, 192 blz. € 21,95

Het natuurwetenschappelijk onderzoek heeft zich in de 20ste eeuw tot een echte industrie ontwikkeld. Experimenten die tegenwoordig het nieuws halen – de ontrafeling van het menselijk genoom, de ontdekking van een nieuw elementaire deeltje of een supergroot zwart gat – zijn veelal het resultaat van internationale samenwerking en kosten vele miljoenen. De Amerikaanse wetenschapsjournalist George Johnson vindt dat allemaal maar niks. Hij is een romanticus en verlangt stilletjes terug naar de tijd dat een nieuwsgierige eenling in zijn laboratorium aan huis ‘...met alles wat hij daar toevallig voor handen had het universum een vraag stelde en volhield tot hij antwoord had gekregen.’ In The Ten Most Beautiful Experiments zet hij de tien mooiste van dat soort experimenten op een rijtje.

Natuurlijk is Galileo Galileï van de partij, die het ongelijk van Aristoteles bewees en de moderne wetenschap introduceerde door kogels langs een hellend vlak te laten rollen en door de beweging ervan wiskundig vast te leggen – dat hij ze van de scheve toren liet vallen of met zijn hartslag time-de is een broodje aap. Heel aardig is ook het verhaal rond Lavoisiers ontdekking van zuurstof, waarmee hij de doodssteek toebracht aan de flogiston-theorie. Terwijl ook anderen claimden zuurstof te hebben ontdekt, maakt Johnson duidelijk dat zij daar geen enkel recht op konden doen gelden: Lavoisier was de enige die echt snapte wat hij had gevonden.

Wat dit soort onenigheid wetenschappelijk nog leuker maakt, wordt treffend geïllustreerd door de jarenlange discussies tussen Alessandro Volta en Luigi Galvani over de aard van elektriciteit. Volta ging in de weer met geprepareerde kikkerpootjes en liet die bewegen door ze in contact te brengen met twee verschillende metalen. Hij dacht dat elektriciteit een biologisch verschijnsel was dat werd opgewekt in de spieren. Volta zag in dat de twee metalen voldoende waren en werd zo de uitvinder van de batterij. Voor Johnson is doorslaggevend dat de vernuftige experimenten die ze uitvoerden om elkaars theorieën onderuit te halen, uiteindelijk leidden tot een beter begrip.

Zoals met alle lijstjes is er natuurlijk nu ook weer van alles op af te dingen. Zo toont Johnson een opvallende voorkeur voor de natuur- en scheikunde. Gregor Mendel bijvoorbeeld haalde met zijn erfelijkheidsproeven aan erwtenplantjes niet de top tien. Dat zowel de experimenten van Michelson als die van Millikan wél ‘mooi’ genoeg waren, lijkt me ingegeven door chauvinisme. De voornaamste bijdrage van de VS aan de natuurkunde was nu juist de ontwikkeling van Big Science. Verder had Johnson van mij best wat meer mogen uitweiden over de tijd waarin het experiment plaatshad, of over de achtergrond van de betreffende wetenschapper. Nu worden in maar een paar bladzijden tekst de experimenten behandeld en van commentaar voorzien, terwijl hier en daar ook volstrekt irrelevante informatie langskomt – alsof Lady Lovelace enige invloed heeft gehad op de ontdekkingen van Faraday.

Over het geheel genomen heeft Johnson mooi werk verricht. De experimenten worden duidelijk beschreven en hij weet zijn enthousiasme over het vernuft en vooral de volharding van sommige onderzoekers goed over te brengen, zeker wanneer hij ook zijn pogingen om de proeven zelf over te doen in het verhaal betrekt.