Geen half werk voor hele zool

Gooi geen oude schoenen weg voordat je nieuwe hebt. Dat was een oude wijsheid. Nieuwe wijsheid is: koop geen nieuwe schoenen.

Oude bergschoen wordt voorzien van nieuwe zool.

Het wandelseizoen 2008 is voor velen voorbij, langeafstandswandelingen zijn herinneringen, bergen zijn weer eenzaam – en sommige bergschoenzolen zijn nu echt versleten. Nieuwe schoenen? Of nieuwe zolen, met het gevaar dat ze volgende zomer halverwege de Mont Blanc loslaten? Dat risico wil niemand lopen, tot genoegen van de bergschoenfabrikanten. Maar perfect verzolen kan wel.

„Ze mogen aan alles denken als ze in de bergen lopen, maar niet aan hun schoenmaker”, zegt Willem van Dalen. Zijn bedrijf, Cambreur, is gevestigd in het Drentse Elim, een dislocatie, gelet op de centrale plaats die Cambreur landelijk inneemt bij het verzolen van wandel- en bergschoenen. Per post arriveren hier dagelijks enkele tientallen paren Meindls, Raichles, Lowa’s en andere transportmiddelen om boom-, sneeuw- en andere grenzen mee te overschrijden.

Van Dalen lijmt nooit loszittende zolen: „Als je op tweeduizend meter zit en hij ligt weer los, heb ik het gedaan.” Lijm op oud, verweerd, enigszins vies materiaal pakt minder goed. En minder goed kan in de bergen gelijk staan aan fataal. Daarom vervangt Cambreur zolen. Dat is ingewikkeld genoeg. Van Dalen, die net als zijn compagnon Eric Smit de inmiddels verdwenen Schoenmakersvakschool in Rotterdam doorliep: „Ik heb ooit bij een hakkenbar gewerkt. Je pakte een pot lijm, insmeren, vijf minuten wachten, aandrukken, klaar.”

Nu gaat dat anders. Hij pakt een schoen van een plank, zet een lintzaag aan en zaagt in tien tellen de hele oude zool eraf, volgens eigen opgaaf met een nauwkeurigheid van een kwart millimeter. Eén foute beweging kost een paar honderd euro, de prijs van goede bergschoenen. Verzolen kost tussen de 50 en 90 euro. Tussen zool en schoen zit altijd een laagje schuimrubber, voor de demping maar ook handig om overlangs doorheen te zagen. De restanten schuimrubber op de schoen worden moeiteloos weggeschuurd, en de rubberen stootrand rond de schoen wordt bij hoge temperaturen makkelijk losgetrokken. Het vrijgekomen leer wordt ingeschuurd en opgeruwd, en dan komt daar een nieuwe stootrand.

Nu de zool. Doorgaans, zeker bij de beste merken, komt de nieuwe zool van de fabrikant van de schoen. Maar fabrikanten gebruiken traditionele lijm die na een paar minuten drogen zijn kleefwerk doet. „Bij langere droogtijden zouden ze een stuwing in het productieproces krijgen”, zegt Van Dalen. Cambreur gebruikt tweecomponentenlijm die uren moet drogen. De lijm kleeft daarna niet, maar komt onomkeerbaar in actie op 65 graden. Bij die temperatuur gaan zool en schoen op elkaar met een druk van 4.900 kilo. Dat lukt door de schoen in een ruimte te plaatsen die vacuüm wordt gezogen. Een dik rubberen vlies sluit zich vervolgens als een python rond de vers verzoolde schoen. Als daar niet eerst een precies passende houten leest in was geslagen, veranderde de schoen door de druk in een prop. Resultaat is een gegarandeerd onafscheidelijke zool en schoen, want het vlies perste op elke vierkante millimeter, ook aan de zijranden. Van Dalen: „Bij gewone schoenmakers wordt alleen op de zool gedrukt. En ze gebruiken zelden een leest, terwijl dat wel zo hoort.”