Flexibele Obama valt Republikeinen aan

Barack Obama, die gisteren officieel de nominatie van zijn partij aanvaardde, kiest nu voor harde polarisatie. Het eerste optimisme over zijn kansen is verdampt.

In een stadion in Denver aanvaardde Barack Obama gisteren „met diepe dank en in grote nederigheid” de Democratische nominatie voor het Amerikaanse presidentschap. Foto AP Democratic presidential nominee Sen. Barack Obama, D-Ill., speaks Thursday, Aug. 28, 2008 at Invesco Field at Mile High in Denver, on the final day of the Democratic National Convention. Obama formally accepted the party nomination for president, and will face Republican presidential candidate Sen. John McCain, R-Ariz., in the fall. (AP Photo/Ted S. Warren) Associated Press

En zo paste Barack Obama zijn imago een laatste maal aan om de slotmaanden van de campagne in te gaan. De intellectueel transformeerde zich tot man van het volk. De pleitbezorger van nationale consensus opende frontaal de aanval op de „Republikeinse filosofie”.

Veel was vooraf gezegd over het historische moment waarop hij als eerste Afro-Amerikaanse presidentskandidaat gisteravond de Democratische nominatie aanvaardde, exact 45 jaar na de historische toespraak (‘I Have a Dream’) waarin Martin Luther King verzoening van blank en zwart bepleitte.

Maar toen het moment daar was, in een volgepakt sportstadion in Denver, bleek Obama niet de minste behoefte te hebben in de voetsporen van King te treden. Niet éénmaal sneed hij de gecompliceerde raciale verhoudingen in zijn land aan.

In plaats daarvan presenteerde Obama een populistische economische agenda (verhoog belastingen op export, verlaag de lasten op binnenlandse investeringen) waarmee hij juist laaggeschoolde blanken hoopt aan te spreken.

En als strategie van zijn campagne koos hij alsnog voor het concept van de staalharde polarisatie. Het is tijd, zei hij, dat „het falen” van de Republikeinen onder de aandacht wordt gebracht.

Het is niet van ironie ontbloot. Uitgerekend de Clintons stelden tijdens de voorverkiezingen al dat Democraten dit jaar de beste kans op de zege maken als ze Republikeinen meedogenloos confronteren met de incompetentie van de regering-Bush (de invasie van Irak, orkaan Katrina, de economische neergang, corruptie). Maar in de strijd met Hillary Clinton verzette Obama zich tegen deze „verwerpelijke politiek van de jaren negentig” – het zou de verdeeldheid van het land in stand houden.

Het zegt veel over de flexibiliteit van Obama dat hij zijn opvattingen zo snel kan aanpassen. Maar het zegt vooral veel over de onzekerheid die de laatste maanden bij de Democraten over zijn kandidatuur is binnengeslopen.

In de wandelgangen van de conventie was deze week goed te merken dat van het eerste optimisme over Obama’s kansen niet veel over is. Tegenstander John McCain, de Republikeinse kandidaat, wist hem deze zomer met een paar negatieve aanvallen in het defensief te brengen. Door zijn gebrek aan ervaring te benadrukken, en hem te vergelijken met ontspoorde Hollywood-sterretjes als Britney Spears, zorgde hij ervoor dat Obama in een maand een voorsprong zes procentpunt in de peilingen verspeelde.

Vervolg Obama: pagina 5

Voorwerk voor frontale aanval op rivaal McCain

En het staat wel vast, zeiden Democraten, dat de echte negatieve aanvallen nog moeten komen.

Zo was de conventie defensiever van opzet dan het vaak leek. Het begon maandag, toen Michelle Obama de hoofdrol kreeg om te bewijzen dat ze geen boze zwarte vrouw is. Dinsdag en woensdag waren nodig om aan te tonen, met toespraken van Hillary en Bill Clinton, dat de eenheid in de partij wel degelijk hersteld kan worden.

En gisteren kwam Obama zelf. Ook zijn speech was voor een groot deel een antwoord op het beeld dat Republikeinen van hem verspreiden. Hij vertelde over de opa uit Kansas die in de Tweede Wereldoorlog in Europa diende; over de opofferingsgezindheid en arbeidsmoraal van zijn oma. En over zijn moeder, die hem elke ochtend om vier uur wekte voor bijlessen. „Ik weet niet wat voor leven sterren volgens John McCain leiden, maar mijn leven was nooit zo.”

Ook behandelde hij de impliciete kritiek van McCain dat hij, met zijn fraaie speeches in stadions, een narcist is die in de politiek is gegaan uit eigenliefde, niet om zijn land te dienen. „Maar deze verkiezingen gaan niet over mij”, zei hij. „Deze verkiezingen gaan over de Amerikaanse burger.”

In vrijwel de hele speech waren de abstracties uit de primaries vervangen voor beleidsvoorstellen. Beter onderwijs, betaalbare gezondheidszorg, gelijke arbeidsrechten voor mannen en vrouwen.

En als de verkiezingen dan toch een referendum moeten zijn, zei hij, dan moeten ze maar gaan over McCain en de Republikeinen. Obama liet zelfs zijn gebruikelijke coolness varen om de lageropgeleide kiezer te bereiken. Ogenschijnlijk boos, en met onkarakteristieke stemverheffing, riep hij dat acht jaren Republikeinse regering genoeg zijn. „Genóeg!”

Het was voorwerk om frontaal de aanval op McCain te openen. De man wiens economisch adviseur, Phill Gramm, onlangs zei dat Amerikanen „zeuren” over hun economische positie. Volgens Obama het bewijs dat niet hij, maar McCain het contact met de gewone burger heeft verloren. „Ik denk niet dat McCain niet geïnteresseerd is in wat met gewone Amerikanen gebeurt. Ik denk dat hij het gewoon niet weet.”

Zo probeerden Barack Obama en zijn echtgenote zich deze week opnieuw aan het Amerikaanse volk voor te stellen. In de wetenschap dat volgende week, op de Republikeinse conventie, er een ander beeld van Obama zal worden geschetst: de man met contacten met radicalen van wie te weinig bekend is om hem al president te maken.

Dat hielden de Clintons hun partij ook voor. Uitgerekend in de week dat zij de greep op de Democraten definitief verloren, en zich achter Obama schaarden, lieten conventiegangers doorschemeren dat ze de Clintons dit voorjaar vermoedelijk onvoldoende serieus hebben genomen.