Geen autoriteit meer zonder argumenten

Francois Bégaudeau speelt min of meer zichzelf in de film ‘Entre les murs’, de verrassende winnaar van de Gouden Palm in Cannes. Hij was leraar op een zwarte school. „In werkelijkheid ben ik strijdbaarder.”

Bij de slotceremonie van het filmfestival van Cannes stond in mei plotseling een hele Parijse schoolklas op het podium. Het docudrama Entre les murs van de Franse regisseur Laurent Cantet was de onverwachte winnaar van de Gouden Palm. Het was de eerste keer dat een Franse film de prijs won sinds 1987. Die uitverkiezing door de (unanieme) jury was zo verrassend, omdat de film pas op de laatste dag van het festival was vertoond.

Entre les murs speelt zich af op wat in Nederland een zwarte school heet en in Frankrijk een école difficile. De film is niet alleen een van de meest maatschappelijk betrokken, maar ook een van de beste films die het komend seizoen in de bioscoop te zien zullen zijn. Het spel van zowel de leerlingen als van François Bégaudeau, als de docent, is verbluffend naturel. Haast ongemerkt gaat de film over van een episodische, documentaire structuur in een meer klassieke vertelling, die leidt naar een spannende ontknoping. Bewonderenswaardig is ook de niet-nadrukkelijke manier waarop hete hangijzers van de multiculturele samenleving aan de orde komen, van ouders die geen Frans spreken tot de vraag voor welk land de kinderen van immigranten moeten zijn bij het wereldkampioenschap voetbal.

Entre les murs is gebaseerd op een succesvolle documentaire roman met dezelfde titel die Bégaudeau (Luçon, 1971) schreef over zijn ervaringen voor de klas. Hij is tevens de auteur van twee andere romans en een boek over Mick Jagger. Naast zijn werk als docent schreef hij filmrecensies voor het beroemde tijdschrift Les cahiers du cinéma. En heel ongebruikelijk: Bégaudeau speelt dus zelf de hoofdrol in de film naar zijn eigen boek, min of meer als zichzelf: een jonge, idealistische leraar die zijn lastige klas veel ruimte geeft.

Bégaudeau wilde niet terug naar zijn oude school om te filmen („Dat voelde ongemakkelijk.”) Daarom werd de film opgenomen met leerlingen van een school met een vergelijkbaar sociaal en multicultureel profiel, in het twintigste arrondissement van Parijs. Zelf woont Bégaudeau, die ook voetbalcolumnist is voor Le Monde, in de wijk Montmartre. Daar vindt het gesprek plaats, in het restaurant van een klein hotel. Bégaudeau praat snel en levendig, vriendelijk maar ook gedecideerd, ongeveer zoals hij voor de klas staat in de film.

Voelde u zich meer een leraar of meer een acteur tijdens de opnamen?

„Dat vind ik moeilijk te zeggen. Ik moest aan zo veel dingen denken tijdens het filmen, dat ik in ieder geval niet bezig was met hoe ik eruit zou zien in beeld. Ik moest de discussies leiden met de leerlingen en ervoor zorgen dat die de juiste kant uit zouden gaan, ongeveer in de richting die stond beschreven in het scenario. Ik stond daar bijna als een dirigent voor een orkest.

„Dat is misschien ook een handige tip voor andere filmmakers: als je acteurs naturel wilt laten spelen, moet je ze veel te doen geven. Dan hebben ze geen tijd om aan acteren te denken. Als hij een scène opnam waarin werd gedronken, gaf de Japanse regisseur Ozu zijn acteurs altijd een tot de rand toe gevuld glas met saké. Dan hielden de acteurs zich alleen nog bezig met de vraag hoe ze het glas zonder morsen bij hun lippen konden krijgen.”

Lesgeven is misschien ook een vorm van acteren.

„De leraar als acteur is natuurlijk niet meer dan een metafoor. Wat ik wel geloof, is dat we allemaal een rol spélen in de samenleving. Niet alleen de leraar, maar ook de journalist, of de politieman als hij zijn uniform aantrekt. Hetzelfde geldt voor de leerlingen. De goede leerling spéélt dat hij een goede leerling is, en de slechte spéélt dat hij slecht is. Daarom was wat we tijdens de opnames deden niet zo heel anders dan wat er normaal in een klas gebeurt, al stonden er nu dan drie camera’s op gericht.”

In de film heeft de leraar uw eigen voornaam, maar een verzonnen achternaam.

