‘Etnische zuivering in Zuid-Ossetië’

De Georgische regering en internationale mensenrechtenorganisaties beschuldigen Russische troepen en Zuid-Osseetse milities van etnische zuiveringen.

Twee weken na de afkondiging van het staakt-het-vuren is het voor veel Georgiërs uit het grensgebied met Zuid-Ossetië nog altijd niet veilig. Velden en bossen staan in brand, dorpen worden geplunderd en verwoest door Zuid-Osseetse milities, hun inwoners mishandeld of in een enkel geval vermoord.

Volgens het Georgische ministerie van Buitenlandse Zaken zijn de Georgische dorpen in Zuid-Ossetië door zowel Russische troepen als Zuid-Osseetse milities etnisch gezuiverd. Nu zouden de dorpen in de door de Russen beheerste ‘veiligheidszone’ tussen de Zuid-Osseetse grens en de Georgische stad Gori aan de beurt zijn. Ook de Franse minister van Buitenlandse Zaken Bernard Kouchner heeft inmiddels gesuggereerd dat Russische troepen betrokken zouden zijn bij de etnische zuiveringen.

Vooral de Zuid-Osseetse, door etnische Georgiërs bewoonde dorpen Tkviavi en Kazaleti zouden zwaar te lijden hebben gehad onder etnische zuiveringen. Volgens internationale mensenrechtenorganisaties zijn de dorpen Eredvi, Avnevi, Noeli, Koerta, Asjabeti, Tamarasjeni, Kechvi en Disevi na hun etnische zuivering in brand gestoken en verwoest. Leden van Zuid-Osseetse milities zouden tegen Human Rights Watch hebben toegegeven Georgische dorpen in de brand te steken om te voorkomen dat de inwoners kunnen terugkeren.

Eerder deze week verdreven Russische militairen Georgische politiemannen uit het grensdorp Mosabruni, dat in een gebied ligt dat merendeels door Georgiërs wordt bewoond. Buiten het dorp stonden Georgische agenten en leden van Zuid-Osseetse milities al enkele dagen zwaar bewapend tegenover elkaar. Beide partijen beschuldigden elkaar ervan zich het dorp te willen toe-eigenen.

Ook het gebied ten noorden van Gori wordt volgens de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, UNHCR, nog altijd onveilig gemaakt door plunderende Zuid-Osseetse milities. De afgelopen week kwamen enkele honderden vluchtelingen uit dat gebied in Gori aan. Georgiërs afkomstig uit het Georgische dorp Meghvrekisi vertelden dat hun huizen werden geplunderd en dat zij zelf waren mishandeld. Op het centrale plein in Gori hebben zich inmiddels enkele honderden vluchtelingen uit het gebied verzameld. De UNHCR meldt dat zij zijn mishandeld en beroofd. Ook zouden de milities enkele Georgische dorpsbewoners hebben vermoord.

Behalve het gevaar van etnische zuiveringen bestaat volgens de UNHCR voor vluchtelingen die naar hun huizen terugkeren het risico gewond of gedood te worden door landmijnen en niet geëxplodeerde granaten.

Nu de gevechten tussen de Georgische en Russische troepen zijn gestaakt keren duizenden vluchtelingen terug naar hun dorpen in Georgië en Zuid-Ossetië. Maar hun veiligheid is allerminst gegarandeerd. „We adviseren iedereen op te passen voor niet geëxplodeerde munitie en weg te blijven uit dorpen waar de mijnen nog niet geruimd zijn en die nog niet veilig zijn verklaard door de autoriteiten”, zei een woordvoerder van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN. Volgens hem maakt de UNHCR zich vooral zorgen over kinderen die op landmijnen kunnen stappen.

Op dit moment zijn nog zo’n 158.000 mensen ontheemd sinds het oorlogsgeweld in de nacht van 7 op 8 augustus begon. Volgens Russische en Georgische autoriteiten zijn inmiddels tussen de 33.000 en 38.000 vluchtelingen naar hun huizen teruggekeerd.