Ik doe vast iets verkeerd

De zomervakanties zijn (bijna) voorbij, het nieuwe, drukke schooljaar begint.

Niet zo’n goed idee dus, om op de eerste schooldag meteen een gast te eten te hebben.

Stickertjes van de Family Survival Planner. Illustratie Marike Knaapen Knaapen, Marike

Het meisje van de slager is net de lamsbout aan het halen als mijn telefoon gaat. Een nummer van de redactie in Rotterdam, maandagmiddag om kwart over vijf. Breaking news?

In het leven van een boekenredacteur is dat meestal een dode schrijver en kunstenaars sterven zelden onder kantoortijd. Hugo Claus wel, diens doodsbericht kwam op een woensdagmiddag op de redactie. Maar Gerard Reve (kinderpartijtje), Jan Wolkers (speeltuin) en Kees Fens (een kinderloze zondagochtend in Parijs) denderden zo het gezinsleven binnen.

Wie sterft er bij de slager? En neem ik nu meteen op? Het meisje komt alweer uit de koelcel met de lamsbout. Opnemen is dus onbeleefd. Maar straks terugbellen wordt nog moeilijker: ik moet zo eerst naar de naschoolse opvang om A. (bijna 5) op te halen, dan naar de crèche voor S. (ruim 2), waarna thuis mijn vriend P., die in Berlijn woont, langskomt om de kinderen te zien, de lamsbout op te eten en met mij te praten. M. is naar een vergadering op haar werk. Maandagavond is toch al niet zo geschikt voor bezoek: de jongens hebben een lange dag gehad, zijn moe en dus druk – en ook hun ouders moeten wennen aan het einde van het weekeinde. Vandaag wordt dat effect versterkt: het is de eerste dag van het nieuwe schooljaar.

Dus toch maar niet het telefoongesprek uitstellen. Ik maak een multi-interpretabel excuusgebaar naar het meisje en neem op.

Er is niemand dood. Het is nrc.next. Of het niet leuk is om bij het begin van het schooljaar een stuk te maken over drukbezette multitaskende ouders voor wie het plan-, regel- en zorgseizoen weer is losgebarsten. En dan eens niet geschreven door een moeder, maar door een vader.

‘Een ploetervader dus’, zeg ik zelf maar vast. En ik denk terug aan drie middagen geleden, toen we in de tuin van de buren besloten dat alle minderjarigen die avond best een half uur later naar bed konden en we experimenteel vaststelden dat een tweejarige prima in staat is om zelfstandig een fles witte wijn uit een koelkast te halen.

Er is wel een hulpstuk voor het nieuwe schoolseizoen: de Family Survival Planner. Die heeft veel weg van een gewone kalender, maar dan één met heel veel stickers die je erop kunt plakken: verjaardag, schoolarts, feestje, logeren, muziekles, sporten, kapper, vrije dag, vakantie, noem maar op. Zodat ook de analfabeten in het gezin kunnen zien wat hen boven het hoofd hangt. En, minstens zo belangrijk, zodat je in één oogopslag kunt zien wanneer je op een dag te veel dreigt te willen.

In gedachten zie ik vandaag voor me: eerste schooldag (1 sticker), eerste crèchedag (1 sticker), vergadering M. (1 sticker) en eetbezoek (1 sticker). En, trouwens: stuk voor de boekenbijlage afmaken (1 sticker).

Ik zou ze een beetje over elkaar heen moeten plakken, anders past het niet. Dat betekent ongetwijfeld dat ik iets verkeerd doe. Maar vrienden uit het buitenland laat je niet op de stoep staan.

Eerst A. maar halen. Over de naschoolse opvang was hij voor de vakantie maar half te spreken. Maar vandaag is hij fanatiek aan het tafelvoetballen. Heel even kijkt hij op als ik binnenkom. „Waarom ga je S. niet eerst halen en mij daarna?”, bromt hij terwijl hij doorspeelt. Met moeite krijg ik hem mee naar de crèche.