„Dat geeft aan dat de film met één been in de werkelijkheid staat, en met het andere in de fictie. De leraar heeft mijn stem, mijn lichaam, mijn humor, mijn tekortkomingen ongetwijfeld ook. Maar ik ben het niet zelf. In werkelijkheid ben ik strijdbaarder dan hij, met name in het laatste deel van de film, als hij zich bij de gang van zaken op de school neerlegt. Ik zou in die situatie langer hebben doorgeknokt.”

U doelt op de gebeurtenissen rond één leerling, Souleymane, waarmee de leraar zich geen raad weet.

„De werkwijze van de leraar in de film is heel open en democratisch. Hij staat toe dat er veel gezegd kan worden in zijn klas. Maar op het laatst gaat het mis en wordt hij de gevangene van zijn eigen methode. Voor mij is dit een tragische rol, in de literaire betekenis van het woord. De film gaat over een sociale tragedie.”

Maar de film is óók een pleidooi voor een open, niet-hiërarchische benadering van leerlingen.

„Zowel Laurent Cantet, de regisseur, als ik hebben grote sympathie voor deze libertaire, democratische manier van lesgeven. Maar als we alleen daarvan waren uitgegaan, zouden we een minder goede, dogmatische film hebben gemaakt. We hebben daarom gekozen om ook de andere, conservatieve kant in het debat aan bod te laten komen, met name in de figuur van Frédéric, de geschiedenisleraar. Zo kunnen we de problemen in al hun complexiteit laten zien. Dit is een film die geen zekerheden biedt.”

Kent u dat ook uit uw eigen ervaring in het onderwijs, dat u een leerling helemaal niet kon bereiken, zoals met Souleymane in de film?

„Dat is een zeer, zeer alledaagse ervaring voor leraren, met name op scholen in volksbuurten. Een van de slechtste kanten van ons schoolsysteem is dat het er uiteindelijk op is gericht om leerlingen die moeilijk te hanteren zijn, uit te sluiten.”

Ook de kijker weet uiteindelijk niet wat wijsheid is, wat de school met deze jongen aanmoet.

„Dat is het moderne probleem van autoriteit. Dat speelt op school, maar zeker ook daarbuiten, in gezinnen. Vroeger was het gemakkelijker: een kind moest luisteren, en anders kon het een klap krijgen. Maar tegenwoordig accepteren kinderen geen autoriteit meer zonder argumenten. Autoriteit moet zichzelf bewijzen. Je kunt niet meer zeggen: ik ben de leraar en dus moet je doen wat ik zeg. Leerlingen dagen de autoriteit uit, stellen vragen. Dat is ook goed. Ze gedragen zich als burgers van een democratie.”

De leerlingen in de film hebben ook specifieke problemen, onder meer met de Franse taal. Ze staan enorm wantrouwend tegenover de school en eisen voor zichzelf ‘respect’ op. Heeft dat te maken met een bepaalde cultuur van de straat?

„Ik denk niet dat het autoriteitsprobleem alleen speelt in arbeiderswijken, of in wijken met veel immigranten. Het geldt evenzeer voor de kinderen van de bourgeoisie. Die gedragen zich precies hetzelfde.”

Alleen van die kinderen wordt het makkelijker geaccepteerd.

„Precies.”

Bij een boekverfilming moet altijd veel worden weggelaten. Zijn er elementen in het boek die u mist in de film?

„Laurent Cantet heeft de keuzes gemaakt. Het boek is vrolijker, grappiger dan de film. Maar Laurent is nu eenmaal vooral geïnteresseerd in de kunst van het drama. Dat blijkt ook uit zijn andere films. Zelf zou ik misschien een lichtere, grappigere film hebben gemaakt, vooropgesteld dat ik zelf een film zou kunnen maken. Maar ik denk dat we elkaar goed aanvulden.”

De taal speelt in de film net als in het boek een belangrijke rol.

„De taal is het instrument van het boek, maar in de film is het een onderwerp. De leraar is wit, bourgeois, afkomstig uit een literair milieu. Hij wordt geconfronteerd met leerlingen uit een cultuur die helemaal niet geletterd is, die vooral een oraal karakter heeft. Dat is een cultuur die er sterk op is gericht de ander verbaal af te troeven, wat ik overigens vaak prachtig vind. Waar het om gaat is elkaar, ondanks dat verschillende taalgebruik, toch te bereiken. Dat is het democratische proces.”

De film is zeer genuanceerd over de problemen van het multiculturalisme en het huidige onderwijs, terwijl in debatten over die onderwerpen de nuance vaak ver te zoeken is, in ieder geval in Nederland.

