Het gas ontsnapt

Natuurlijke hulpbronnen staan te boek als een zegen én een vloek. Ze brengen geld binnen en vergroten zo de welvaart. Maar ze kunnen er ook voor zorgen dat de overheidsuitgaven te hoog oplopen en kwetsbaar worden voor een daling van de grondstoffenprijzen. Bovendien verdringen ze andere activiteiten en ontpoppen zich zo niet als stimulans maar als een rem op de economische ontwikkeling. Landen zonder veel natuurlijke hulpbronnen presteren paradoxaal genoeg historisch vaak beter dan landen mét.

De Nederlandse ervaring, die in de jaren zeventig leidde tot het onverantwoord optuigen van de verzorgingsstaat, is daarvan al lange tijd een treffend voorbeeld. De Dutch Disease is een internationaal bekend fenomeen. Vanaf 1994 is daarom besloten een deel van de aardgasbaten te investeren via het speciale Fonds Economische Structuurversterking (FES). ‘Ondergronds vermogen’ (gas) werd zo omgezet in ‘bovengronds vermogen’. Het overige deel van de gasopbrengsten werd aangewend om de staatsschuld te verminderen.

Dit beleid oogt op papier zeer goed en verantwoord, maar blijkt in werkelijkheid een farce. Onderzoek van De Nederlandsche Bank (DNB) laat zien dat dit jaar slechts 23 procent van de aardgasbaten vóór belastingen naar het FES gaat. De definitie van wat het FES daarmee doet, is overigens ook nog eens opgerekt. Bijvoorbeeld tot onderwijs, dat immers ook een investering in de toekomst is. De rest van de aardgasbaten gaat naar de vermindering van de staatsschuld. Maar in werkelijkheid stroomt het gewoon in de begroting, als onderdeel van lopende inkomsten en uitgaven. Of de staatsschuld wordt verminderd, hangt dan af van het uiteindelijke begrotingssaldo. Dat geldt ook voor de belasting op de aardgasbaten.

Het is dan ook niet verrassend dat het DNB-onderzoek concludeert dat sinds 1994 van elke euro aan gasbaten in de praktijk slechts 30 cent in staatsschuldvermindering is gegaan. Aannemelijk is dat dit deel nu al veel kleiner is.

DNB suggereerde deze week de oprichting van een staatsinvesteringsfonds, zoals in Noorwegen. Zo worden de opbrengsten uit de bodemschatten belegd, en wordt alleen het rendement uitgegeven. Als het gas over enkele decennia op is, blijft er vermogen over dat een jaarlijks rendement geeft. In het geval van een olieprijs van 60 euro per vat is dat rendement jaarlijks 4,6 miljard euro vanaf het moment van invoering van het fonds. Of dit de optimale oplossing is, is een volgende discussie: het daadwerkelijk aflossen van de staatsschuld, waardoor de rentebetalingen dalen, is ook een optie.

Vast staat wel dat er op dit moment weinig tot geen sprake is van enig vermogensbehoud, terwijl de burger wordt voorgehouden dat dit wel het geval is. Welke mooie woorden er ook aan worden besteed, en welk eufemisme er ook op wordt geplakt: de 9,2 miljard euro aan verwachte aardgasbaten in 2008 en de miljarden aan belastinginkomsten uit de winning daar bovenop, worden dit jaar voor het overgrote deel uitgegeven. Zoveel is er sinds de Dutch Disease niet veranderd.