Even later rijd ik zeer idyllisch met twee kleine jongens in de bakfiets naar huis. Een kind fietst door dezelfde straat over de stoep. „Dat máág niet”, zegt A met nadruk. „We gaan hem uitlachen.” Zijn broertje roept meteen enthousiast: „Uitlachen! Uitlachen!” Hij heeft geen idee.

Ik leg mijn hand op het hoofd van A. „Uitlachen, dat doen we niet.” Hij denkt even na: „Als ik mijn mond houd, mogen we dan zo televisie kijken?” Liever niet, maar rust tijdens het koken is ook wat waard. „Je mond houden is in elk geval een heel goed idee”, probeer ik eerst.

Wanneer we twee minuten later afstappen vraagt A.: „Weet je nu al of we televisie mogen kijken?” Ik zwijg. Hij kijkt me aan: „Je kijkt alsof je nee gaat zeggen.” Sommige mensen in dit huishouden worden iets te snel iets te slim.

Terwijl Buurman en Buurman op tv bezig zijn iets ‘simpel op te lossen’ doe ik een poging zo snel mogelijk wortel, pasta en vegetarische balletjes klaar te maken – de lamsbout komt wel als de kinderen slapen.

De rust is van korte duur, want P. is op tijd. Hij krijgt bier en we doen een oprechte poging om over de olympische 100 meter sprint te praten. Dat gesprek duurt ongeveer tien seconden, dan komt S. blij zijn wederwaardigheden van de dag aan P. vertellen: „Ikke brood gegeten! Ikke buiten gespeeld!” Dat gaat vrij soepel over in „mag ik een koekje?” en „kom jij boekje lezen papa?”.

Ik zeg tegen S. dat P. dat laatste wel wil doen, een voorstel dat tot mijn verbazing wordt aanvaard. Terwijl ik snel verder kook, hoor ik nog af en toe wat lawaai vanaf de bank (en later heeft P. een wat verwilderde blik in zijn ogen – zijn dochtertje is nog geen anderhalf).

Terwijl ik bezig ben, lees ik in de kalender onder het kopje ‘eetweigeraars’: „Ouders die gezamenlijk met hun kinderen eten, worden soms gek van het variatieloze kindereten […] De oplossing: de moed niet opgeven en toch maar blijven koken wat je zelf lekker vindt.” En ik mik een klodder pesto door de pasta van de kinderen.

A. heeft inmiddels een vrij hoge graad van opwinding bereikt: hij springt, hangt aan mijn benen en schreeuwt, hij spat met kraanwater bij wijze van handen wassen en hij springt op de fruitschaal af: „Mag ik druiven?”

Eigenlijk is het een soort gezelschapsspel of een urenlang proefwerk met steeds weer nieuwe vragen. Je krijgt een verzoek, waar je onmiddellijk antwoord op moet geven, waarbij je eigenlijk geen idee hebt van wat je antwoord zal veroorzaken. Dat wil zeggen, als het ja is dan weet je het wel, maar een ouder zegt natuurlijk meestal nee. Soms ontketent dat een woede-aanval, soms volgt er wonderbaarlijke acceptatie. Op de eerste dag na de vakantie kan ik wel raden wat de druivenkwestie ons gaat brengen. Halfhartig antwoord ik: „Het mag als toetje.” Waarna een korte discussie volgt met standpunten waar weinig beweging in zit.

Even later is A. verdwenen, maar niet naar zijn stoel. Hij is de holle ruimte onder de trap ingekropen. En de druiven zijn ook weg.

„Wat doe je nou in zo’n geval?”, vraagt P. geïnteresseerd. Helemaal geen slechte vraag. Eigenlijk meer omdat ik er genoeg van heb dan om een andere reden (ik heb zelf nu ook een glas bier) doe ik helemaal niets. Dan maar een druivendieet.

Als ik een kwartiertje later aanstalten maak om S. in bad te gaan doen, komt A. uit zijn hol gekropen, gaat achter zijn bord zitten en eet zijn eten op. En dat is precies wat P. en ik diezelfde avond ook met onze lamsbout zullen doen. Om kwart voor tien.

Rinskje Koelewijn en Toni Westenberg. Family Survival Planner 2009. Thoeris, 14,95 euro.Zie www.defamilieplanner.nl