„Dat is in Frankrijk net zo. Overal in Europa liggen bij deze gevoelige onderwerpen de overdrijving en de hysterie voortdurend op de loer. De beste manier om een genuanceerde film te maken, is te proberen de werkelijkheid zoveel mogelijk te benaderen. De werkelijkheid is complex en meestal genuanceerd. Je hoeft maar tien minuten voor de klas te staan, en al je ideeën over onderwijs komen volledig op losse schroeven te staan.”

Verwacht u ook zulke gepolariseerde reacties, als de film volgende maand in Frankrijk uitkomt?

„Nadat mijn boek was verschenen, heb ik meegedaan aan talloze debatten. Van rechts kreeg ik vaak te horen: geen wonder dat het uit de hand loopt in zijn klas, als hij zoveel toestaat. Van links kwam de kritiek: nee, het probleem is dat hij niet ver genoeg gaat in zijn vrije manier van lesgeven. Bij de film zal dat ook wel zo gaan. Dat is trouwens niet alleen een zaak van links en rechts. Ook bij links in Frankrijk zijn stemmen te horen van mensen die terugwillen naar meer traditionele, hiërarchische verhoudingen.”

Bestaat er niet een gevaar dat de politiek met de film aan de haal gaat? President Sarkozy heeft ‘Entre les murs’ al geprezen, omdat de film zowel de ‘problemen’ als de ‘inspiratie’ van het Franse onderwijs laat zien.

„Na het toekennen van de Gouden Palm heeft zowel de president als de premier als de minister van onderwijs iets gezegd. Dat moeten politici nu eenmaal doen bij zo’n gebeurtenis. Maar daarna is het stil geworden. Ze hebben beseft dat deze film echt iets anders is dan Zidane, die de wereldcup voor Frankrijk binnenhaalt. Dit is een film die niet past in de agenda van de huidige regering. Integendeel, dit is een film van links. Dat ze dat redelijk snel hebben begrepen, is een zeldzaam teken van intelligentie in de huidige politiek.”

U heeft gezegd dat de film in een bepaalde traditie staat binnen de Franse filmgeschiedenis, van films die niet willen moraliseren.

„Dat is een lijn die teruggaat tot Jean Renoir, en tot de kinderen van Renoir, zoals Maurice Pialat. In onze tijd denk ik aan iemand als Abdel Kediche en films van hem als L’Esquive en, met nog meer kracht, La graine et le mullet. Kediche is eigenlijk de Renoir van onze tijd. Dit zijn allemaal filmmakers die hun personages tot hun recht laten komen, in al hun complexiteit, die geen oordeel over hen uitspreken.

„Ook zijn het filmmakers die hun onderwerpen uit de werkelijkheid halen, uit de problemen van gewone mensen. Laurent Cantet staat ook in deze traditie. Voor hem is een regisseur als Roberto Rossellini heel belangrijk. Rossellini heeft gezegd: de werkelijkheid is er al. Het enige wat je hoeft te doen is er een camera op richten. Maar zo simpel is het natuurlijk niet.”

Om de werkelijkheid te benaderen moet de filmmaker allerlei kunstgrepen uithalen.

„Dat is al zo lang als het blad bestaat hét grote onderwerp van Les cahiers du cinéma. Renoir heeft die paradox het best geformuleerd: de waarheid filmen betekent mensen filmen die staan te liegen.”

De film is pas op het allerlaatste moment geselecteerd voor Cannes, en op de laatste dag van het festival vertoond. Klopt het dat de organisatie niet echt in de film geloofde?

„Wat ik ervan heb begrepen, is dat de selectiecommissie van het festival de film graag wilde hebben. Maar Thierry Frémaux, de directeur, had, naar eigen zeggen, een ‘psychologisch probleem’ met de film. De producente van de film werd er gek van. Zij belde hem op met de vraag: ‘Zeg nu ja of zeg nee, maar beslis iets’. Maar hij verklaarde: ‘Ik kan het niet, ik heb een psychologisch probleem.’

„Uiteindelijk is het wel mooi, dat de film die pas als laatste voor het festival is geselecteerd er met de hoofdprijs vandoor gaat. Dat is bijna zoals met Denemarken bij het Europees kampioenschap voetbal in 1992. De Denen mochten pas op het laatst moment meedoen, door het wegvallen van Joegoslavië, en ze werden kampioen. Dat versterkt alleen maar de mythe.”

‘Entre les murs’ draait vanaf 27 november in de Nederlandse bioscopen. De film is in september al te zien op het festival Film by the Sea in Vlissingen. François Bégaudeaus roman ‘Entre les murs’ is uitgegeven door Gallimard.

    • Peter de Bruijn