In Parijs ontsnappen aan de Britse censuur

Neil Pearson: Obelisk. A history of Jack Kahane and the Obelisk Press. Liverpool University Press, 494 blz. € 34,50

Patrick Kearney: The Paris Olympia Press. Liverpool University Press, 400 blz. € 34,50

Zelfs binnen de toch al met vreemde snuiters bevolkte wereld van Amerikaanse en Britse uitgevers in het Parijs van de jaren tussen beide Wereldoorlogen was de uit Manchester afkomstige Jack Kahane (1887-1939) een type apart. Na de Eerste Wereldoorlog, die hij op enige afstand van het front als militair meemaakte, bleef hij in Frankrijk hangen en trouwde met een Française. In 1928, betrekkelijk laat, vestigt hij zich in Parijs, waar hij in 1929 een eerste boek uitgeeft: Norah C. James’ Sleeveless Errand, dat in Engeland meteen al door de Londense politie in beslag wordt genomen. Het boek werd godslasterlijk en vooral obsceen bevonden, want er kwamen woorden in voor als ‘bloody hell’ en‘whores’. Anders dan de meeste van zijn collega-expats die vaak een aanzienlijk fortuin achter zich hebben, maar een beetje liefhebberen en het zich kunnen permitteren boeken in een kleine oplage tegen een hoge prijs uit te geven, was Kahane financieel afhankelijk van zijn uitgeverij. In Manchester was al eens een door hem zelf geschreven niemendalletje uit de leesbibliotheken geweerd omdat er een buitenechtelijke relatie in voorkwam. Maar door de publiciteit die zijn toenmalige uitgever daaraan gaf, moest het boek worden herdrukt. Dat zette Kahane kennelijk aan het denken, want toen hij zelf uitgever werd, schuwde hij geen middel om zijn boeken onder de aandacht van het publiek te brengen. Zoals de buikbandjes met ‘Seized by the London Police. The complete and unexpurgated text’ op het werk van Nora James.

Met de winst die hij maakte met zijn ‘dirty books’ wilde Kahane hoogwaardige literaire werken publiceren van auteurs die in hun eigen land niet terecht konden. Zo publiceerde hij van James Joyce – die sinds de publicatie van Ulysses onder Amerikaanse en Britse censuur viel – in 1930 Haveth Childers Everywhere, een eerste fragment van wat later Finnegans Wake zou worden. De verkoop was echter dramatisch. In 1932 zou Kahane van Joyce nog Pomes Penyeach uitgeven, maar de liefde was toen wel over.

Joyce was niet de enige beroemde auteur, die zijn werk aan Kahane toevertrouwde. Henry Miller liep op zekere dag de uitgeverij van Kahane’s, ook in Parijs gevestigde collega Sylvia Beach binnen om haar Tropic of Cancer aan te bieden, maar Beach verwees hem naar Kahane, die het boek in 1934 uitbracht.

Het leesbare boek van Pearson bevat drie delen: een beknopte biografie van de tot dusverre tamelijk onbekende Kahane, een uitgebreide fondslijst van de Obelisk Press die voor verzamelaars een ware ‘Fundgrube’ vormt, en ten slotte beknopte biografieën van de auteurs die Kahane uitgaf.

Kahane stierf in 1939 aan een hartaanval. Zijn zoon Maurice Girodias (1919-1990), die tijdens de Tweede Wereldoorlog de naam van zijn moeder aannam, zette na de oorlog het werk van zijn vader voort. Maar waar zijn vader nog serieus literair werk ambieerde uit te geven, richtte de zoon zich met zijn Olympia Press voornamelijk op erotica, al gaf hij ook werk van Miller, Vladimir Nabokov en J.P. Donleavy uit. Net als bij zijn vader ontaardde de verhouding tot zijn auteurs vaak in ruzies over geld en contracten. Girodias heeft in een aantal delen zijn autobiografie neergeschreven en er bestaat bovendien een omvangrijke biografie van hem en zijn fonds door John de St Jorre uit 1994. Om die reden achtte Kearney zich waarschijnlijk ontslagen van de plicht om hem in zijn boek te introduceren.

De bibliografie die Kearney publiceert is in beknopte vorm al eens eerder uitgegeven. Maar beide boeken samen bieden een meer dan compleet beeld van twee opeenvolgende uitgeverijen die op inventieve, maar niet altijd succesvolle manier de censuur in de Angelsaksische wereld probeerden te omzeilen. Ze bieden een boeiend beeld van een in de vergetelheid geraakt stukje uitgeverijgeschiedenis.

    • Sjoerd van Faassen