Herman

In de Vinexwijk waar ik woon, spelen, leren en sporten zo’n drieduizend kleuters op een paar vierkante kilometer. Geen wonder dat kinderkwaaltjes zich hier als een lopend vuur verspreiden. Zo werd de buurt de afgelopen vakantie opgeschrikt door een uitbraak van ‘wormpjes’. Gelukkig bleek er een pilletje verkrijgbaar waarmee ik volgens de apotheker deze aarsmaden snel en doeltreffend zou uitroeien. Toen de scholen weer begonnen, barstten de traditionele postvakantie-luizenplagen in volle hevigheid los en kreeg zoon bovendien wondjes, die na een paar dagen niet kleiner maar groter waren geworden. Het bleek te gaan om de besmettelijke aandoening – alweer zo’n smakelijk woord – krentenbaard. Ik geloof dat het geen kwaad kan om kinderen een beetje bacterie-weerbaar te maken en sta echt niet elke dag de plee te schrobben met bleek. Maar om nou moedwillig allerlei viezigheid te verspreiden, vind ik ook overdreven. Groot was mijn ongenoegen dan ook toen ik een groezelig tupperware doosje aantrof in zoons rugzak. Er zat een briefje bij. „Ik ben Herman” stond daarin, „ik ben een vriendschapskoek.” Ik moest alle zeilen bijzetten om wat zich via mijn slokdarm naar boven worstelde terug te duwen, toen ik dat woord las. Volgens de bijsluiter moest ik Herman overhevelen in een schaal en afgedekt met een theedoek zijn gang laten gaan. In de koelkast plaatsen was hélémáál niet nodig. Vervolgens dienden er wat eieren en gist door Herman heen geklutst te worden en daarna mocht hij nóg een stevig weekje fermenteren. Een proces dat onder invloed van alle ongewassen kleuterknuistjes die reeds door het deeg waren gegaan, voorspoedig zou verlopen. Mocht Herman dan nog geen pootjes hebben gekregen en het pand op eigen initiatief hebben verlaten, dan verdeel je hem over je eigen groezelige tupperware doosjes en val je daarmee je buren en kennissen lastig. Van het hompje dat overblijft, bak je je eigen smakelijke en voedzame ‘vriendschapskoek’. Met een doffe dreun belandde Herman op de bodem van de vuilnisbak. „Jij bent gewoon een hele onhygiënische kettingbrief” riep ik, waarna ik langdurig en met veel zeep mijn handen ben gaan wassen.

Roos Ouwehand