Het besef dat een oorlog toch echt een oorlog is

Ik vind het wereldnieuws interessant, vanaf de bank. Mijn broer is anders. Hij volgt het nieuws – vooral over Rusland en de obscure landjes die tegen Rusland aanliggen, want daar schrijft hij over – ter obscure plekke.

Toen de Onduidelijke Ossetische Oorlog uitbrak – ik begrijp nooit iets van die Kaukasuskwesties rond semi-autonome ex-provincietjes die onafhankelijk willen worden – wilde mijn broer erheen. Naar die oorlog, dus. Om verslag te doen. Mijn vader en ik verboden hem om te gaan, en vreemd genoeg luisterde hij naar ons. Misschien had hij ineens het besef dat een oorlog toch echt een oorlog is.

Iedereen gerustgesteld, maar zondag kondigde hij losjes aan, per telefoon uit Rusland, dat hij toch naar Ossetië ging. Naar Zuid-Ossetië, zei hij erbij, en daar gebeurde niets engs.

Woensdag belde hij me, maar ik zag het te laat. Hij had niets ingesproken. Eerst vond ik dat niet bijzonder, maar later op de avond sloeg de stress toe. Misschien had hij me gebeld op een heikel moment, in een spervuur van bommen (al weet ik niet of dat bestaat). Misschien had hij me nodig. Ik sms’te: ‘Bel me nog eens!’

Dat deed hij gisteren. ‘Ik dacht dat je in levensgevaar was’, zei ik.

Toen zei hij: ‘Op zich wel.’

Mijn broer is de koning van het understatement, eigenlijk spreekt hij uitsluitend in onderkoelde termen, maar hij had nog nooit gezegd dat hij ‘op zich’ in levensgevaar was geweest.

‘Hoe bedoel je, op zich?’ vroeg ik kwaaiig. De Zuid-Ossetiërs, die onafhankelijk waren verklaard, waren zo blij geweest dat ze met kalasjnikovs in de lucht waren gaan schieten. Mijn broer stond daarbij. ‘Maar die kogels gaan natuurlijk niet recht omhoog’, zei hij. ‘En bovendien, kogels komen ook weer naar beneden.’

Terwijl mijn broer in het kalasjnikovvreugdevuur stond, had een collega hem uitgelegd dat een kogel die keihard naar boven geschoten wordt, net zo keihard weer naar beneden komt. ‘Dat komt door dat hele Newtongedoe,’ vatte mijn broer het samen.

Afgezien van de fascinerende natuurkundige aspecten leek het me allemaal erg angstaanjagend, en weinig vreugdevol.

Maar mijn broer had het overleefd, en twee kogels meegekregen als vredessouvenir. Hij klonk ontspannen. Hij weet niet dat ik hem voortaan niet alleen zal verbieden om naar oorlogsgebieden af te reizen, maar ook naar elk gebied waar vrede gesloten dreigt te worden.

    • Aaf Brandt Corstius