Hij gebruikte verf, lijm en plakband

Wetenschappers hebben ontdekt hoe het schilderij Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan is ontstaan.

Vandaag worden de resultaten getoond.

Een sterk vergroot detail van Victory Boogie Woogie. Mondriaan maakte het tussen 1942 en 1944 van olieverf, stukjes papier en plastic en zwart krijt op doek (127×127 cm). Foto ICN ICN

„In het verleden werd Mondriaan wel beschouwd als de koele mathematicus die systematisch te werk ging. Nu weten we dat hij weliswaar zeer nauwkeurig was, maar toch best experimenteel werkte”, zegt onderzoeker Maarten van Bommel van het Instituut Collectie Nederland (ICN). Van Bommel is projectleider van de groep restauratoren, conservatoren en natuurwetenschappers die na twee jaar onderzoek heeft kunnen vaststellen hoe het geometrisch-abstracte schilderij Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan uit 1944 precies is ontstaan.

Het was een kunsthistorisch onderzoek („we hadden de wens om de ontstaansgeschiedenis te doorgronden”) naar een van Nederlands beroemdste schilderijen, het laatste dat Piet Mondriaan maakte. Het schilderij, dat in 1998 door de Nederlandse staat werd verworven voor 80 miljoen gulden (36,3 miljoen euro) van een Amerikaanse particulier na een schenking van De Nederlandsche Bank, maakte destijds veel discussie los. Het was een ongekend hoog bedrag voor een ‘onvoltooid’ doek. Sindsdien hangt het in het Haags Gemeentemuseum. Deskundigen onderzochten in drie fases het werk met de opvallende vlakverdelingen in primaire kleuren.

Met verschillende moderne onderzoekstechnieken op het gebied van röntgen, infraroodfotografie, microscopie, uv-licht en fluorescentie werden vezels, lijmresten en de later ontdekte potloodstreepjes ontleed. „Maar ook met het blote oog was al veel waarneembaar. Victory Boogie Woogie werd gemeten, doorgelicht en geobserveerd zonder het aan te raken”, vertelt Van Bommel.

Een van de opmerkelijkste uitkomsten van het onderzoek is de manier waarop Mondriaan steeds weer zijn compositie met vlakken van verf, lijm en plakband bijstelde. Hij bleek niet, zoals altijd aangenomen, strikt geometrisch te werken met vaste ideeën. Het werk was een complexer geheel, met bijna zeshonderd vakjes die in de eerste opzet van de compositie bijna geen van alle bestonden.

Er is meer ontdekt over Mondriaans werkwijze. Hij schiep de Victory Boogie Woogie vanuit een aantal lijnen die hij steeds veranderde, zoekend naar een balans. Daaroverheen of ertegenaan plaatste hij de grote vlakken in één keer. Hij schraapte de eerste verflijnen weer weg met een paletmes. De kleinere vakjes veranderden steeds, vaak met stukjes tape – een zeldzaam goed in oorlogstijd. Ook zou hij zelfgeverfd cellofaan hebben gebruikt. Over de kleuren van de aangebrachte verf was hij niet snel tevreden, constateerden de onderzoekers.

Opvallend zijn de wijzigingen van vlak voor Mondriaans dood. Op 17 januari 1944 werd nog door een bezoeker aan zijn atelier opgemerkt dat het schilderij ‘af leek’ en, op enkele plakkers na, helemaal was uitgevoerd in verf. In de laatste dagen van zijn leven heeft de schilder toch nog radicale wijzigingen aangebracht, met kleine stukjes ruw afgescheurde tape.

Van Bommel: „We tonen op het symposium voor Mondriaankenners een versie van het schilderij zonder tape en één met tape. We hebben het schilderij digitaal kunnen ontdoen van de dikke plakken tape. Zo is er een interessante, kale reconstructie ontstaan die opmerkelijk ander is. De Victory Boogie Woogie die we nu kennen, is duidelijk dynamischer. Door zijn extra vakjes zit er meer ritme en tempo in.”

Omdat het werk niet mag reizen werd het schilderij te midden van het publiek in het Gemeentemuseum onderzocht. Het publiek kon de verrichtingen volgen achter een glazen wand. Bewust, aldus Van Bommel. „Dit is Nederlands kunstbezit. Het volk had er recht op te zien wat er met dat schilderij gebeurt.”

Vandaag is het symposium ‘The making of Victory Boogie Woogie’, in het Gemeentemuseum Den Haag (niet vrij toegankelijk). Meer informatie: icn.nl