Groeistuipen van een opslagreus

Vopak, wereldmarktleider in tankopslag, kwam gisteren met uitstekende halfjaarcijfers. Maar voor de beurs „is het allemaal nog niet mooi genoeg.”

De resultaten voldoen ruim aan de gestelde winstprognoses. De soliditeit en de geografische spreiding van het bedrijf dat wereldmarktleider is in de tankopslag zijn uniek te noemen. Toch werd het Rotterdamse Vopak gisteren na publicatie van de halfjaarcijfers – een nettowinst van ruim 100 miljoen euro op een omzet van 454 miljoen euro – op de beurs afgestraft met een koersdaling van bijna 6 procent naar 39,38 euro. Hoewel de koers zich vanochtend alweer met ruim een procent herstelde.

„Vreemd”, reageert beursanalist Kees de Kort van ASF Capital. „Mooie cijfers en het is nog niet mooi genoeg. Maar één ding weet ik wel. Als net zo kritisch naar andere bedrijven uit de AEX zou worden gekeken als naar Vopak dan zou de index echt wel een stukje lager staan dan 400 punten.”

Op het hoofdkantoor van Vopak aan de Westerlaan in Rotterdam lijkt bestuursvoorzitter John Paul Broeders van Vopak niet gebukt te gaan onder deze waan van de dag. Hij weet zich gesteund door het feit dat de opslagtanks van Vopak wereldwijd voor 95 procent vol zitten. De hoge bezettingsgraad vereist wel dat de opslagcapaciteit van het bedrijf blijft groeien, door uitbreiding van de bestaande capaciteit of door acquisities.

Het afgelopen half jaar kreeg Vopak er wereldwijd weer 4,5 miljoen kubieke meter opslagcapaciteit bij, een groei van de totale capaciteit van 20 procent. Maar het gaat nog niet snel genoeg. Zeker niet voor het Midden-Oosten, één van de belangrijkste groeiregio’s

„De groei bij ons gaat sneller dan bij welke concurrent ook”, zegt Broeders. „Dat komt ook omdat de opslag veel diverser is geworden. Ondermeer door blending van de verschillende producten. Ook het milieu speelt daarin een belangrijke rol. De verplichte bijmenging van biobrandstoffen zorgt voor nieuwe, grote, goederenstromen.”

Ook profiteert Vopak van het feit dat het gebruik van energie en vloeibare chemicaliën blijft stijgen. Daardoor neemt het vervoer over grotere afstanden over zee toe, hetgeen resulteert in tijdelijk opslaan van veel oliegerelateerde producten.

Een nieuwe potentiële grote winstbron is het overslaan van vloeibaar gas. Vopak en Gasunie bouwen voor 850 miljoen een nieuwe LNG-terminal, de zogeheten Rotterdam Gate terminal in de haven, waarvan beide voor 40 procent eigenaar worden.

Een belangrijke strategische partner die voor Vopak in beeld is voor het gasproject is het Algerijnse Sonatrach, een LNG-producent die in Noord-Afrika over grote gasvoorraden beschikt.

Bedrijven die de komende twintig jaar van Vopak en Gasunie in Rotterdam gaan huren zijn het Deense Dong, de Duitse energiebedrijven Eon en RWE en het Nederlandse Essent. Vopak beschouwt het op- en overslaan van vloeibaar gas als een grote groeimarkt. Broeders: „Je kunt aan uitbreiding denken van de terminal in Rotterdam, maar ook aan de bouw van een dergelijke terminal op een andere locatie.”

Vopak komt uit een lastige periode na het afstoten van de divisie chemische distributie (Univar). „We focussen ons nu op één ding waar we goed in zijn en dat is tankopslag”, zegt Broeders. „Die stap hebben we een paar jaar geleden bewust genomen. Maar het duurt natuurlijk wel een paar jaar voordat die plannen daadwerkelijk nieuwe capaciteit opleveren.”

Er is een omvangrijk investeringsprogramma ingezet, ondermeer in Estland en op de Bahama’s, een regio die niet alleen geteisterd wordt door orkanen maar waar het volgens de topman ook moeilijk is een terminal goed te managen. „In een goed managent van al die locaties steken we als raad van bestuur veel tijd’’, zegt Broeders. „De tanks vol krijgen is één zaak maar vervolgens een terminal goed runnen is net zo belangrijk. Het mag dan goed gaan, het komt je allemaal niet vanzelf aanwaaien.”

Vopak beschikt wereldwijd in 31 landen over 78 opslagterminals, die een totale opslagcapaciteit hebben van 25,5 miljoen kubieke meter. Een verhaal apart is de terminal in Estland in Tallinn, waar de Russische olie wordt overgeslagen die via Rotterdam naar het Verre Oosten wordt getransporteerd. Vopak beheert de terminal in een joint venture met Estland. „Die terminal is een pure goudmijn”, zegt een voormalig manager van Vopak in Tallinn.

De enige bedreiging voor het bedrijf is volgens hem Vladimir Poetin, die al in een vroegtijdig stadium onderkende dat de Russische olie via de voormalige Sovjetrepublieken volledig via het ‘buitenland’ wordt geëxporteerd. In 2015 mag geen Russische olie meer via andere staten worden geëxporteerd. Dat kan zijn weerslag hebben voor Vopak in Estland. Broeders gaat niet op de Estlandse situatie in. Hij constateert slechts: „Ik zou niet één terminal van Vopak in de wereld kunnen noemen waar het werkelijk slecht gaat, of waar we zelfs verlies maken.”

    • Marc Serné